ECLI:NL:RBMNE:2026:569

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
11896177 \ AC EXPL 25-2096
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens achterstallig tuinonderhoud en overlast

De huurder, sinds 2013 woonachtig in een woning met tuin van De Alliantie, heeft vanaf 2022 nagelaten de tuin te onderhouden, ondanks meerdere waarschuwingen en een eerdere rechterlijke veroordeling in 2024. De Alliantie vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vanwege deze tekortkoming en de overlast die hierdoor ontstaat.

De rechtbank toetst de relevante algemene voorwaarden aan het consumentenrecht en verklaart deze niet oneerlijk. De huurder heeft zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en algemene voorwaarden geschonden door het nalaten van tuinonderhoud en het veroorzaken van stankoverlast. Ondanks toezeggingen heeft de huurder geen bewijs geleverd van verbetering, en meldingen van buren bevestigen de aanhoudende situatie.

De rechtbank oordeelt dat de tekortkoming ernstig genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. De huurder wordt veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening te ontruimen en de huurprijs tot die datum te betalen. Tevens wordt hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze ook bij hoger beroep direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder moet binnen veertien dagen ontruimen en de huur en proceskosten betalen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11896177 \ AC EXPL 25-2096
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
STICHTING DE ALLIANTIE, HANDELEND ONDER DE NAAM DE ALLIANTIE REGIO [plaats],
te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: De Alliantie,
gemachtigde: mr. K. Sluijs,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De kern van de zaak

1.1.
[gedaagde] huurt sinds 28 mei 2013 een woning met tuin van De Alliantie aan de [adres] in [plaats] . [gedaagde] onderhoudt de tuin vanaf 2022 niet. De Alliantie wil de huurovereenkomst daarom ontbinden en de woning ontruimen. [gedaagde] is het niet eens met deze ontbinding en ontruiming. De Alliantie krijgt gelijk. Dit betekent dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden en [gedaagde] de woning moet ontruimen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 september 2025 met 20 producties;
- de mondelinge conclusie van antwoord van 1 oktober 2025;
- de brief van de rechtbank aan partijen waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de brief van De Alliantie van 24 december 2025 aan de rechtbank met daarbij aanvullende productie 21;
- de e-mail van de rechtbank van 16 december 2025 aan partijen waarin door de rechtbank aan [gedaagde] is gevraagd om foto’s te maken van de huidige staat van de tuin en deze foto’s aan de rechtbank te versturen.
2.2.
De mondelinge behandeling was op 9 januari 2026. Daarbij waren namens De Alliantie aanwezig: mw. [A] ( [functie] ) en mr. K. Sluijs. [gedaagde] was niet aanwezig. De rechtbank heeft [gedaagde] aan het begin van de mondelinge behandeling gebeld. [gedaagde] nam zijn telefoon niet op. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de mondelinge behandeling.
2.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De beoordeling

De relevante bedingen van de huurovereenkomst zijn niet oneerlijk
3.1.
De Alliantie heeft de huurovereenkomst gesloten met [gedaagde] . [gedaagde] is een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
3.2.
De voor de vordering relevante bedingen (artikel 7.3, 7.7 en 8.1 van de algemene voorwaarden van De Alliantie die van toepassing zijn) zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden.
[gedaagde] is tekortgeschoten door achterstallig tuinonderhoud en het veroorzaken van overlast
3.3.
[gedaagde] moet zich als een goed huurder gedragen. Dit betekent dat [gedaagde] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, de algemene voorwaarden en de wet. Als [gedaagde] deze verplichtingen niet nakomt (een tekortkoming), kan dit reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden. Dit is anders als de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1]
3.4.
Volgens De Alliantie is sprake van zo’n tekortkoming, omdat [gedaagde] zijn tuin al jaren niet onderhoudt. [gedaagde] heeft dit erkend en dit blijkt ook uit de door De Alliantie overgelegde foto’s en e-mails. [gedaagde] plaatst ook afval in zijn tuin. Dit trekt ongedierte aan.
De Alliantie heeft [gedaagde] hierover vaak brieven en e-mails gestuurd waarin zij [gedaagde] instructies geeft om zijn tuin te onderhouden. Dit heeft niet tot resultaat geleid. In 2024 is [gedaagde] door de rechtbank veroordeeld om onderhoud aan de tuin uit te voeren. De Alliantie heeft toen het onderhoud zelf uitgevoerd omdat [gedaagde] niet aan de veroordeling voldeed. [gedaagde] zou daarna weer zelf het onderhoud gaan uitvoeren. Dat heeft hij niet gedaan.
3.5.
[gedaagde] heeft daarmee in strijd gehandeld met artikel 7.3, 7.7 en 8.1 van de algemene voorwaarden van De Alliantie. Hierin staat dat een huurder, in dit geval [gedaagde] , het tuinonderhuid voor zijn rekening moet uitvoeren en dat hij instructies van De Alliantie in acht moet nemen over het gebruik van het gehuurde. Door dit niet te doen, veroorzaakt [gedaagde] (stank)overlast voor omwonenden.
3.6.
[gedaagde] heeft tijdens de rolzitting van 1 oktober 2025 aangegeven dat hij dit wil verbeteren en dat hij al iets heeft gedaan aan het achterstallige onderhoud van zijn tuin. Maar [gedaagde] heeft dit niet laten zien. Zo heeft [gedaagde] – ondanks zijn toezegging op
1 oktober 2025 – geen foto’s aan de kantonrechter gestuurd waaruit dit blijkt. Ook heeft [gedaagde] niet gereageerd op het verzoek van de kantonrechter om haar foto’s te sturen van de huidige staat van de tuin. Sterker nog: uit e-mails van de buren van [gedaagde] van na 1 oktober 2025 blijkt dat de situatie niet is verbeterd. Zo schrijft de buurman dat er vuilniszakken in de tuin van [gedaagde] liggen, dat er ongedierte in de tuin van [gedaagde] is en dat de bramenstruik weer niet is bijgehouden. [2]
De huurovereenkomst wordt ontbonden: [gedaagde] moet het gehuurde binnen 14 dagen ontruimen
3.7.
Dit alles maakt dat sprake is van een tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal daarom worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld om het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen. De gevorderde termijn van zeven dagen is hiervoor te kort.
[gedaagde] moet het gesprek aangaan met De Alliantie
3.8.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Sluijs namens De Alliantie verklaard dat De Alliantie bereid is om het gesprek aan te gaan met [gedaagde] om te onderzoeken of het mogelijk is of [gedaagde] een andere woning zonder tuin kan huren van De Alliantie. Verhuurder heeft daarbij aangegeven dat daaraan wel voorwaarden zijn verbonden. Zo verwacht De Alliantie dat [gedaagde] actief meewerkt aan, en openstaat voor, passende hulpverlening en zich gedraagt als een goed huurder. De kantonrechter raadt [gedaagde] dan ook dringend aan om hierover het gesprek aan te gaan met De Alliantie.
[gedaagde] moet de huur en – na ontbinding – een gebruiksvergoeding betalen aan De Alliantie
3.9.
De Alliantie wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een vergoeding gelijk aan de laatst geldende huurprijs tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs van € 725,29 per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten van De Alliantie betalen
3.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Alliantie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
822,95
Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad
3.11.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in [plaats] ,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van De Alliantie en de sleutels af te geven aan De Alliantie,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van De Alliantie van € 822,95, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
43001

Voetnoten

1.Artikel 6:265 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Zie hiervoor aanvullende productie 21 van De Alliantie.