ECLI:NL:RBMNE:2026:676

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
UTR 26/526
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen raadsbesluit ontwikkelingsvisie gemeente Utrechtse Heuvelrug

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit van de gemeenteraad van Utrechtse Heuvelrug waarin de ontwikkelingsvisie Kraaijbeek, Bijdorp, Bloemenoord en Budding is vastgesteld. Verzoeker vordert een voorlopige voorziening in afwachting van de beslissing op het bezwaar.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het raadsbesluit een politiek-bestuurlijke keuze betreft en niet gericht is op rechtsgevolg. Hierdoor is het geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen bezwaar of beroep openstaat. Het bezwaar is daarom niet-ontvankelijk.

Omdat het bezwaar evident geen kans van slagen heeft, wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. De raad hoeft geen griffierecht of proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het raadsbesluit wordt afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/526

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug (de raad), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit dat de gemeenteraad in zijn vergadering van 15 december 2025 heeft genomen waarbij de ‘Ontwikkelingsvisie Kraaijbeek, Bijdorp, Bloemenoord, Budding’ (ontwikkelvisie) is vastgesteld. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit en heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van een beslissing op het bezwaar.
1.2.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Verzoeker meent dat het raadsbesluit in strijd is met de eigen Woonvisie en de regionale Woondeal. Hij wijst erop dat de gemeenteraad in de ontwikkelvisie inhoudelijke en normerende keuzes heeft gemaakt die richtinggevend en bindend zijn voor vervolgbesluiten.
4. Het raadsbesluit is een politiek-bestuurlijke keuze van de gemeenteraad over de door hem gewenste manier voor de verdere ontwikkeling van de inbreidingslocaties Bijdorp, Bloemenoord, Budding en Kraaijbeek. Het raadsbesluit is niet gericht op rechtsgevolg en is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar of beroep open staat. De raad zal het bezwaar om die reden niet-ontvankelijk moeten verklaren.
5. Omdat het bezwaar tegen het raadsbesluit evident geen kans van slagen heeft, moet het verzoek om voorlopige voorziening als “kennelijk ongegrond” worden afgewezen.
6. De raad hoeft geen griffierecht of proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.