ECLI:NL:RBMNE:2026:709

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
11949863 \ UC EXPL 25-8533
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging verstekvonnis na intrekking verzet in huurovereenkomst

In deze civiele zaak heeft de huurder verzet ingesteld tegen een verstekvonnis waarin de huurovereenkomst werd ontbonden en ontruiming werd bevolen. De huurder trok echter zijn verzetvorderingen in en verwees naar het oordeel van de kantonrechter.

De kantonrechter besloot daarop de mondelinge behandeling te laten vervallen en het verstekvonnis te bekrachtigen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en de maandelijkse huur tot ontruiming, evenals tot het dragen van zijn eigen proceskosten.

De proceskosten van de verhuurder werden begroot op nihil vanwege beperkte proceshandelingen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waarmee de uitspraak direct ten uitvoer kan worden gelegd.

Uitkomst: Het verstekvonnis tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wordt bekrachtigd na intrekking van het verzet.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11949863 \ UC EXPL 25-8533
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
[opposant],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij in het verzet,
oorspronkelijk gedaagde partij,
hierna te noemen: [opposant] ,
gemachtigde: mr. E.A.M. Brouwers-Bouwman,
tegen
[geopposeerde] BV,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in het verzet,
oorspronkelijk eisende partij,
hierna te noemen: [geopposeerde] ,
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 10 september 2025, met zaaknummer 11841869 UC EXPL 25-6770;
- de verzetdagvaarding van [opposant] van 17 oktober 2025;
- de productie van [geopposeerde] van 30 januari 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling in deze zaak stond gepland op 5 februari 2026. Op 3 februari 2026 heeft de gemachtigde van [opposant] de kantonrechter een e-mail gestuurd waarin staat dat [opposant] zijn verweer intrekt, zich refereert naar het oordeel van de kantonrechter en de geplande mondelinge behandeling geen doorgang hoeft te vinden. Dit was afgestemd met de gemachtigde van [geopposeerde] . Op 4 februari 2026 heeft de gemachtigde van [geopposeerde] per e-mail bevestigd dat de mondelinge behandeling niet door hoeft te gaan. De kantonrechter heeft daarop besloten om de mondelinge behandeling niet door te laten gaan. Diezelfde dag heeft de kantonrechter voor de volledigheid per e-mail aan partijen laten vragen of zij de zaak willen doorhalen of alsnog een uitspraak van de kantonrechter verwachten. Daarop heeft de gemachtigde van [opposant] , eveneens op 4 februari 2026, laten weten een uitspraak van de kantonrechter te willen.
1.3.
De kantonrechter heeft bepaald dat een vonnis wordt gewezen.

2.De beoordeling

2.1.
In het verstekvonnis van 10 september 2025 (hierna ook ‘het verstekvonnis) is de huurovereenkomst tussen [opposant] en [geopposeerde] ontbonden en is geoordeeld dat [opposant] de woning die hij van [geopposeerde] huurt moet ontruimen (verlaten). Daarnaast is [opposant] veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van € 1.847,53 tot 31 augustus 2025 en betaling van € 545,00 per maand vanaf die datum aan [geopposeerde] , totdat hij de woning daadwerkelijk heeft ontruimd. Verder is [opposant] veroordeeld in de proceskosten van € 813,40 en is het verstekvonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Het verstekvonnis blijft in stand
2.2.
Normaal gesproken moet de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook als partijen daar niet om vragen) beoordelen of [opposant] op tijd verzet heeft ingesteld tegen het verstekvonnis. In dit geval zal de kantonrechter dat niet doen. [opposant] heeft zijn vorderingen in het verzet (met andere woorden: zijn verweer tegen de oorspronkelijke dagvaarding/vorderingen van [geopposeerde] ) ingetrokken. Het maakt voor de uitkomst van de verzetprocedure daarom niet uit of de verzettermijn is gehaald door [opposant] .
2.3.
Omdat [opposant] zijn vorderingen in het verzet heeft ingetrokken, zich refereert naar het oordeel van de kantonrechter en de kantonrechter verder geen reden ziet om een andere beslissing te nemen dan die in het verstekvonnis staat, wordt het verstekvonnis bekrachtigd.
De proceskosten van [geopposeerde] worden begroot op nihil
2.4.
[opposant] is in het ongelijk gesteld en moet daarom zijn eigen proceskosten dragen en de proceskosten van [geopposeerde] betalen voor deze verzetprocedure. Omdat [geopposeerde] voor de verzetprocedure slechts één productie heeft opgestuurd en verder geen proceshandelingen heeft verricht worden haar proceskosten door de kantonrechter begroot op nihil.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
bekrachtigt het op 10 september 2025 onder zaaknummer 11841869 UC EXPL 25-6770 tussen partijen gewezen verstekvonnis;
3.2.
veroordeelt [opposant] in de kosten van de verzetprocedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geopposeerde] begroot op nihil;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
61312