ECLI:NL:RBMNE:2026:632
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens procesbeslissing en gebrek aan vooringenomenheid
Verzoekers dienden tijdens de mondelinge behandeling een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter, omdat hun aanhoudingsverzoeken niet werden gehonoreerd en zij het gevoel hadden dat de rechter niet serieus naar hen luisterde. De gemachtigde van verzoekers gaf aan door persoonlijke omstandigheden in Iran niet in staat te zijn haar cliënten goed te vertegenwoordigen, hetgeen door de rechter niet werd meegenomen.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek en oordeelde dat de beslissing van de rechter om het aanhoudingsverzoek af te wijzen een procesbeslissing betreft, die geen geldige grond voor wraking kan vormen. Ook de motivering van deze beslissing kan slechts aanleiding geven tot wraking indien deze een uiting van vooringenomenheid is, wat hier niet het geval was.
De kamer nam een uitzondering op de hoofdregel door ook later aangevoerde wrakingsgronden mee te wegen, omdat de rechter niet expliciet naar deze gronden had gevraagd. Desondanks bleek geen sprake van vooringenomenheid. De interne miscommunicatie binnen de rechtbank en het feit dat de rechter de zitting niet aanhield ondanks de situatie in Iran, rechtvaardigen geen wraking.
De wrakingskamer concludeerde dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wees het af. De procedures worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen omdat geen sprake is van vooringenomenheid en de beslissing een procesbeslissing betreft.