ECLI:NL:RBMNE:2026:663

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
UTR 24/2898
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken procesbelang

Eiser ontving op 16 februari 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Almere. Hiertegen maakte eiser bezwaar, waarop de heffingsambtenaar op 16 januari 2024 het bezwaar gegrond verklaarde en de naheffingsaanslag vernietigde. Eiser stelde vervolgens nogmaals bezwaar in, dat door de heffingsambtenaar werd opgevat als een beroepschrift en doorgestuurd naar de rechtbank.

Op 16 februari 2026 vond de mondelinge behandeling plaats, waarbij de gemachtigde van de heffingsambtenaar aanwezig was, maar eiser en zijn gemachtigde zonder bericht van verhindering niet verschenen. De rechtbank deed direct uitspraak en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank overwoog dat het geschil tussen partijen was komen te vervallen doordat de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser volledig had gehonoreerd. Hierdoor ontbrak het aan een procesbelang bij eiser om het beroep voort te zetten. De rechtbank zag daarom geen aanleiding om het beroep inhoudelijk te behandelen of proceskosten toe te wijzen.

De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Linde in aanwezigheid van griffier M.A. Barmentlo. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2898

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

16 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach)
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: A. Teunissen).

Procesverloop

1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 16 februari 2024 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 16 januari 2024 het bezwaar van eiser gegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag vernietigd. Eiser heeft hiertegen nogmaals bezwaar ingesteld. De heffingsambtenaar heeft dit opgevat als een beroepschrift en doorgestuurd naar de rechtbank. [1]
1.3.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen, zonder bericht van verhindering.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de rechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt vast dat verweerder volledig aan eiser zijn bezwaar tegemoet is gekomen. Het geschil tussen eiser en verweerder houdt daardoor op te bestaan. Aangezien niet is gebleken van enig belang bij vernietiging van het bestreden besluit, moet het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Er is daarom geen aanleiding voor de vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
16 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 6:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).