ECLI:NL:RBMNE:2026:69
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens niet nakomen inlichtingenplicht
Eiser ontving sinds 2014 met onderbrekingen een bijstandsuitkering, laatstelijk toegekend per 8 januari 2020. In 2024 en 2025 verscheen eiser herhaaldelijk niet op afspraken met de werkcoach en trainingssessies zonder bericht, en leverde hij niet de gevraagde documenten aan. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht besloot daarom op 7 maart 2025 het recht op uitkering in te trekken vanaf 29 januari 2025 en de teveel ontvangen bijstand over die periode terug te vorderen.
Eiser voerde aan dat hij de uitnodigingen niet had ontvangen en dat het niet verschijnen hem niet te verwijten viel. De rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan zijn inlichtingenplicht en dat het college voldoende had gemotiveerd waarom het besluit rechtmatig was. Eiser had geen medische stukken overlegd ter onderbouwing van zijn stellingen en had ook geen nieuw contactadres doorgegeven.
De rechtbank stelde vast dat het beroep van eiser onvoldoende was gemotiveerd en dat het college terecht het zwaarste middel had toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard, het besluit bleef in stand en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. Eiser kon nog in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering blijft in stand.