ECLI:NL:RBMNE:2026:705

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
11957033 \ UC EXPL 25-8727
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding en ontruiming woonruimte wegens illegale prostitutie en huurachterstand

Woonin vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning die door [gedaagde] wordt gehuurd, wegens illegale prostitutie vanuit de woning en een huurachterstand van €7.505,95. [gedaagde] erkent de huurachterstand en begrijpt dat hij de woning moet verlaten, maar vraagt uitstel vanwege een gepland behandeltraject in Zuid-Afrika.

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] tekortgeschoten is in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Er zijn meldingen en een proces-verbaal van de politie waarin illegale prostitutie vanuit de woning is vastgesteld, waarbij [gedaagde] op de hoogte was en hiervan profiteerde. Daarnaast is de huurachterstand aanzienlijk, meer dan tien maanden.

De rechter oordeelt dat deze tekortkomingen zwaarwegend zijn en ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen. Het belang van Woonin om illegale prostitutie tegen te gaan en de huurachterstand te innen weegt zwaarder dan het belang van [gedaagde] om de woning te behouden. De huurovereenkomst wordt ontbonden, [gedaagde] moet de woning binnen veertien dagen ontruimen en de huurachterstand en gebruiksvergoeding betalen. Ook worden de proceskosten aan [gedaagde] opgelegd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] moet de woning binnen veertien dagen ontruimen en de huurachterstand betalen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11957033 \ UC EXPL 25-8727 RJ/58605
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
STICHTING WOONIN,
gevestigd in Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonin,
gemachtigde: mr. M.J. Jeths,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 oktober 2025 met producties 1 tot en met 10;
- het verslag (proces-verbaal) van de civiele rolzitting van 12 november 2025, waarin de mondelinge reactie van [gedaagde] op de dagvaarding is vastgelegd;
- het verzoek van [gedaagde] van 13 januari 2026 om de zaak aan te houden;
- de beslissing van de kantonrechter van 13 januari 2026 dat de mondelinge behandeling op 16 januari doorgaat;
- de akte van Woonin van 15 januari 2026 waarin zij haar eis wijzigt.
1.2.
Op 16 januari 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was mevrouw [A] (woonconsulent) aanwezig namens Woonin, samen met de gemachtigde. [gedaagde] was ook aanwezig, samen met een vriendin en de heer [B] , zijn herstelcoach/ambulant begeleider.
1.3.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] huurt een woning van Woonin. Volgens Woonin is er sprake van illegale prostitutie vanuit de woning en heeft [gedaagde] een huurachterstand van € 7.505,95. Woonin wil daarom dat [gedaagde] de woning verlaat en de huurachterstand aan haar betaalt. [gedaagde] erkent dat hij een huurachterstand heeft en begrijpt dat hij de woning moet verlaten, maar [gedaagde] hoopt dat Woonin hem wat extra tijd wil gunnen, totdat hij een bewindvoerder heeft en hij een behandeltraject in Zuid-Afrika kan gaan volgen. De kantonrechter wijst de vordering van Woonin toe.

3.De beoordeling

[gedaagde] moet de huurachterstand van € 7.505,95 aan Woonin betalen
3.1.
[gedaagde] heeft de huurachterstand van € 7.505,95 niet betwist. Deze vordering wordt daarom toegewezen.
Ontbinding en ontruiming: juridisch uitgelegd
3.2.
[gedaagde] moet zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat [gedaagde] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, de algemene voorwaarden en de wet. Zo moet [gedaagde] (op tijd) zijn huur betalen, mag [gedaagde] de woning alleen als woning gebruiken en nergens anders voor en mag hij de woning niet (laten) gebruiken voor sekswerk. Als [gedaagde] deze verplichtingen niet nakomt (tekortschiet), kan dit een reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden. Dit is alleen anders als de gevolgen van de ontbinding niet in verhouding staan tot de tekortkoming van [gedaagde] , vanwege de bijzondere aard of geringe betekenis van die tekortkoming. [1]
[gedaagde] is tekortgeschoten in zijn verplichtingen
3.3.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen. Zoals volgt uit het proces-verbaal van 14 juli 2025 van de gemeente [2] is op 28 mei 2025 een melding bij de politie binnengekomen dat in de woning van [gedaagde] illegaal sekswerk zou plaatsvinden. In de melding stond ook de naam van de sekswerker en dat zij op het platform www. [website] haar diensten aanbiedt. Vervolgens is via de website www. [website] een afspraak tot stand gekomen die heeft geleid naar het adres van [gedaagde] . Uit het proces-verbaal volgt dat op 10 juli 2025 tijdens het onderzoek in de woning van [gedaagde] de vrouw in de slaapkamer werd aangetroffen en dat zij bevestigde dat zij sekswerker is. De vrouw heeft aangegeven dat [gedaagde] hier van wist en dat zij hem dagelijks gemiddeld € 50,00 betaalt. Vervolgens is op 16 juli 2025 een gesprek gevoerd met [gedaagde] , waarin hij heeft aangegeven op de hoogte te zijn dat de vrouw als sekswerker werkt in zijn woning en dat de regeling met haar hem goed uitkomt, omdat hij veel schulden heeft. Dat [gedaagde] later aan Woonin heeft aangegeven dat er vanuit zijn woning geen seksbedrijf gerund werd, vindt de kantonrechter gelet op de melding en het proces-verbaal niet aannemelijk. [gedaagde] heeft dit verder ook niet onderbouwd, waardoor de kantonrechter hier aan voorbij gaat. Daar komt ook bij dat ook in 2021 melding is gedaan van illegale prostitutie vanuit de woning, waarvan de gemeente ook een proces-verbaal heeft opgemaakt. Ook hierin staat dat [gedaagde] heeft aangegeven dat hij op de hoogte was van het feit dat de aangetroffen vrouw sekswerk aanbood op een site en werkte vanuit zijn slaapkamer.
3.4.
Ook is [gedaagde] tekortgeschoten in zijn verplichting om (op tijd) de huur te betalen. [gedaagde] heeft inmiddels namelijk een huurachterstand van € 7.505,95, wat neerkomt op meer dan tien maanden (de maandelijkse huur is € 737,37).
De tekortkomingen rechtvaardigen de ontbinding
3.5.
De kantonrechter oordeelt dat de tekortkomingen de ontbinding rechtvaardigen. Het toelaten van illegale prostitutie in een sociale huurwoning is een ernstige tekortkoming die Woonin niet hoeft toe te laten. Woonin heeft een zwaarwegend belang om tegen illegale prostitutie op te treden. Illegale prostitutie is verboden en geeft overlast aan de buurt. Bovendien heeft [gedaagde] een grote huurachterstand van meer dan tien maanden. Uit vaste rechtspraak volgt dat in het algemeen bij een huurachterstand van drie maanden of meer wordt gesproken van een tekortkoming die van voldoende gewicht is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen. Het belang van [gedaagde] om de woning te behouden weegt gelet op deze tekortkomingen niet op tegen het belang van Woonin bij ontbinding van de huurovereenkomst. Bovendien heeft [gedaagde] aangegeven dat hij zeer binnenkort van plan was om zelf de huur op te zeggen, aangezien hij naar Zuid-Afrika gaat voor een behandeltraject en daarna op een andere plek zal gaan wonen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] moet de woning ontruimen
3.6.
Gelet op het voorgaande wordt de huurovereenkomst ontbonden en moet [gedaagde] de woning ontruimen. Dit betekent dat [gedaagde] de woning moet verlaten en leeg en netjes moet achterlaten. Woonin heeft hiervoor een termijn van veertien dagen gevorderd. Deze termijn zal worden toegewezen. De kantonrechter houdt hierbij wel in gedachte dat Woonin tijdens de mondelinge behandeling heeft toegezegd dat zij soepel om zal gaan met deze termijn als er zicht is op het vertrek van [gedaagde] naar Zuid-Afrika.
[gedaagde] moet een gebruiksvergoeding betalen
3.7.
Na de ontbinding van de huurovereenkomst tot de ontruiming moet [gedaagde] aan Woonin dezelfde maandelijkse vergoeding betalen die hij ook vóór de ontbinding maandelijks aan Woonin moest betalen (€ 737,37).
[gedaagde] moet de kosten van de rechtszaak (proceskosten) betalen
3.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de kosten van de rechtszaak, de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.551,47
De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.9.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
ontbindt de tussen [gedaagde] en Woonin bestaande huurovereenkomst voor de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in [woonplaats] per vandaag;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in [woonplaats] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan hem toebehoren en niet aan Woonin, en om deze woning met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van Woonin te stellen;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonin te betalen een bedrag van € 7.505,96 aan huurachterstand,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonin een vergoeding per maand te betalen van
€ 737,37 vanaf vandaag tot aan de dag dat de woning leeg en ontruimd en in oorspronkelijke staat is opgeleverd,
4.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.551,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:265 BW Pro.
2.Zie productie 4 bij de dagvaarding.