Uitspraak
[handelsnaam] B.V.,
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2] ,vennoot van gedaagde sub 1,
3.
[gedaagde sub 3] ,vennoot van gedaagde sub 1,
1.De procedure
- de mondelinge conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek met producties 31 tot en met 35;
- de conclusie van dupliek.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
(= € 9.484,19 + € 20.300,71 - € 10.816,00). Het resterende bedrag van € 18.986,91 ziet alleen nog op de opzegvergoeding. [gedaagden] moet dit bedrag dan ook nog aan haar betalen, aldus [eiseres] .
info@ [website] .nl’. Dit is ook het e-mailadres waar [gedaagden] eerder met [eiseres] heeft gecorrespondeerd. [gedaagden] heeft vervolgens nagelaten de openstaande voorschotfactuur van 9 december 2024 te betalen én akkoord te gaan met de nieuwe offerte, waardoor het aanbod is komen te vervallen. [gedaagden] heeft dit onvoldoende weersproken. Bovendien heeft het volgende te gelden. Voor zover de offerte van [eiseres] om welke reden dan ook [gedaagden] niet zou hebben bereikt, had het op de weg van [gedaagden] gelegen om daarover contact met [eiseres] op te nemen. Immers, de offerte was in het belang van [gedaagden] . Als de nieuwe offerte zo belangrijk voor [gedaagden] was, is het onbegrijpelijk, nu een toelichting daarop ontbreekt, waarom [gedaagden] geen contact met [eiseres] heeft opgenomen toen zij de nieuwe offerte nog niet van [eiseres] had ontvangen. Daar komt bij dat niet is gebleken dat [gedaagden] de openstaande voorschotfactuur van 9 december 2024, die als voorwaarde gold voor de nieuwe offerte, wél heeft betaald.
€ 2.704,00. De kantonrechter gaat ervan uit dat het bedrag aan verschenen handelsrente tot 1 september 2025 dat in de dagvaarding staat (€ 1.410,19), daarom niet juist is berekend. De wettelijke handelsrente wordt toegewezen over de voorschotfactuur van 9 december 2024 van € 2.704,00 vanaf de vervaldatum tot de volledige betaling.