Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met 21 producties;
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen sloten een koopovereenkomst waarbij gedaagde de aandelen van eiser in een vennootschap zou terugkopen voor €48.632,08. Er ontstond een geschil over aanvullende voorwaarden in de leveringsakte, waarbij eiser volledige medewerking eiste aan een akte met bepalingen die onder meer décharge en aansprakelijkheidsbeperking bevatten. Gedaagde wilde deze bepalingen geschrapt of gewijzigd zien.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gedaagde niet gehouden is aan de bepalingen in de akte die na 15 augustus 2025 zijn overeengekomen, omdat sprake is van een wilsgebrek door dwaling. Dit volgt uit het feit dat eiser dividend aan zichzelf uitkeerde zonder gedaagde hierover te informeren, terwijl gedaagde tot die datum volledig op de hoogte was van de financiële situatie van de vennootschap. Hierdoor was er sprake van een onjuiste voorstelling van zaken bij gedaagde.
De rechter beperkte de bepalingen in de leveringsakte tot de periode tot 15 augustus 2025 en schrapte de dividendbepaling. De vordering van eiser werd afgewezen, terwijl de vordering van gedaagde tot wijziging van de akte werd toegewezen. Tevens werd eiser veroordeeld tot medewerking aan de levering binnen 48 uur na verzoek en tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechter wijzigt de leveringsvoorwaarden wegens dwaling en wijst de vordering van eiser af, terwijl gedaagde wordt toegewezen met aangepaste akte en dwangsom.