ECLI:NL:RBMNE:2026:663
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken procesbelang
Eiser ontving op 16 februari 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Almere. Hiertegen maakte eiser bezwaar, waarop de heffingsambtenaar op 16 januari 2024 het bezwaar gegrond verklaarde en de naheffingsaanslag vernietigde. Eiser stelde vervolgens nogmaals bezwaar in, dat door de heffingsambtenaar werd opgevat als een beroepschrift en doorgestuurd naar de rechtbank.
Op 16 februari 2026 vond de mondelinge behandeling plaats, waarbij de gemachtigde van de heffingsambtenaar aanwezig was, maar eiser en zijn gemachtigde zonder bericht van verhindering niet verschenen. De rechtbank deed direct uitspraak en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank overwoog dat het geschil tussen partijen was komen te vervallen doordat de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser volledig had gehonoreerd. Hierdoor ontbrak het aan een procesbelang bij eiser om het beroep voort te zetten. De rechtbank zag daarom geen aanleiding om het beroep inhoudelijk te behandelen of proceskosten toe te wijzen.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Linde in aanwezigheid van griffier M.A. Barmentlo. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.