Beoordeling door de rechtbank
8. De rechtbank stelt voorop dat het hier gaat om een afwijzing van een aanvraag om bijstand. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB), de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, moet iemand die bijstand aanvraagt aannemelijk maken dat hij recht heeft op bijstand. De bewijslast van de behoefte aan bijstand rust dus in beginsel op de aanvrager. Een aanvrager moet daarom feiten en omstandigheden aannemelijk maken die duidelijkheid geven over zijn woon- en leefsituatie en over zijn financiële situatie. Daarna moet de bijstandverlenende instantie in het kader van de onderzoeksplicht deze inlichtingen op juistheid en volledigheid controleren. Indien een aanvrager niet aan de inlichtingen- of medewerkingsverplichting voldoet, is dit een grond voor weigering van de bijstand indien als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Feiten en omstandigheden die tot het besluit hebben geleid
9. Eiseres heeft in haar aanvraag voor een bijstandsuitkering aangegeven dat zij alleenwonend is op het adres aan [adres 1] in [plaats] .
10. In het licht van deze aanvraag heeft het college een onderzoek naar eiseres gedaan. De conclusies van dit onderzoek zijn neergelegd in de rapportage van
25 oktober 2024. Eisers heeft eerder een bijstandsuitkering ontvangen, welke per
1 juni 2024 ingetrokken, omdat er bij het college gerede twijfel is ontstaan over de feitelijke woonsituatie van eiseres.Op 18 juni 2024 is een brief afgegeven aan [adres 1] en is geconstateerd door een medewerker van de gemeente dat alle ramen geblindeerd waren en dat de woning er van buitenaf niet bewoond uitzag. Op 11 juli 2024 heeft een volgend huisbezoek plaatsgevonden waarbij eiseres niet op het adres is aangetroffen. De woning was aan de voorzijde en aan de achterzijde dichtgeplakt en er lag meer post in de gang. Op
16 september 2024 is er opnieuw een bezoek aan de woning aan [adres 1] gebracht en daar werd geconstateerd dat alle ramen waren afgesloten met raambekleding.
11. Op 17 september 2024 heeft er een gesprek plaatsgevonden met eiseres en in dat gesprek heeft eiseres het volgende naar voren gebracht:
“Ik heb denk ik in februari 2024 de sleutel van mijn huis ontvangen, [adres 1] in [plaats] . Ik was met het overbrengen van spullen, inrichting en schoonmaken begonnen, maar toen werd mijn vader ziek. Mijn hoofd stond niet meer op verhuizen, ik was gericht op mijn vader. Ik ben mantelzorg gaan verlenen. (…) Ik verbleef daarom bij mijn ouders op het adres [adres 2] in [plaats] . (…) U vraagt hoe de situatie nu is qua verblijf. Ik verblijf nog steeds bij mijn ouders thuis op het adres [adres 2] in [plaats] (…)Ik heb uiteraard wel de intentie om in mijn eigen woning aan [adres 1] te gaan wonen, maar ik richt mij eerst op de situatie rondom mijn vader en mijn eigen gezondheidssituatie. Ik heb geen planning met betrekking tot het betrekken van mijn eigen woning. Dat moet eerst nog af gemaakt worden, dat doen mijn moeder en ik tussendoor.”
12. Op 30 september 2024 is een huisbezoek afgelegd aan [adres 1] in [plaats] . Tijdens het huisbezoek is geconstateerd dat er in de keuken geen koelkast of kookgelegenheid aanwezig was en dat er op de vloer geen vloerbedekking lag. In de woonkamer stond onder andere een houten bank met kussens en daarnaast stond een pakket, in plastic verpakt, met losse vloerbedekking tegels op de vloer. In geen van de slaapkamers was een bed of slaapgelegenheid aanwezig. In een van de slaapkamers stond een rekje waar enkele kledingstukken aan hingen. De badkamer was leeg.
13. Daarnaast is in het kader van het onderzoek de meterstand opgenomen en het waterverbruik opgevraagd van de woning aan [adres 1] in [plaats] . Daaruit is naar voren gekomen dat er in de periode van 20 december t/m 30 september 2024 in totaal
4 m3 water is verbruikt. Volgens de landelijke Nibud-normen bedraagt het landelijk gemiddelde verbruik per huishouden per jaar 68 m3 voor een eenpersoons huishouden. Geconcludeerd wordt dat het waterverbruik ‘extreem laag’ is.
14. Gelet op de verklaringen van eiseres dat zij in de woning bij haar ouders verbleef, heeft de rapporteur een huisbezoek aan het adres [adres 2] in [plaats] , het huisadres van de ouders van eiseres, noodzakelijk geacht. Op 14 oktober 2024 is een eerste bezoek aan de woning gebracht, waarbij er niet werd opengedaan. Op 21 oktober 2024 is door eiseres geen toestemming gegeven een huisbezoek af te leggen gelet op de gezondheidssituatie van haar vader.
15. In de rapportage levensonderhoud is geconcludeerd dat het college niet heeft kunnen vaststellen of eiseres feitelijk op [adres 1] in [plaats] verblijft en dat die woonsituatie van belang is om de uitkeringsnorm te kunnen bepalen.
Was er een redelijke grond voor het afleggen van een huisbezoek bij haar ouders?
16. Er bestaat een redelijke grond voor een huisbezoek als voorafgaand aan – dat wil zeggen: voor of uiterlijk bij aanvang van – het huisbezoek duidelijk is dat en op grond van welke concrete objectieve feiten en omstandigheden redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid of volledigheid van de door de betrokkene verstrekte gegevens. Het gaat daarbij om gegevens die van belang zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand én de bijstandverlenende instantie deze gegevens niet op een andere effectieve en voor de betrokkene minder belastende wijze kan verifiëren.
17. Onder omstandigheden kan een huisbezoek dus aangewezen zijn om de verstrekte informatie over de woon- en leefsituatie van de betrokkene te verifiëren, maar van dat verstrekkende controlemiddel dient te worden afgezien indien dat doel op een voor de betrokkene minder ingrijpende wijze kan worden bereikt.
18. Eiseres heeft aangevoerd, met een verwijzing naar haar bezwaarschrift, dat er geen redelijke grond bestond voor het afleggen van een huisbezoek aan het huis van haar ouders en dat er een minder ingrijpend middel voorhanden was om haar woon- en leefsituatie vast te stellen. Volgens eiseres was haar financiële situatie bekend bij het college. Ook heeft zij aangegeven dat haar hoofdverblijf aan [adres 1] in [plaats] was en dat zij er geen bezwaar tegen had dat het college tijdelijk haar woonadres bij haar ouders, aan [adres 2] , zou bepalen. Dit totdat die situatie weer zou zijn gewijzigd.
19. Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiseres heeft bijstand aangevraagd naar de norm voor een alleenstaande op het adres [adres 1] in [plaats] . De gegevens over het waterverbruik van eiseres in combinatie met de verrichte waarnemingen en de verklaring van eiseres bieden voldoende grond voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de door eiseres verstrekte gegevens over haar woonsituatie. Anders dan eiseres heeft aangevoerd, kon het college de door eiseres verstrekte inlichtingen over haar woon- en leefsituatie niet op een andere effectieve en voor haar minder belastende manier verifiëren. Het gaat namelijk om de feitelijke situatie. De enkele verklaring van eiseres zelf is daarvoor onvoldoende. Het college heeft dan ook terecht van eiseres verlangd dat zij medewerking zou verlenen aan het huisbezoek.
Had eiseres een zwaarwegend belang om het huisbezoek te weigeren?
20. In het algemeen komt groot gewicht toe aan het belang van een bijstandverlenende instantie om – zo nodig – onmiddellijk een huisbezoek af te leggen om een door de betrokkene opgegeven woonsituatie te verifiëren. De reden daarvan is dat de mogelijkheid bestaat dat in die woonsituatie voor het huisbezoek een wijziging wordt aangebracht, waardoor dit controlemiddel veel minder effectief is. De bijstandverlenende instantie mag daarom van de betrokkene verlangen dat hij medewerking verleent aan een onmiddellijk af te leggen huisbezoek. Onder bepaalde omstandigheden kan het weigeren van de medewerking de betrokkene echter niet worden tegengeworpen. Dat kan het geval zijn indien de betrokkene een zwaarwegend belang heeft dat de weigering rechtvaardigt of niet in staat is om de medewerking te verlenen door een in de persoon gelegen lichamelijke of psychische oorzaak. Dit is vaste rechtspraak.
21. Eiseres heeft aangevoerd dat zij een zwaarwegend belang had om medewerking aan het huisbezoek bij haar ouders te weigeren. Haar vader was ernstig ziek en om toegang te krijgen tot haar slaapkamer bij haar ouders, moest de woonkamer van haar ouders worden doorkruist waar haar vader in zijn ziekbed lag. Daarmee zou het binnentreden te belastend zijn voor haar vader en een te grote inbreuk op zijn privacy worden gemaakt.
22. Deze beroepsgrond slaagt niet. Dat eiseres rekening heeft willen houden met haar ouders is voorstelbaar, maar komt wel voor haar rekening. Eiseres is ook gewezen op het risico van het niet meewerken aan een huisbezoek. Eiseres heeft niet met objectieve medische gegevens aannemelijk gemaakt dat haar vader op 21 oktober 2024 zodanig ziek was dat medewerking aan een huisbezoek niet van haar kon worden gevergd.Eiseres heeft in haar beroepschrift gesteld dat het college, met instemming van de vader van eiseres, de medische gegevens van de vader van eiseres had kunnen inzien in het kader van de WMO. De rechtbank is van oordeel dat het in licht van de bewijslast niet op de weg van het college maar op de weg van eiseres ligt die gegevens over haar vader te overleggen. Wat eiseres voor het overige heeft aangevoerd is niet van zodanig zwaarwegende aard dat het belang verbonden aan het verkrijgen van een volledig beeld van de woon- en leefsituatie daarvoor zou moeten wijken.
23. Uit het voorgaande volgt dat het college eiseres terecht heeft tegengeworpen dat zij op 21 oktober 2024 geen medewerking heeft verleend aan het huisbezoek. Als gevolg van de weigering van eiseres om medewerking te verlenen aan het huisbezoek heeft het college de woon- en leefsituatie van eiseres niet kunnen vaststellen. Het college heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat het recht op bijstand niet was vast te stellen en de aanvraag van eiseres terecht afgewezen.
24. Dat eiseres de op haar rustende medewerkingsplicht heeft geschonden en het recht op bijstand dus niet kon worden vastgesteld, betekent ook dat het college bevoegd was het verleende voorschot van eiseres terug te vorderen.Eiseres heeft geen omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan geoordeeld moet worden dat het college niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Ook zijn er geen dringende redenen aan het licht gekomen waaruit volgt dat het college van terugvordering moet afzien. Eiseres heeft weliswaar aangegeven dat zij schulden heeft en dat deze wat haar betreft problematisch zijn, maar zij heeft niet onderbouwd dat zij niet in staat is die, via een reeds bestaande betalingsregeling, te voldoen.
25. Van enige vooringenomenheid aan de zijde van het college bij de besluitvorming is de rechtbank niet gebleken. Eiseres heeft die stelling ook niet nader onderbouwd.