De rechtbank Midden-Nederland heeft op 3 februari 2026 uitspraak gedaan over de verlenging van de tbs-maatregel met dwangverpleging van een betrokkene die veroordeeld is voor vernieling, bedreiging en opzettelijke brandstichting. De betrokkene verblijft sinds de oplegging van de maatregel in februari 2024 in detentie, wachtend op opname in een forensisch psychiatrische kliniek, waardoor hij een langdurige passant is zonder behandeling.
De officier van justitie vorderde een verlenging van de tbs met twee jaar, gesteund door het advies van de kliniek. De verdediging pleitte voor een verlenging van slechts één jaar om de schrijnende situatie van de betrokkene en de passantenproblematiek te adresseren en om de ontwikkelingen beter te kunnen volgen.
De rechtbank oordeelde dat de tbs verlengd moet worden vanwege het blijvende risico op herhaling en de aanwezige stoornissen, maar achtte de passantenproblematiek een bijzondere omstandigheid die rechtvaardigt af te wijken van de gebruikelijke verlenging van twee jaar. Daarom werd de tbs met één jaar verlengd, met het oog op het actief volgen van de plaatsingsontwikkelingen en het opstellen van nieuwe rapporten indien opname uitblijft.
De rechtbank benadrukte de onacceptabele situatie van de betrokkene die al meer dan twee jaar zonder behandeling in detentie verblijft en gaf de officier van justitie de opdracht om tijdig nieuwe Pro Justitia rapporten te laten opstellen voor de volgende verlengingszitting indien nodig.