ECLI:NL:RBMNE:2026:689
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening woningurgentie wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor woningurgentie wegens dreigende dakloosheid, welke door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht is afgewezen omdat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening en geen bijzondere persoonlijke noodsituatie heeft.
Verzoeker stelde dat hij feitelijk dakloos is sinds maart 2024 en een ernstige medische situatie heeft die een stabiele woonplek vereist voor herstel na een operatie en behandeling van PTSS. Hij vroeg daarom om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. Verzoeker kon niet voldoende onderbouwen dat er sprake is van een spoedeisend belang of een dreigende onomkeerbare situatie.
Ook was het niet aannemelijk dat het besluit van het college evident onrechtmatig is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.