Eisers hebben een huisvestingsvergunning aangevraagd voor een sociale huurwoning in Utrecht, maar werden afgewezen omdat zij niet voldoen aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening. De (schoon)zus die mantelzorg verleent en de ongeboren tweeling worden niet meegeteld voor het begrip 'huishouding'.
De rechtbank oordeelt dat eisers voldoende procesbelang hebben, ondanks dat hun tweeling inmiddels is geboren. De rechtbank stelt vast dat het college terecht heeft gehandeld door de (schoon)zus niet mee te tellen, omdat geen sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en mantelzorg niet is aangetoond als langdurig. Ook de ongeboren tweeling kan niet worden meegeteld omdat de Huisvestingsverordening dit niet toestaat.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de hardheidsclausule wordt verworpen. De rechtbank vindt dat het college een juiste afweging heeft gemaakt en dat het besluit niet onzorgvuldig of onvoldoende gemotiveerd is. Eisers krijgen geen schadevergoeding toegewezen omdat er geen sprake is van een onrechtmatig besluit.