Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 12;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
- de incidentele conclusie van antwoord.
2.De beoordeling in het incident
.[gedaagden] stellen dat, als zij in de hoofdzaak worden veroordeeld tot betaling, zij schade lijden. Die schade menen zij te kunnen verhalen op [handelsnaam 1] , omdat [handelsnaam 1] de woning gerenoveerd heeft. [gedaagden] stellen verder dat [handelsnaam 2] eventueel óók aansprakelijk is voor de schade aan de aanbouw. De opdracht voor de bouw van de aanbouw is namelijk (door [eisers] ) verstrekt aan [handelsnaam 2] . [gedaagden] menen dat [handelsnaam 2] zich de belangen van [gedaagden] bij de uitvoering had moeten aantrekken, omdat bekend was dat [gedaagden] formeel betrokken waren als bouwbegeleider. Volgens [gedaagden] is niet uit te sluiten dat de schade met betrekking tot de aanbouw is ontstaan door zowel de uitvoering door [handelsnaam 2] als het toezicht van [gedaagden] op die uitvoering. In dat geval is er mogelijk sprake van hoofdelijke aansprakelijkheid.