ECLI:NL:RBMNE:2026:701

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/16/605220 / HL RK 26-3
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.12 lid 2 OwArt. 9.16 OwArt. 15.21 OwArt. 15.22 OwArt. 15.23 Ow
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundigen voor prijsvaststelling voorkeursrecht onroerende zaken in Utrecht

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht heeft de rechtbank verzocht een oordeel te geven over de prijs van een perceel met een voorkeursrecht en twee samenhangende percelen zonder voorkeursrecht, gelegen in Utrecht. De rechtbank heeft het verzoek ontvankelijk verklaard en een commissie van drie deskundigen benoemd om een advies uit te brengen over de waarde van deze onroerende zaken.

Partijen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek van de deskundigen en kunnen binnen vier weken na de beschikking schriftelijk hun visie op de waarde en uitgangspunten indienen. De deskundigen zullen zelfstandig het onderzoek instellen en een schriftelijk advies uitbrengen, waarbij zij partijen in de gelegenheid stellen opmerkingen en verzoeken te doen.

Na ontvangst van het definitieve advies zal een mondelinge behandeling plaatsvinden waarin partijen hun standpunten kunnen toelichten. De rechtbank heeft verder bepaald dat partijen geen gelegenheid krijgen om op elkaars opmerkingen over het conceptrapport te reageren. Alle verdere beslissingen worden aangehouden tot het advies is uitgebracht en behandeld.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en benoemt een commissie van deskundigen voor het uitbrengen van een prijsadvies over de onroerende zaken.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/605220 / HL RK 26-3
Beschikking van 18 februari 2026
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE UTRECHT,
te Utrecht,
verzoekende partij,
hierna te noemen: het College
advocaat: mr. H.A. Bijkerk,
tegen
[verweerder] B.V.,
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
advocaat: mr. G. Koop.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 12, ingekomen bij de rechtbank op 9 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is een datum voor deze tussenbeschikking bepaald.

2.Het verzoek en de beoordeling daarvan

2.1.
Bij brief van 16 december 2025 heeft [verweerder] het College verzocht om aan de rechtbank te verzoeken een oordeel te geven over de prijs van de bij haar in eigendom zijnde onroerende zaak waarop een voorkeursrecht in de zin van Afdeling 9.1 Omgevingswet is gevestigd, zijnde het perceel kadastraal bekend gemeente Utrecht:
- sectie [letter] , nummer [nummer] , groot 7.171 m2;
en over de prijs van de volgende twee percelen, waarop geen voorkeursrecht is gevestigd, maar welke percelen volgens [verweerder] een samenhangend geheel vormen als bedoeld in artikel 9.12 lid 2 Omgevingswet (hierna: Ow) met het eerstgenoemde perceel:
  • sectie [letter] , nummer [nummer] , groot 11.470 m2;
  • sectie [letter] , nummer [nummer] , groot 650 m2.
hierna samen te noemen: de onroerende zaken.
2.2.
Het College heeft daarop op 9 januari 2026 een verzoekschrift ingediend dat ertoe strekt dat de rechtbank haar oordeel geeft over de prijs van de onroerende zaken conform het bepaalde in artikel 9.16 Ow. Het College verzoekt de rechtbank om een of meer deskundigen te benoemen.
2.3.
[verweerder] heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek van het College.
2.4.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek voldoet aan de wettelijke eisen en daarom zal worden toegewezen zoals vermeld onder de beslissing.
2.5.
De rechtbank zal overeenkomstig artikel 16.122 lid 1 Ow een commissie van drie deskundigen benoemen om aan de rechtbank advies uit te brengen over de prijs van de onroerende zaken.
2.6.
De hierna onder de beslissing vermelde deskundigen hebben zich bereid verklaard de benoeming te aanvaarden en vrij te staan ten opzichte van partijen. Partijen hebben geen bezwaren ingebracht tegen de voorgenomen benoeming van deze deskundigen.
2.7.
De deskundigen moeten het advies uitbrengen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 15.21 tot en met 15.25 Ow (artikel 16.122 lid 1 jo. lid 2 Ow).
2.8.
De rechtbank wijst erop dat partijen verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundigen. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing is omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.9.
Als een partij op verzoek van de deskundigen of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
Mondelinge behandeling en descente
2.10.
De rechtbank heeft partijen verzocht ermee in te stemmen om, in eerste instantie, geen descente met een mondelinge behandeling te bepalen en het aan deskundigen over te laten om indien gewenst (met partijen) ter plaatse onderzoek te doen naar de onroerende zaken. Wel worden partijen in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na deze beschikking bij akte hun visie te geven over de waarde van de onroerende zaken en de volgens hen te hanteren uitgangspunten bij het bepalen van die waarde.
2.11.
Nadat de deskundigen hun definitieve advies hebben uitgebracht, zal alsnog een mondelinge behandeling (pleidooi) worden bepaald waarop partijen hun standpunten over dat advies naar voren kunnen brengen.
2.12.
Het College heeft met deze werkwijze ingestemd. [verweerder] heeft niet op deze voorgestelde werkwijze gereageerd, zodat de rechtbank het ervoor houdt dat zij hiermee akkoord gaat.
Overig
2.13.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

de deskundigen
3.1.
benoemt tot deskundigen om gezamenlijk een advies als bedoeld onder randnummer 3.2. uit te brengen:
- mr. J.R. Vermeulen (voorzitter)
adres: Veerhaven 17, 3016 CJ Rotterdam
telefoon: 06 55 76 13 20
e-mailadres: vermeulen@thna.nl
- ing. H.W. Bijsterbosch
adres: Komkleiland 27, 6666 ME Heteren
telefoon: 06 51 22 69 34
e-mailadres: h.bijsterbosch@delorijn.nl
- ing. J. van Lenthe
adres: Meander 651, 6825 ME Arnhem
telefoon: 06 53 84 59 90
e-mailadres: jeroen.vanlenthe@vanameyde.com
3.2.
draagt aan de deskundigen op om (met inachtneming van het bepaalde in artikel 15.21 tot en met 15.25 Ow) advies uit te brengen over de prijs van de krachtens Hoofstuk 9 Ow door [verweerder] aan het College te koop aangeboden onroerende zaken, te weten de percelen kadastraal bekend gemeente Utrecht:
  • sectie R, nummer [nummer] , groot 7.171 m2;
  • sectie R, nummer [nummer] , groot 11.470 m2;
  • sectie R, nummer [nummer] , groot 650 m2.
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan iedere deskundige zal sturen;
het onderzoek
3.4.
stelt partijen in de gelegenheid om
binnen vier wekenna de datum van deze beschikking een akte in te dienen zoals overwogen onder randnummer 2.10 met een afschrift aan de wederpartij;
3.5.
bepaalt dat het College de stukken die op deze zaak betrekking hebben,
inclusief voornoemde aktes,
binnen vier wekenna de datum van deze beschikking aan de deskundigen moet toesturen;
3.6.
bepaalt dat de deskundigen het onderzoek zelfstandig zullen instellen op een door de deskundigen in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
3.7.
bepaalt dat het aan de deskundigen wordt overgelaten of en in hoeverre zij bij het vervullen van hun opdracht kennis willen nemen van de eventueel door partijen opgestelde waardebepalingen van de onroerende zaken;
3.8.
wijst de deskundigen erop dat bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moeten worden gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in hun schriftelijk advies moeten vermelden of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken;
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundigen moeten verstrekken als de deskundigen daarom vragen, de deskundigen toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundigen ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten;
3.10.
bepaalt dat de partij die schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen doet toekomen, daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekt;
het schriftelijk rapport
3.11.
draagt de deskundigen op om
uiterlijk 1 augustus 2026het advies schriftelijk en ondertekend in drievoud bij de griffie van de rechtbank in te leveren;
3.12.
wijst de deskundigen erop dat:
- uit het deskundigenrapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundigen is gebaseerd;
- de deskundigen een concept van het rapport aan partijen moeten toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen
binnen vier wekendaarover bij de deskundigen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundigen daarop moet vermelden;
3.13.
bepaalt dat partijen bij de deskundigen geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren;
overige bepalingen
3.14.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken
op 18 februari 2026.
5274