ECLI:NL:RBMNE:2026:624
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens onvoldoende aannemelijkheid betalingsonmacht
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 20 januari 2026 het verzoek van een besloten vennootschap om faillietverklaring van een natuurlijke persoon. De vordering van de verzoekster betrof een bedrag van € 72.622,72, mede gebaseerd op een lening van de zus van de verweerster. De verweerster stelde dat deze lening een voorschot op een erfenis was en niet terugbetaald hoefde te worden.
De rechtbank oordeelde dat niet summierlijk was vastgesteld dat de verweerster is opgehouden te betalen, een vereiste voor faillietverklaring volgens artikel 6 lid 3 Faillissementswet Pro. De verweerster had recent nog betalingen gedaan en voerde een verrekening op basis van een vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid.
Verder concludeerde de rechtbank dat het onderliggende geschil over financiële verplichtingen en rekening-courantverhoudingen tussen de partijen niet in de faillissementsprocedure kan worden beslecht. De verzoekster had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verweerster niet kon betalen en dat er meerdere schuldeisers waren.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af en verwees partijen naar de gewone civiele procedure voor verdere behandeling van hun geschil.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van de verweerster wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van betalingsonmacht.