ECLI:NL:RBMNE:2026:665

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
UTR 24/2956
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 GemeentewetVerordening parkeerbelastingen Almere 2023
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks bezit gehandicaptenparkeerkaart

Eiser, houder van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn auto op 15 december 2023 geparkeerd stond zonder betaalde parkeerbelasting en zonder dat de GPK zichtbaar achter de voorruit lag. Hoewel eiser stelde dat hij de GPK bezat en deze was vergeten neer te leggen vanwege een ziekenhuisbezoek, oordeelde de rechtbank dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd.

De rechtbank stelde vast dat de parkeerplaats alleen gebruikt mocht worden tegen betaling of met een zichtbaar aangebrachte GPK. De bewijslast rustte op de heffingsambtenaar, die aannemelijk maakte dat de GPK niet in de auto aanwezig was tijdens de controle. De rechtbank erkende het menselijke aspect van het vergeten van de kaart, maar benadrukte dat dit voor rekening en risico van eiser blijft.

De rechtbank wees het beroep af en handhaafde de naheffingsaanslag. Tevens werd geen vergoeding van het griffierecht toegekend. De uitspraak werd mondeling gedaan op 16 februari 2026 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt gehandhaafd omdat de gehandicaptenparkeerkaart niet zichtbaar in de auto lag.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2956

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

16 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: A. Khan)
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: A. Teunissen).

Procesverloop

1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 19 december 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 8 maart 2024 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder verschenen.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan, waarbij is gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

De feiten
2. Eiser is houder van een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK). Deze GPK is niet aan een kenteken gebonden. In de gestelde voorwaarden op de GPK is aangegeven dat de originele parkeerkaart duidelijk zichtbaar en goed leesbaar achter de voorruit van het voertuig moet zijn geplaatst.
2.1.
De naheffingsaanslag is aan eiser opgelegd omdat zijn auto met het kenteken [kenteken] op 15 december 2023 om 12:21 uur aan het Hennepveld in Almere stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. In de parkeerverordening is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. [1]
2.2.
Voor houders van een GPK geldt een vrijstelling, mits deze parkeerkaart op een goed zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig is aangebracht.
Geschil
3. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
3.1.
Eiser heeft gesteld dat hij is vergeten de GPK in de auto neer te leggen, maar dat hij door het overleggen van documenten alsnog heeft aangetoond over een GPK te beschikken. Hij is dus gerechtigd gebruik te maken van de daarvoor bestemde parkeerplaatsen. Hij is door de haast vanwege een ziekenhuisbezoek vergeten de GPK neer te leggen.
3.2.
De heffingsambtenaar heeft gesteld dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, omdat er geen GPK dan wel een geldig parkeerkaartje in de auto lag.
Beoordeling van het geschil
4. Op grond van artikel 225, eerste lid, van de Gemeentewet, kan de gemeente parkeerbelasting heffen ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze. Van deze mogelijkheid heeft de gemeente Almere met het vaststellen van de Verordening gebruik gemaakt.
5. Niet in geschil is dat de parkeerplaats op de locatie waar eiser zijn auto geparkeerd heeft, een parkeerplaats is waar op dat tijdstip uitsluitend tegen betaling van parkeerbelasting, dan wel met een GPK zonder betaling van parkeerbelasting, mocht worden geparkeerd. Voorwaarde daarbij is dat de GPK op een goed zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig is aangebracht.
6. Op de heffingsambtenaar rust de bewijslast aannemelijk te maken dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is de heffingsambtenaar in die bewijslast geslaagd. Tussen partijen is niet in geschil dat ten tijde van de controle door de parkeercontroleur geen GPK in de auto aanwezig was. Er is dan ook niet voldaan aan alle voorwaarden om te worden vrijgesteld van het betalen van parkeerbelasting. Nu geen parkeerbelasting is betaald, is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Hoewel de rechtbank er begrip voor heeft dat een houder van een GPK kan vergeten om deze tijdens het parkeren achter de voorruit te leggen, dient dit voor zijn rekening en risico te blijven. De rechtbank is ook niet bevoegd de naheffingsaanslag om redenen van coulance te vernietigen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Daarom blijft de uitspraak op bezwaar in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van het griffierecht.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
16 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verordening parkeerbelastingen Almere 2023.