ECLI:NL:RBMNE:2026:606
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding tussen echtgenoten
Eiseres werkte als zorgverlener voor haar echtgenoot op basis van een zorgovereenkomst partner of familielid en vroeg na zijn overlijden een WW-uitkering aan. Het UWV wees dit af omdat zij niet als werknemer werd beschouwd vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding.
Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in, stellende dat het gelijkheidsbeginsel haar recht op WW-uitkering zou moeten waarborgen, mede omdat een andere zorgverlener van haar echtgenoot wel een WW-uitkering ontving. De rechtbank oordeelde dat deze andere zorgverlener een andere soort zorgovereenkomst had, waardoor geen sprake was van ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
De rechtbank erkende het onrechtvaardigheidsgevoel van eiseres, maar benadrukte dat het ontbreken van een gezagsverhouding een wettelijke vereiste is en dat het aan de wetgever is om hierin verandering te brengen. Onbekendheid met regelgeving en het niet wijzen door de SVB op het vereiste van gezagsverhouding rechtvaardigen geen uitzondering.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het UWV handhaafde het besluit en eiseres kreeg geen recht op een WW-uitkering, noch vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WW-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een gezagsverhouding.