Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De verplichtingen in de Wsnp
4.Beslissing
,
Rechtbank Midden-Nederland
De heer verzoeker heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 12 januari 2026 en oordeelt dat aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 Faillissementswet Pro is voldaan, zodat het verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank stelt de ingangsdatum van de Wsnp-regeling vast op 16 oktober 2024, omdat verzoeker vanaf die datum heeft gespaard voor zijn schuldeisers en fulltime heeft gewerkt tijdens het minnelijk traject. Hoewel het niet zeker is of maximaal is afgelost, laat de rechtbank het definitieve oordeel hierover aan de rechter-commissaris over.
De looptijd van de Wsnp wordt vastgesteld op 20 maanden, met een verlenging van twee maanden op grond van artikel 349a lid 1 Faillissementswet, zodat de regeling nog zes maanden duurt vanaf het vonnis. Deze verlenging is bedoeld om de bewindvoerder voldoende tijd te geven zijn taken uit te voeren.
Tijdens de Wsnp gelden diverse verplichtingen voor verzoeker, waaronder informatie- en inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag. Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving en beheer van de boedel, en een rechter-commissaris die toezicht houdt op de bewindvoerder.
Indien verzoeker zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een 'schone lei', waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. De rechtbank benoemt mr. P.J. Neijt tot rechter-commissaris en stelt het salaris van de bewindvoerder vast. Tevens krijgt de bewindvoerder last tot het openen van aan verzoeker gerichte post.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt toegewezen met ingangsdatum 16 oktober 2024 en verlenging van de regeling met zes maanden.