Uitspraak
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn (het college),
[derde-partij]uit [woonplaats] (de vergunninghouder)
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van Baarn heeft verleend voor de bouw van een appartementengebouw met tien appartementen op een perceel in Baarn. Het bouwplan wijkt af van het bestemmingsplan, zowel qua gebruiksfunctie als bouwregels, waaronder bouwhoogtes en bebouwingsvrije zones.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de afwijking van de bouwregels uit het bestemmingsplan toch in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing vermeldt niet duidelijk op welke onderdelen het bouwplan in strijd is met de bouwregels en hoe deze afwijkingen zijn betrokken in de belangenafweging.
Andere beroepsgronden, zoals het niet voldoen aan de sociale woningbouwnorm, de welstandstoetsing en het ontbreken van alternatieven, worden afgewezen. De rechtbank wijst erop dat het college beleidsruimte heeft en dat de rechtbank zelf niet toetst of de vergunning inhoudelijk toewijsbaar is.
De rechtbank geeft het college vier weken de tijd om het motiveringsgebrek te herstellen met een aanvullende motivering of een nieuwe vergunning. Het college moet binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak aangeven of het van deze mogelijkheid gebruikmaakt. De verdere procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in de omgevingsvergunning en stelt het college in de gelegenheid dit binnen vier weken te herstellen.