ECLI:NL:RBMNE:2026:626

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
C/16/604663 / JL RK 25-903
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontwikkelingsbedreigingen en opvoedproblemen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010. De kinderrechter had eerder op 6 februari 2025 de ondertoezichtstelling vastgesteld tot 6 februari 2026, waarbij een verzoek tot uithuisplaatsing was afgewezen.

Tijdens de zitting op 27 januari 2026 werd het gewijzigde verzoek van de GI besproken, waarbij de gezinsvoogd benadrukte dat verlenging noodzakelijk is om de schoolgang van de minderjarige te bevorderen en hulpverlening in te zetten voor de opvoedvaardigheden van de ouders. De moeder en vader stemden in met de verlenging, waarbij beiden hun zorgen uitten over het grensoverschrijdende gedrag van de minderjarige, zijn fascinatie voor wapens en geweld, en het recente incident waarbij een vriendin van de zus van de minderjarige ongewenst werd betast.

De kinderrechter constateerde dat de minderjarige ernstige problemen vertoont, waaronder seksueel grensoverschrijdend gedrag, emotieregulatieproblemen, en langdurig schoolverzuim. De situatie thuis is gespannen met escalaties en een disbalans in draagkracht bij de moeder. De kinderrechter achtte vrijwillige hulpverlening onvoldoende en verlengde de ondertoezichtstelling voor een jaar, met het oog op passende hulpverlening voor het kind en de ouders, en het bevorderen van een veilige en stabiele opvoedomgeving.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De ouders zijn bereid tot medewerking aan de hulpverlening, ondanks de bestaande samenwerkingsproblemen en bureaucratische hindernissen bij de school.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 6 februari 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummer: C/16/604663 / JL RK 25-903
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd te Almere,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.B. de Jong,
[vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 december 2025;
  • het gewijzigd verzoek van de GI.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader;
- [A] , de gezinsvoogd namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter heeft op 6 februari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 6 februari 2026. De kinderrechter heeft toen het verzoek om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorzieningen afgewezen.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

De GI
4.1.
De GI vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] nodig. Er zijn de afgelopen periode positieve stappen gezet, maar de betrokkenheid en de regie van de gezinsvoogd is nog wel nodig om [minderjarige] weer naar school te krijgen en hem hierin te ondersteunen. Bij [minderjarige] wordt op dit moment een nulmeting afgenomen via het [naam] College, maar de gezinsvoogd loopt tegen de bureaucratie aan waardoor alles onnodig lang duurt. Hierdoor gaat [minderjarige] nog steeds niet naar school. Wel is het gelukt om dagbesteding voor [minderjarige] te vinden bij [locatie] . Daarnaast vindt de GI dat er moet worden gewerkt aan de verstandsverhouding tussen de moeder en [minderjarige] , omdat thuis regelmatig escalaties plaatsvinden. [minderjarige] zal ook hulpverlening nodig hebben om begrensd te worden, met name in zijn verbale gedrag. Hoewel de GI eerder dacht dat een verlenging van de ondertoezichtstelling voor zes maanden voldoende was om in te zetten op de schoolgang voor [minderjarige] , heeft de gezinsvoogd zijn verzoek tijdens de zitting (en later nog schriftelijk) gewijzigd. De gezinsvoogd vindt het namelijk ook belangrijk dat hulpverlening wordt ingezet voor de opvoedvaardigheden van de ouders. Daarvoor is de medewerking van de ouders wel ontzettend belangrijk. De gezinsvoogd denkt dat het in het belang van [minderjarige] is dat de moeder af en toe een stap achteruit doet en de vader meer op de voorgrond zal treden.
De moeder
4.2.
De moeder stemt in met een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar. Zij maakt zich grote zorgen om de ontwikkeling van [minderjarige] . Hoewel de legerfascinatie van [minderjarige] lijkt af te nemen, heeft hij nog altijd bovenmatige interesse in wapens en geweld. [minderjarige] laat structureel grensoverschrijdend gedrag zien, zowel verbaal, sociaal als fysiek. De moeder maakt zich in het bijzonder zorgen om de seksuele ontwikkeling van [minderjarige] . Recent heeft zich een nieuw incident voorgedaan, waarbij [minderjarige] een vriendin van zijn zus ongewenst heeft betast. De moeder vindt dit een ernstig signaal dat niet kan worden genegeerd en dat vraagt om professionele opvolging. Daarnaast is sprake van een moeizame samenwerking met het [naam] College, waardoor de schoolgang van [minderjarige] onnodig vertraging oploopt. Ook geeft de moeder aan dat de situatie zwaar op haar drukt. Zij is verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg van [minderjarige] en loopt tegen de dagelijkse escalaties van [minderjarige] aan. Dit valt haar steeds zwaarder, omdat [minderjarige] steeds groter en sterker wordt. De moeder is bereid om aan de hulpverlening voor zichzelf mee te werken, maar heeft wel haar twijfels. De samenwerking tussen de ouders verloopt al lange tijd niet goed en de wachtlijsten voor de hulpverlening zijn lang. Verder is namens de moeder naar voren gebracht dat het voor haar helpend kan zijn dat de gezinsvoogd niet alleen een jaarplanning maakt, maar ook een planning voor de komende 2-3 maanden zodat dit voor de moeder concreet is en de voortgang kan worden gemonitord.
De vader
4.3.
De vader staat achter een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar. Hij maakt zich zorgen om [minderjarige] en is geschrokken van het recente incident waarbij [minderjarige] een vriendin van zijn zus ongewenst heeft betast. De vader is ook bereid om voor zichzelf hulpverlening te accepteren.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter vindt daarom een ondertoezichtstelling nog steeds nodig en verlengt deze voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt zijn beslissing hierna uit.
5.2.
De kinderrechter maakt zich grote zorgen om de ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] heeft moeite met het accepteren van de grenzen van anderen. Hij laat seksueel grensoverschrijdend gedrag zien, heeft een bovenmatige fascinatie voor het leger, wapens en geweld en gaat bovendien ook al lange tijd niet naar school toe. Thuis vinden escalaties plaats, waarbij de moeder duidelijk aangeeft dat zij dit eigenlijk niet langer kan volhouden. Verder is tijdens de zitting gebleken dat zich recent een incident heeft voorgedaan waarbij [minderjarige] een vriendin van zijn zus ongewenst heeft betast. De ouders waren hiervan op de hoogte, maar de gezinsvoogd niet. De gezinsvoogd was in de veronderstelling dat – na het incident waarbij [minderjarige] kinderen had gevraagd hun geslachtsdelen te laten zien – hij na een gesprek voldoende tot [minderjarige] was doorgedrongen dat dit seksueel grensoverschrijdende gedrag ontoelaatbaar is.
5.3.
[minderjarige] heeft zo snel mogelijk passende hulpverlening nodig voor zijn seksuele ontwikkeling, maar ook voor zijn fascinatie voor wapens en geweld. Zoals ook tijdens de zitting is besproken, bestaat anders de angst dat [minderjarige] over de grenzen van anderen blijft gaan en hij slachtoffers zal maken. Gelet op de grote zorgen en de belastbaarheid van de ouders kunnen de ontwikkelingsbedreigingen van [minderjarige] niet worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
5.4.
De komende periode moet ook volop worden ingezet om [minderjarige] weer naar school te krijgen. De kinderrechter heeft begrepen van de ouders en de gezinsvoogd dat zij tegen bureaucratische problemen aanlopen in dit proces en dat is niet in het belang van [minderjarige] . Het is daarom belangrijk dat zo snel mogelijk wordt doorgepakt en dat dus de nulmeting plaatsvindt bij het [naam] College. Daarnaast zal niet alleen hulpverlening nodig zijn voor [minderjarige] , maar ook voor de ouders. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat de ouders naar de gezinsvoogd zullen luisteren en zullen meewerken aan de hulpverlening, omdat zij zich tijdens de zitting hiertoe bereid hebben verklaard.
5.5.
De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] zijn:
  • het seksueel grensoverschrijdende gedrag;
  • de legerfascinatie, althans zijn bovenmatige interesse in wapens en geweld;
  • de emotieregulatie problematiek met als gevolg escalaties;
  • het gebrek aan het herkennen en zich houden aan grenzen van anderen;
  • [minderjarige] gaat al lange tijd niet naar school;
  • er is nog geen duidelijke diagnostiek bij [minderjarige] afgenomen;
  • de disbalans in de draagkracht en draaglast van de moeder;
  • het gebrek aan samenwerking en communicatie tussen de ouders.
5.6.
De doelen voor de komende periode zijn:
  • [minderjarige] groeit op in een veilige en stabiele opvoedingsomgeving waar aangesloten wordt bij zijn ontwikkeling;
  • het begeleiden van de schoolgang van [minderjarige] ;
  • er komt passende hulpverlening voor de seksuele ontwikkeling van [minderjarige] ;
  • er komt passende hulpverlening voor de fascinatie van [minderjarige] in wapens en geweld;
  • [minderjarige] ontwikkelt zich leeftijdsadequaat, naar vermogen. [minderjarige] leert grenzen van andere herkennen en hier rekening mee te houden. [minderjarige] leert om te gaan met zijn emoties en frustraties en accepteert regels en grenzen;
  • [minderjarige] heeft emotioneel beschikbare opvoeders die aansluiten bij wat hij nodig heeft;
  • vanuit diagnostiek wordt duidelijk wat [minderjarige] nodig heeft;
  • de draagkracht en draaglast van de moeder wordt in balans gebracht;
  • de ouders erkennen de zorgen en accepteren hulpverlening, zowel voor [minderjarige] als
voor zichzelf.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 6 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door
mr. K.G. van de Streek, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 20 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.