3.3.1Bewijsmiddelen
Ten aanzien van feit 1 en feit 2 van parketnummer 16/128986-25
De rechtbank oordeelt dat feit 1 (poging tot zware mishandeling) en feit 2 (heling) zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op volgende bewijsmiddelen:
Een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde] , voor zover inhoudende:
Op 25 april 2025 was ik in de binnenstad van Utrecht. Ik voelde een klap op mijn hoofd. Ik weet dat mijn riem werd afgedaan en dat ik hiermee ben geslagen.
Ik weet dat ik mijn telefoon en mijn portemonnee niet meer heb.
Een proces verbaal, voor zover inhoudende:
Ik hoorde [benadeelde] zeggen: Ruzie? Met die man zeker niet ik werd aangevallen(…).
Een proces verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende:
Omstreeks 23:15 uur op vrijdag 25 april 2025 kregen wij een spoedmelding om ter plaatse te gaan bij de [straat 1] te Utrecht. Ik hoorde dat het slachtoffer mij de volgende personalia opgaf:
- [benadeelde]
Ik hoorde dat een omstander zei: die jongen is met een riem tegen zijn hoofd aan geslagen.
Een geschrift, inhoudende een verklaring van de huisarts, voor zover inhoudende:
[benadeelde]
29 april 2025
Mond: stuk van R voortand afgebroken, verder gebit intact
Ogen: bdz opp bloeding sclerae, visus ongestoord. Rondom ogen haematomen
Schedel: drukpijn L achter oor
Nek: drukpijn spieren, mn m trapezius
Oren: ADS: bdz cerumen, verder gda
Heupen: bdz haematomen
Een proces-verbaal van aangifte door [aangever] , voor zover inhoudende
Op 25 april 2025, omstreeks 21:45 uur, was ik bij de [horeca gelegenheid] op het [straat 2] in Utrecht. Ik had mijn lichtgroene tas onder de tafel gelegd. In mijn tas had ik ook nog een MacBook zitten.
Op 25 april 2025, omstreeks 22:00 uur, waren wij klaar met eten. Toen zag ik ineens dat mijn tas verdwenen was. Ik kon mijn laptop volgen met mijn telefoon via FindMyiPhone.
Op 25 april 2025, omstreeks 23:00 uur, was ik op de [straat 1] . Ik zag een voor mij onbekende man met mijn lichtgroene rugtas. Ik zag dat deze man een andere man voor bijna tien (10) minuten lang een andere man aan het slaan was met een riem. Ik zag dat de man met de riem vanaf boven sloeg.Na een tijdje zag ik dat de man met mijn rugtas wegrende richting Vredenburg. Ik heb vervolgens de locatie van mijn MacBook doorgegeven aan de politie. De politie heeft de man later aangehouden.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende:
Op 25 april 2025 kregen wij de opdracht om te gaan naar de [straat 3] in Utrecht. Aldaar zou een verdachte lopen die een slachtoffer van zijn laptop had beroofd.
Wij hoorden via de portofoon dat de verdachte het volgende signalement had:
Verdachte één (1):
- man;
- licht getint;
- petje;
- zwarte jas, mogelijk van het merk "Adidas" met witte strepen;
- grijze broek;
- witte schoenen;
- grijze rugzak.
Op het [straat 4] zagen wij, verbalisanten, mannen lopen, die volledig aan de opgegeven signalementen voldeden. Wij zagen dat zij vanaf de groenstrook, tegen het spoor aan, kwamen lopen. Wij zagen dat zij vanaf de genoemde groenstrook, in de richting van de [straat 5] liepen. Wij zagen dat één van de mannen bloedspetters op zijn kleding had. Wij zagen ook dat hij verwondingen aan zijn handen en gezicht had. Op basis van deze feiten en omstandigheden, merkten wij de mannen aan als verdachte van de diefstal en straatroof, eerder die avond gepleegd. Wij stelden de identiteit vast als:
Verdachte één (1): ** [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1988 te Algerije **
Ik, verbalisant, ontving van een collega een filmpje van het eerste slachtoffer, van de weggenomen laptop. Blijkbaar werd hij bij het traceren van zijn laptop getuige van een tweede diefstal met geweld. Hij filmde het geweld en de verdachte. Ik zag dat de verdachte op het filmpje één en dezelfde man was als verdachte één (1), die ik voor mij had.
Wij hielden de verdachte aan. Wij vroegen ondersteuning van een hondengeleider, om de gestolen laptop op te kunnen sporen. Wij zagen dat deze enkele ogenblikken later ter plaatse kwamen. Wij zagen dat zij in de groenstrook gingen zoeken, waar wij de verdachten vandaan hadden zien komen. Wij hoorden dat zij daar de laptop (
de rechtbank begrijpt: de MacBook)vervolgens aantroffen.
Een proces-verbaal, voor zover inhoudende:
Op 25 april 2025 bevond ik, verbalisant, mij op het evenement Koningsnacht in de binnenstad van Utrecht. Ik hoorde dat er zojuist een beroving met geweld had plaatsgevonden op de [straat 1] te Utrecht en dat er twee (2) slachtoffers van de beroving daar nog ter plaatse waren.
Ik hoorde en zag dat er een man zich bij meldde die zei dat hij had gezien dat de man die op de grond lag zojuist fors was mishandeld door een tot dan toe onbekende verdachte. Deze getuige verklaarde het volgende: "Ik zag zojuist een voor mij onbekende man vele malen slaan op het lichaam en ook meermaals op het hoofd van de man die nu op de grond ligt. Ik stond op ongeveer vijftien (15) meter afstand en had goed zicht. Ik zag dat het er heftig aan toe ging en dat de man op de grond duidelijk het slachtoffer is. De man die deze man in elkaar heeft geslagen is nu weg.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende:
Ik vroeg aan [getuige] of hij mij kon vertellen wat hij die avond had gezien van het incident. Ik hoorde dat hij zei: "We stonden ergens toen ik zag dat er twee gasten achter elkaar aan renden. Ik zag dat zij een doodlopend stuk of doodlopende steeg in renden. Ik zag dat de voorste persoon ten val kwam, doordat hij tegen een trappetje of iets aan liep. Daarna zag ik dat de twee personen met elkaar worstelden. Op een gegeven moment zag ik dat één van de twee personen boven op de ander zat. Ik zag dat hij met zijn vuist op de persoon die onder hem lag insloeg. Het duurde naar mijn gevoel erg lang. Ik denk dat het wel zo'n zeven tot acht minuten duurde. Ik zag dat de persoon die bovenop zat, voor zeven tot acht minuten, constant met zijn vuist insloeg op degene die onderop lag. Het geweld dat ik zag, zag er zeker niet uit als zelfverdediging.
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte op 26 april 2025, voor zover inhoudende:
V: Wat deed je gisteren in Utrecht?
A: We waren met mensen.
V: Als iedereen ergens anders naar toe gaat. Was jij dan alleen?
A: Toen ik vocht was ik alleen.
O: Door een getuige wordt gezien dat er een man een andere man slaat. Deze getuige heeft dit ook gefilmd.
V: De politieagent die jou heeft aangehouden heeft dit filmpje ook gezien en hij herkende jou op het filmpje als de man die sloeg.
O: Wij tonen je nog een foto, foto 2.
V: Wat kan je hierover verklaren?
A: We hadden ruzie. We hadden een gevecht tussen elkaar.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Ten aanzien van het feit onder parketnummer 16/096151-25
De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op volgende bewijsmiddelen:
Een proces-verbaal van de uitreiking van de winkelontzegging, voor zover inhoudende:
Op 26 maart 2025 omstreeks 16:15 uur waren wij, verbalisanten, bij de winkel [bedrijf] in Utrecht. Aldaar zagen wij de beveiliging met een verdachte staan. De verdachte bleek later te zijn: * [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1998 te Algerije. *
Wij reikten [verdachte] een winkelontzegging uit voor alle [bedrijf] filialen in Nederland voor de duur van 12 maanden. Wij zeiden tegen hem dat deze ontzegging vanaf vandaag inging op woensdag 26 maart 2025 en dat hij eindigt op woensdag 25 maart 2026. Wij vroegen aan hem of hij dat begreep. Wij hoorden hem zeggen dat hij het had begrepen. Wij zeiden tegen hem dat als hij wel in één van [bedrijf] filialen in Nederland komt, dat hij per direct wordt aangehouden. Wij hoorden hem zeggen dat hij dit begreep.
Een geschrift, te weten een winkelontzegging, voor zover inhoudende:
Landelijke winkelontzegging
Bedrijfsnaam [bedrijf]
Ontzegging aan [verdachte]
Naar aanleiding van uw gedrag in ons bedrijf op woensdag ontzeg ik u, namens de directie van [bedrijf] met ingang van heden, 26 maart 2025, de toegang van al onze winkelfilialen in Nederland voor de duur van 12 maanden. Eindigend op 25 maart 2026.
Datum: 26 maart 2025
Spreekt de man Nederlands: Nee
Hoe is de winkelontzegging uitgereikt: persoonlijk
Heeft de verdachte de uitleg begrepen: ja
Tolknummer: 25340
Een proces-verbaal van aangifte, voor zover inhoudende:
De verdachte bevond zich wederrechtelijk in de winkel [bedrijf] , in Utrecht. Op 26 maart 2025 omstreeks 17:00 uur zag ik een persoon met een winkelverbod in de winkel.
De persoon kan ik als volgt omschrijven:
- man;
- licht getint;
- 20-25 jaar
- 1,80 cm;
- tenger postuur;
- zwarte jas;
- licht grijze joggingsbroek
- witte Nike sneakers met oranje logo
Deze man herkende ik van eerder deze middag. Wij hebben toen een winkelontzegging uitgereikt voor de duur van 12 maanden voor alle [bedrijf] in Nederland.Wij hebben de man mee naar achter genomen op afwachting van de politie.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende:
Op woensdag 26 maart 2025 omstreeks 17.30 uur kwamen wij ter plaatse in een filiaal van [bedrijf] . Wij zagen dat [verdachte] zich bevond in het magazijn.