ECLI:NL:RBMNE:2026:665
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks bezit gehandicaptenparkeerkaart
Eiser, houder van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn auto op 15 december 2023 geparkeerd stond zonder betaalde parkeerbelasting en zonder dat de GPK zichtbaar achter de voorruit lag. Hoewel eiser stelde dat hij de GPK bezat en deze was vergeten neer te leggen vanwege een ziekenhuisbezoek, oordeelde de rechtbank dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat de parkeerplaats alleen gebruikt mocht worden tegen betaling of met een zichtbaar aangebrachte GPK. De bewijslast rustte op de heffingsambtenaar, die aannemelijk maakte dat de GPK niet in de auto aanwezig was tijdens de controle. De rechtbank erkende het menselijke aspect van het vergeten van de kaart, maar benadrukte dat dit voor rekening en risico van eiser blijft.
De rechtbank wees het beroep af en handhaafde de naheffingsaanslag. Tevens werd geen vergoeding van het griffierecht toegekend. De uitspraak werd mondeling gedaan op 16 februari 2026 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt gehandhaafd omdat de gehandicaptenparkeerkaart niet zichtbaar in de auto lag.