ECLI:NL:RBMNE:2026:556

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
UTR 25/4867
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1 WhtArt. 2.1 WhtArt. 9.1 Wht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag kinderopvangtoeslag wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding

Eiseres diende op 14 januari 2025 een aanvraag in voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, maar deze werd afgewezen omdat de aanvraag na de uiterste datum van 31 december 2023 was ingediend. Eiseres voerde aan dat zij niet tijdig op de hoogte was van de hersteloperatie toeslagen vanwege haar verblijf in het buitenland en persoonlijke omstandigheden, waaronder een coma in december 2022.

De rechtbank oordeelde dat het niet op de hoogte zijn van de kinderopvangtoeslagaffaire en het feit dat eiseres in het buitenland woont, geen bijzondere omstandigheden zijn die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigen. Ook de persoonlijke omstandigheden waren onvoldoende onderbouwd en er was geen bewijs van actuele, schrijnende omstandigheden zoals vereist door vaste jurisprudentie.

De rechtbank concludeerde dat de strikte toepassing van de aanmeldtermijn niet leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard in deze zaak. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor Dienst Toeslagen de aanvraag niet hoefde te behandelen en eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding kreeg.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag wordt niet in behandeling genomen wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4867

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] (Frankrijk), eiseres

(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. Eiseres heeft zich op 14 januari 2025 bij Dienst Toeslagen aangemeld voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. Deze uitspraak gaat over de vraag of Dienst Toeslagen heeft mogen weigeren om deze aanvraag in behandeling te nemen omdat de aanvraag te laat was ingediend. De uiterste datum waarop aanvragen om compensatie in de zin van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) konden worden ingediend was namelijk
31 december 2023.
1.1.
Dienst Toeslagen heeft de aanvraag met het besluit van 28 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 9 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is Dienst Toeslagen bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld.
1.2.
Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 januari 2026 door middel van een Teams-beeldverbinding. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres,
K. Koyuncu als tolk en de gemachtigde van Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de vraag of Dienst Toeslagen de aanvraag op goede gronden niet in behandeling heeft genomen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
2.1.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is de termijnoverschrijding verschoonbaar?
3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat Dienst Toeslagen haar aanvraag in behandeling had moeten nemen, omdat zij goede redenen heeft gehad voor het te laat indienen daarvan. Ten eerste was zij niet op de hoogte van de kinderopvangtoeslagaffaire en de geldende termijn om je aan te melden. Eiseres is namelijk sinds 2007 woonachtig in het buitenland en wist hierdoor niet dat zij mogelijk gedupeerd zou zijn. Pas in december 2024 is eiseres erop geattendeerd om zich aan te melden. Zij heeft dat gelijk gedaan, maar kon niet geholpen worden vanwege een taalbarrière. Uiteindelijk heeft de aanmelding wel telefonisch plaatsgevonden. Ten tweede kan de termijnoverschrijding niet aan haar worden tegengeworpen vanwege verschillende bijzondere persoonlijke omstandigheden. Dienst Toeslagen is volgens eiseres onzorgvuldig te werk gegaan omdat de persoonlijke omstandigheden van eiseres niet zijn meegewogen bij de beoordeling. Ter zitting heeft eiseres aangegeven dat zij begin 2023 voor het eerst hoorde dat zij zich kon aanmelden voor een herbeoordeling, maar dat de persoon die haar dit vertelde vervolgens tot eind 2023 op reis was. Zij moest op die persoon wachten voor informatie en daarom heeft zij de aanvraag pas begin 2025 gedaan. Ook heeft eiseres ter zitting aangegeven dat zij in december 2022 in coma heeft gelegen en zij nog steeds lichamelijke beperkingen heeft.
3.1.
Uit artikel 6.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) volgt dat een aanvraag voor compensatie in de zin van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht, moet worden ingediend voor 1 januari 2024. Indien er sprake is van een bijzondere situatie die niet was te voorzien en waarin toepassing van artikel 6.1 van de Wht leidt tot een zeer onbillijke uitkomst, kan van deze termijn worden afgeweken op grond van de hardheidsclausule van artikel 9.1, eerste lid, van de Wht. In gevallen waarin er omstandigheden zijn die een geldige reden kunnen vormen voor een te late aanmelding, zal door Dienst Toeslagen worden gekeken of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
3.2.
Voor de vraag of er in deze zaak sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, beoordeelt de rechtbank aan de hand van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) of er sprake is van actuele, schrijnende omstandigheden, zoals serieuze en structurele financiële nood, ernstige medische omstandigheden of andere ontwrichtende persoonlijke omstandigheden. [1] Daarbij gaat het niet zozeer om omstandigheden die zich hebben voorgedaan in de periode waarin de toeslagenaffaire zich voltrok en die vanzelfsprekend in veel gevallen schrijnend zijn geweest en tot schade kunnen leiden en ook vaak hebben geleid en waarvoor de herstelmaatregelen uit de Wht beogen een oplossing te bieden. Het moet gaan om actuele omstandigheden die samenhangen met (de gevolgen van) een weigering om de schulden over te nemen of te compenseren.
3.3.
De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat eiseres niet op de hoogte was van de kinderopvangtoeslagaffaire en de mogelijkheid om compensatie aan te vragen niet als bijzondere omstandigheid kan worden aangemerkt en daardoor niet leidt tot verschoonbare termijnoverschrijding. Met het feit dat mogelijke slachtoffers van de kinderopvangtoeslagaffaire al in een lastige situatie zitten, heeft de wetgever in algemene zin al rekening mee gehouden door een ruime aanmeldperiode te nemen van ongeveer drieënhalf jaar. Hoewel de situatie van eiser moeilijk moet zijn geweest de afgelopen jaren, voldoet het niet aan de strenge eisen die de Afdeling stelt om een te late aanmelding toch in behandeling te nemen. Dat zij niet geholpen kon worden vanwege een taalbarrière maakt dat niet anders, omdat zij op dat moment ook al te laat was. De mogelijkheid om op grond van de Wht compensatie aan te vragen is veelvuldig en op verschillende manieren onder de aandacht van de burger gebracht, waarbij werd vermeld dat burgers zich tot 1 januari 2024 konden aanmelden via de website of telefoon. De informatie stond op de website van Dienst toeslagen. Dat eiseres in het buitenland woont sinds 2007 doet daar niet aan af. Eiseres heeft verder ook niet toegelicht welke persoonlijke omstandigheden een rol speelden bij de te late aanmelding. Niet is gebleken of en hoe deze omstandigheden haar op dat moment beïnvloedden. Verder heeft eiseres niet met documenten aangetoond dat zij wegens ziekte zowel fysiek als mentaal niet in staat was om zich op tijd aan te melden. Eiseres heeft daarbij ook niet aangetoond wanneer de gestelde terugvorderingen hebben plaatsgevonden en op welke wijze haar dat (financieel) heeft geraakt en nog steeds raakt. Ook heeft zij niet onderbouwd dat en in welke mate sprake is van ernstige medische omstandigheden of andere ontwrichtende omstandigheden, als gevolg waarvan van actuele en schrijnende omstandigheden niet is gebleken.
4. De rechtbank komt tot het oordeel dat strikte toepassing van de aanmeldtermijn in het geval van eiseres niet leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres niet in behandeling hoeft te nemen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
18 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraken van 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:456, 12 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1004 en 2 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1435.