ECLI:NL:RBMNE:2026:623

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
C/16/26/10 R
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 FwArt. 295 FwArt. 327 FwArt. 349a lid 1 FwArt. 105-105a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating en verlenging wettelijke schuldsaneringsregeling met vaststelling ingangsdatum

De heer verzoeker heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 12 januari 2026 en oordeelt dat aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 Faillissementswet Pro is voldaan, zodat het verzoek wordt toegewezen.

De rechtbank stelt de ingangsdatum van de Wsnp-regeling vast op 16 oktober 2024, omdat verzoeker vanaf die datum heeft gespaard voor zijn schuldeisers en fulltime heeft gewerkt tijdens het minnelijk traject. Hoewel het niet zeker is of maximaal is afgelost, laat de rechtbank het definitieve oordeel hierover aan de rechter-commissaris over.

De looptijd van de Wsnp wordt vastgesteld op 20 maanden, met een verlenging van twee maanden op grond van artikel 349a lid 1 Faillissementswet, zodat de regeling nog zes maanden duurt vanaf het vonnis. Deze verlenging is bedoeld om de bewindvoerder voldoende tijd te geven zijn taken uit te voeren.

Tijdens de Wsnp gelden diverse verplichtingen voor verzoeker, waaronder informatie- en inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag. Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving en beheer van de boedel, en een rechter-commissaris die toezicht houdt op de bewindvoerder.

Indien verzoeker zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een 'schone lei', waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. De rechtbank benoemt mr. P.J. Neijt tot rechter-commissaris en stelt het salaris van de bewindvoerder vast. Tevens krijgt de bewindvoerder last tot het openen van aan verzoeker gerichte post.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt toegewezen met ingangsdatum 16 oktober 2024 en verlenging van de regeling met zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Toezicht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/26/10 R
uitspraakdatum: 22 januari 2026
uitspraak op grond van artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet
( “toepassing schuldsanering”)
enkelvoudige kamer
[verzoeker] ,
wonende [adres 1]
[postcode 1] [woonplaats] ,
hierna: [verzoeker] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- De heer [verzoeker] ,
- [A] en [B] , schuldhulpveleners namens de gemeente Utrecht

2.De beoordeling

2.1.
Ten aanzien van [verzoeker] is voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
Ingangsdatum
2.2.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.3.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande minnelijk traject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijk traject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.4.
[verzoeker] heeft de rechtbank verzocht om 16 oktober 2024 te hanteren als eerdere ingangsdatum, omdat dit de datum is dat [verzoeker] is gestart met sparen voor zijn schuldeisers, hetgeen ook volgt uit het spaaroverzicht dat de schuldhulpverlener heeft gestuurd na de zitting op 12 januari 2026.
2.5.
De rechtbank oordeelt dat [verzoeker] zich gedurende het minnelijk traject heeft gehouden aan zijn inspanningsplicht, aangezien [verzoeker] fulltime heeft gewerkt gedurende het minnelijk traject.
2.6.
Voorts oordeelt de rechtbank vooralsnog dat [verzoeker] tijdens het minnelijk traject voldoende heeft gespaard voor zijn schuldeisers. Uit het spaaroverzicht volgt dat [verzoeker] elke maand vanaf de start van het minnelijk traject tot en met december 2025 een wisselend bedrag heeft gespaard voor zijn schuldeisers. Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat er beslag lag op zijn inkomen gedurende het minnelijk traject. Kortom, [verzoeker] heeft gespaard voor zijn schuldeisers, ondanks het beslag op het inkomen, maar het is niet zeker of [verzoeker] maximaal heeft afgelost, gelet op de overgelegde VTLB-berekening. De rechtbank bepaalt daarom bij dit vonnis een eerdere ingangsdatum. Het definitieve oordeel over de nakoming van de verplichtingen in het minnelijk traject voorafgaand aan het Wsnp-traject, op basis van het onderzoek en de bevindingen van de bewindvoerder, laat de rechtbank aan de rechter-commissaris. De uitkomst van die beoordeling kan aanleiding zijn voor de rechter-commissaris of de rechtbank om de looptijd van de schuldsaneringsregeling (alsnog) te verlengen.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw op 20 maanden.
2.8.
De looptijd van de Wsnp-regeling van [verzoeker] is veel eerder ingegaan dan de datum van dit vonnis, echter de bewindvoerder kan nu pas starten met zijn taken. Daarom verlengt de rechtbank de looptijd van de Wsnp-regeling met twee maanden op grond van de verlengingsbevoegdheid in artikel 349a lid 1 Fw, want als uitgangspunt wordt gehanteerd dat zes maanden een redelijke termijn is voor de bewindvoerder om zijn taken uit te voeren. Daardoor duurt de Wsnp-regeling nog zes maanden vanaf de datum van dit vonnis. [verzoeker] is gedurende de laatste twee maanden van de Wsnp-regeling ontheven van de verplichting tot afdracht aan de boedel (artikel 295 Fw Pro) en van zijn inspanningsverplichting (artikel 288 Fw Pro). De medewerkings- en informatieplichten van de schuldenaar jegens de bewindvoerder (art. 327 Fw Pro in verbinding met art. 105-105a Fw) gelden wel gedurende de laatste twee maanden van de Wsnp-regeling. [1]

3.De verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen. De boedel omvat alle bezittingen die de heer [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt. [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan. De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject, of korter indien mogelijk, geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle aan [verzoeker] .
3.6.
Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.Beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker]
,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,
wonende [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] ,
- benoemt tot rechter-commissaris mr. P.J. Neijt,
en tot bewindvoerder [beschermingsbewindvoerder] ,
[adres 2] ,
[postcode 2] [plaats] ;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 16 oktober 2024, de duur op 20 maanden en stelt de einddatum op 1 augustus 2026;
- stelt bij wijze van voorschot, bij toereikend boedelactief, het salaris van de bewindvoerder vast op het op grond van artikel 2 van Pro het Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling geldende bedrag;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.W.J. van Veen en is in het openbaar uitgesproken op
22 januari 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913, r.o. 3.6.1. – 3.6.5.