Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
1.De stukken
- het vonnis van deze rechtbank van 10 november 2020 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden, omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan onder meer het medeplegen van het veroorzaken van een ontploffing en diverse bedreigingen;
- stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op
- de verlengingsbeslissing van deze rechtbank van 6 mei 2025, waarbij de termijn van tbs is verlengd met twee jaar, de voorwaarden van de tbs zijn gewijzigd en de vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging afgewezen is;
- het Pro Justitia-rapport van 3 november 2025, opgemaakt door E.I.J. Peeters (gz-psycholoog);
- het verlengingsadvies tbs van 19 december 2025 van GGZ [locatie 1] [plaats 1] , opgemaakt door mw. [A] , reclasseringswerker;
- de vordering van de officier van justitie van 7 januari 2026, die strekt tot verlenging van de tbs met een jaar;
- de vordering van de officier van justitie van 7 januari 2026, die strekt tot wijziging van twee voorwaarden;
- de voortgangsverslagen over de periode mei 2025 tot en met oktober 2025;
- een e-mail van 11 februari 2026 van [A] , reclasseringswerker.
2.Het onderzoek ter terechtzitting
- de officier van justitie, mr. A.L. Rinsma;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. Z.L. Moezel, advocaat te Amsterdam;
- de aan GGZ [locatie 1] [plaats 1] verbonden reclasseringswerkers, [A] en [B] .