Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:693

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
UTR 26/1484
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 5.1 Omgevingsplan Stichtse VechtArt. 4.4 Verordening fysieke leefomgeving Stichtse Vecht 2023Art. 10 Algemene Mandaatbesluit Stichtse Vecht 2021
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuursdwang verwijderen tent in openbare ruimte

Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht, waarin hij werd gelast zijn tent en spullen te verwijderen uit de openbare ruimte op een perceel met de bestemming 'bos'. Het college dreigde bestuursdwang toe te passen indien niet aan deze last werd voldaan.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van onverwijlde spoed vanwege de korte termijn die het college had gesteld om aan de last te voldoen. Verzoeker betwistte niet dat het verblijf in de tent in strijd was met het omgevingsplan en de verordening fysieke leefomgeving. Het bezwaar van verzoeker werd als kansloos beoordeeld, mede omdat het college alternatieve opvangmogelijkheden had aangeboden die verzoeker niet wilde benutten.

De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had en dat er weinig ruimte was om de belangen van verzoeker te wegen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en moest verzoeker uiterlijk op de gestelde datum de tent verwijderen. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestuursdwangbesluit tot verwijdering van de tent wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/1484

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht, (het college)
(gemachtigde: mr. S. Ralovic).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker gericht tegen het besluit van het college van 23 februari 2026 (het primaire besluit). Daarin heeft het college verzoeker gelast om uiterlijk zaterdag 28 februari 2026 om 23:59 uur zijn tent en spullen op de locatie ter hoogte van de [straat] , Maarssen, te verwijderen en verwijderd te houden. Als verzoeker daar niet tijdig aan voldoet zal het college bestuursdwang toepassen en zelf overgaan tot het verwijderen van de tent en spullen van verzoeker. Daarnaast is in het primaire besluit door het college ook een last opgelegd ter voorkoming van herhaling. Daarin wordt verzoeker gelast om zijn tent en spullen te verwijderen uit de openbare ruimte binnen het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht. Als eiser daaraan niet voldoet zal het college onmiddellijk bestuursdwang toepassen.
2. Vanwege de korte begunstigingstermijn is sprake van onverwijlde spoed bij de beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet daarin aanleiding om zonder zitting uitspraak te doen op het verzoek. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat partijen daardoor niet in hun belangen zijn geschaad. Verzoeker heeft zijn standpunt over het verzoek om een voorlopige voorziening schriftelijk kenbaar gemaakt en heeft aangegeven wat anders is ten opzichte van het vorige verzoek om voorlopige voorziening dat zag op een aan verzoeker opgelegde last onder bestuursdwang van 15 januari 2026 dat wel door de voorzieningenrechter op zitting is behandeld. Het college heeft gereageerd met een verweerschrift.

Het geschil

3. Het college heeft aan het primaire besluit ten grondslag gelegd dat verzoeker in een tent verblijft op een locatie ter hoogte van de [straat] , terwijl dit in strijd is met het omgevingsplan [1] en de Verordening fysieke leefomgeving Stichtse Vecht 2023. [2] Verzoeker is het niet eens met het primaire besluit. Hij vindt dat hij niet in strijd met het algemeen belang handelt door in zijn tent te verblijven op een perceel dat is bestemd als ‘bos’ en hij vindt dat zijn belangen zwaarder wegen dan het algemeen belang.

De achtergrond

4. Deze zaak is onderdeel van een langer lopend geschil tussen verzoeker en het college. Daarbij is door het college al eerder vastgesteld dat verzoeker met een tent op locaties in de openbare ruimte verblijft die daarvoor niet zijn bestemd en waarop verblijf niet is toegestaan. Dit heeft geleid tot een last onder bestuursdwang van 15 januari 2026. Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt en bij deze rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek is behandeld op de zitting van 23 januari 2026 en vervolgens met de uitspraak van 6 februari 2026 [3] afgewezen.
5. Uit deze uitspraak volgt onder meer dat het college bereid is om – binnen de mogelijkheden – met verzoeker naar een duurzamere oplossing te zoeken. Daarbij is gesproken over een mogelijk verblijf bij een daklozenopvang, de Tussenvoorziening of bij de wintercamping [locatie] [4] . Verzoeker heeft in de zaak waarover de voorzieningenrechter nu moet beslissen benadrukt dat hij van deze oplossingsmogelijkheden geen gebruik wil maken.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van eiser tot het treffen van een voorlopige voorziening af. De voorzieningenrechter zal dit oordeel hieronder verder toelichten. Het oordeel van de voorzieningenrechter bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Spoedeisend belang
7. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter tijdens een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige voorziening treffen als ‘onverwijlde spoed’ dat gelet op de betrokken belangen vereist.
8. De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van een spoedeisend belang. Het college heeft verzoeker tot uiterlijk 28 februari 2026 om 23:59 uur gegeven om aan de last te voldoen. Het college heeft telefonisch aan de griffier van de rechtbank laten weten in deze zaak, in tegenstelling tot het vorige verzoek om een voorlopige voorziening, niet meer bereid te zijn om de begunstigingstermijn op te schorten in afwachting van een uitspraak van de voorzieningenrechter. Het college betrekt daarbij dat dit geschil met verzoeker al langer loopt en het opschorten van de begunstigingstermijn niet tot een oplossing leidt. Gelet op de door het college gestelde termijn om aan de last te voldoen is sprake van een spoedeisend belang bij de beoordeling van het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter overweegt daarover het volgende.
10. Verzoeker betwist niet dat hij met zijn tent op het perceel staat, terwijl dit op grond van het omgevingsplan niet is toegestaan. [5] Hij moet daar dus weg. Verzoeker weet in ieder geval sinds 23 februari 2026 dat hij niet met zijn tent mag verblijven op het perceel. De daarvoor door het college gegeven termijn tot 28 februari 2026 is niet te kort om aan deze last te voldoen. Daarbij speelt ook een rol dat het college verzoeker in de eerdere last onder bestuursdwang ook heeft gelast om de tent waarin hij verbleef van een perceel uit de openbare ruimte te verwijderen. Het bestreden besluit en het voornemen zijn elektronisch ondertekend en dus niet voorzien van een natte handtekening, maar wel rechtsgeldig. De manager is gemandateerd om de besluiten namens het college te nemen. [6] Dit maakt het primaire besluit niet onrechtmatig.
11. Voor zover het verzoek om een voorlopige voorziening en het bezwaar ook zijn gericht tegen de opgelegde last ter voorkoming van herhaling, overweegt de voorzieningenrechter dat in de last is vermeld dat op geen enkele plek binnen de gemeente Stichtse Vecht is toegestaan om in de openbare ruimte een woonruimte te creëren met een tent en spullen. De voorzieningenrechter kan deze toelichting, zonder diepgravend onderzoek, volgen. Ook die bezwaargronden lijken geen kans van slagen te hebben.
Belangenafweging
12. Nu de voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft, betekent dit dat er bij de beoordeling van het verzoek weinig ruimte is om de belangen van verzoeker te beoordelen bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overweegt in het kader van de belangenafweging dat het weliswaar in het belang van eiser is om in een tent in het openbaar gebied te verblijven, maar dat het college voldoende alternatieve mogelijkheden heeft aangeboden. In het primaire besluit is een overzicht opgenomen van beschikbare opvanglocaties, waaronder ook een verblijf op de wintercamping in [locatie] . Deze alternatieven zijn ook met partijen besproken tijdens de behandeling van het vorige verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft duidelijk kenbaar gemaakt dat hij van deze alternatieve mogelijkheden geen gebruik wil maken. De voorzieningenrechter ziet daarin echter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

13. De voorzieningenrechter wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af. Dat betekent dat verzoeker aan de opgelegde last in het primaire besluit moet voldoen. Verzoeker moet daarom uiterlijk 28 februari 2026 om 23:59 uur de tent waarin hij verblijft verwijderen en verwijderd houden. Voor vergoeding van het griffierecht, een schadevergoeding of een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 5.1 van het omgevingsplan Stichtse Vecht, onderdeel Oud Zuilen en Op Buuren e.o. rust op de grond de bestemming ‘bos’.
2.Artikel 4.4, eerste lid, van de Verordening fysieke leefomgeving Stichtse Vecht 2023.
4.Boerderij camping Hofstede de Twaalfgaarden aan de Korssesteeg 2a te 3615 AS [locatie] .
5.Op grond van artikel 5.1 van het omgevingsplan Stichtse Vecht, onderdeel Oud Zuilen en Op Buuren e.o. rust op de grond de bestemming ‘bos’.
6.Op grond van artikel 10 van Pro het Algemene Mandaatbesluit Stichtse Vecht 2021.