ECLI:NL:RBMNE:2026:645
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over dwangsommen en beslaglegging bij huurgeschil bedrijfsruimte
Graaf Wichman Huizen Vastgoed B.V. en [gedaagde partij] B.V. zijn verwikkeld in een langdurig huurgeschil over een bedrijfsruimte waarin een bowlingcentrum wordt geëxploiteerd. Na eerdere vonnissen over huurachterstanden en servicekosten, waarbij dwangsommen werden opgelegd, ontstond onenigheid over de uitvoering van deze vonnissen en de rechtmatigheid van executiemaatregelen.
Graaf Wichman vorderde in kort geding onder meer een verbod op executie van dwangsommen en een verbod op verrekening van dwangsommen met huurachterstanden. [gedaagde partij] vorderde opheffing van het executoriaal beslag op haar aandelen. De rechtbank oordeelde dat Graaf Wichman aan haar verplichtingen tot het verstrekken van informatie had voldaan, maar dat [gedaagde partij] tijd nodig heeft om deze te beoordelen in overleg met een deskundige.
De rechtbank weegt de belangen en concludeert dat het belang van [gedaagde partij] bij het kunnen uitvoeren van het vonnis zwaarder weegt dan het belang van Graaf Wichman bij schorsing van de executie. Het verbod op verrekening van dwangsommen met huurachterstanden wordt wel toegewezen om complicaties in hoger beroep te voorkomen. De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen. Proceskosten worden deels gecompenseerd en deels aan [gedaagde partij] opgelegd.
Uitkomst: Verbod op verrekening van dwangsommen met huurachterstand toegewezen, verbod op executie en opheffing beslag afgewezen.