Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- notulen van commissie- en raadsvergaderingen;
- alle digitale communicatie waaronder e-mails, sms’jes en WhatsApp berichten;
- notities die als niet-officiële communicatie tussen ambtenaren en bestuurders zijn verstuurd;
- alle overige informatie inclusief alle externe communicatie, en
- een totale opgave van de kosten aangaande dit dossier, inclusief de kosten van PwC.
- artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo;
- artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo;
- artikel 5.2, eerste lid, van de Woo.
- de weigering van document 016 berust op artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de Woo;
- de documenten 008 en 116 worden alsnog openbaar gemaakt;
- delen van document 001 zijn terecht geweigerd;
- document 035, bijlage 2, wordt alsnog openbaar gemaakt;
- in een nadere zoekslag is document 030b is gevonden en dit document wordt openbaar gemaakt;
- documenten 129 en de bijlagen 1 tot en met 5 worden deels openbaar gemaakt waarbij openbaarmaking van passages worden geweigerd op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, van de Woo.
‘ik probeer je morgen (vrijdag) even te bellen’. De rechtbank overweegt dat deze zin niet betekent dat dit telefoongesprek heeft plaatsgevonden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de uitleg van het college dat betwijfeld kan worden of het telefoongesprek waar in deze mailwisseling over wordt gesproken heeft plaatsgevonden. Het college heeft bij nazoeking in juni 2023 ook geen documenten hierover gevonden. Ten aanzien van document 100 heeft het college voldoende toegelicht dat er geen nadere stukken zijn. Verder heeft het college ten aanzien van document 130 toegelicht dat bij een nadere zoekslag is gezocht naar het bericht van 2 augustus 2017, maar dat niet is gebleken dat PwC dit bericht heeft doorgestuurd naar het college. De rechtbank acht deze toelichting van het college niet ongeloofwaardig. De opmerking die in de e-mail wordt gemaakt bewijst niet dat dit document wel bij het college aanwezig is. De rechtbank ziet in wat eiser aanvoert ook geen aanleiding om te veronderstellen dat deze documenten er wel zijn.
‘In de bijlage vinden we echter alleen de managementovereenkomst van [naam 2] en niet van [naam 1] , deze vraag ik nog even op’. Vervolgens wordt ook in de mailwisseling van 24 augustus 2017 in document 102 gevraagd naar de managementovereenkomst van [naam 1] . Het college wijst op de mailwisselingen in de documenten 103 en 104 van 24 augustus 2017, waaruit valt op te maken dat er geen managementovereenkomst voor [naam 1] is. De rechtbank vindt dat er op grond van deze stukken geen indicatie is dat deze managementovereenkomst er wel moet zijn, omdat uit de eigen correspondentie van het college ook blijkt dat deze overeenkomst niet boven water is gekomen. Eiser is er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat dit document bij het college berust.