Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Midden-Nederland
Vitens N.V. vordert betaling van een openstaande rekening voor drinkwaterlevering aan de gedaagde. Vitens stelt dat de overeenkomst tot levering is aangegaan op of omstreeks 15 november 2019 en dat de gedaagde een betalingsachterstand heeft van €1.824,59. Na verrekening van een betaling door Sociale Banken Nederland resteert een bedrag van €783,43.
De gedaagde betwist de leveringsperiode en stelt dat de overeenkomst pas op 3 september 2022 is aangegaan, mede omdat hij van maart 2018 tot maart 2021 in detentie zat. Tevens wijst hij op een foutieve naamregistratie door Vitens, die pas in december 2025 is gecorrigeerd. De gedaagde maakt bezwaar tegen bijkomende kosten en stelt dat bij correcte naamregistratie de achterstand niet was ontstaan.
De kantonrechter oordeelt dat op grond van vaste jurisprudentie en de omstandigheden, waaronder het feit dat de gedaagde sinds 2013 huurder is van het adres en vanaf maart 2021 woonachtig was, er een overeenkomst tot levering is ontstaan. De gedaagde heeft het verbruik niet betwist en erkent de hoogte van het resterende bedrag. De vordering wordt daarom toegewezen.
Gezien de foutieve naamregistratie door Vitens en het feit dat de gedaagde dit meerdere malen heeft proberen te corrigeren, compenseert de kantonrechter de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €783,43 voor drinkwaterlevering en proceskosten worden gecompenseerd.