ECLI:NL:RBMNE:2026:711

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
11635811 \ AC EXPL 25-894
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling van kosten begeleiding na maagverkleining toegewezen

In deze zaak vordert eiseres betaling van kosten voor begeleiding na een maagverkleining die bij gedaagde is uitgevoerd. Gedaagde heeft een geneeskundige behandelingsovereenkomst gesloten waarbij begeleiding na de operatie onderdeel was. Eiseres stuurde vier facturen, waarvan één al betaald was. Gedaagde heeft de overige facturen niet voldaan en geen uitkeringsspecificatie van haar zorgverzekeraar verstrekt.

Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat één factuur volledig was betaald, waardoor de vordering daarop werd afgewezen. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde de overige drie facturen, tezamen € 2.090,00, moet betalen omdat zij de begeleiding heeft ontvangen en de facturen niet betwist zijn. Gedaagde heeft geen recht op kwijtschelding omdat zij niet heeft voldaan aan de voorwaarden uit de overeenkomst, waaronder het aanleveren van een uitkeringsspecificatie.

Daarnaast veroordeelde de kantonrechter gedaagde tot betaling van wettelijke rente vanaf 31 augustus 2024 en matigde de buitengerechtelijke incassokosten tot € 313,50 conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiseres, begroot op € 1.202,64. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.090,00 met rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11635811 \ AC EXPL 25-894
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 maart 2025,
- de conclusie van antwoord van 30 juli 2025,
- de brieven aan partijen, waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
Op 10 november 2025 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden in het gebouw van de rechtbank in Utrecht. Hierbij waren namens [eiseres] mevrouw
[A] (financieel manager) en haar gemachtigde mr. R.P. van Helten aanwezig.
[gedaagde] was - zonder voorafgaande afmelding – niet aanwezig. [eiseres] heeft de vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3.
Op 17 november 2025 heeft [gedaagde] de rechtbank laten weten dat zij de mondelinge behandeling van 10 november 2025 heeft gemist en dat zij graag haar standpunt nog wil toelichten aan de kantonrechter. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen. [gedaagde] heeft geen gegronde reden gegeven om de zaak te heropenen en voor een tweede keer op zitting te laten komen.
1.4.
Ten slotte heeft de kantonrechter partijen laten weten dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] heeft met [eiseres] een geneeskundige behandelingsovereenkomst gesloten en in 2023 is er bij [gedaagde] een maagverkleining uitgevoerd. Onderdeel van de overeenkomst is dat [gedaagde] na de maagverkleining begeleiding krijgt. Voor deze verleende begeleiding heeft [eiseres] vier facturen gestuurd voor een bedrag van in totaal € 2.373,00. [eiseres] scheldt dat deel van de kosten kwijt dat niet door de verzekeraar wordt vergoed (eventueel nog vermeerderd met het verrekende eigen risico) als [gedaagde] een uitkeringsspecificatie van haar verzekeraar aan [eiseres] verstrekt waaruit blijkt dat een deel niet vergoed is en het wel door de verzekeraar vergoede bedrag naar [eiseres] overmaakt. Ondanks verschillende verzoeken heeft [gedaagde] deze uitkeringsspecificatie van haar verzekeraar niet aan [eiseres] verstrekt. Daarom vordert [eiseres] volledige betaling van de facturen. [gedaagde] heeft de facturen na meerdere aanmaningen niet betaald. In deze procedure eist [eiseres] betaling van de facturen, met rente en kosten. [gedaagde] zegt dat ze van zorgverzekeraar is gewisseld en dat haar zorgverzekeraar een deel wil vergoeden (dat zij apart heeft gehouden). De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] drie van de gevorderde facturen moet betalen.

3.De beoordeling

[gedaagde] moet € 2.090,00 aan hoofdsom betalen aan [eiseres]
3.1.
vordert betaling van € 2.730,00 van [gedaagde] . Dit bedrag bestaat uit vier facturen die [gedaagde] verschuldigd is voor de begeleiding die ze na haar maagverkleining heeft gekregen in de vorm van (online) polikliniek bezoeken.
Één factuur is al betaald
3.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] aangegeven dat [gedaagde] in 2023 twee betalingen heeft gedaan, die in eerste instantie zijn afgeboekt op een factuur die niet in deze procedure gevorderd wordt, een factuur eindigend op 3090. Later bleek dat één van deze betalingen, een betaling van € 640,00, bedoeld was voor de factuur eindigend op 3035. [eiseres] heeft deze betaling van € 640,00 alsnog afgeboekt op factuur 3035, waardoor deze factuur door [gedaagde] volledig is betaald. [1] De vordering wat betreft de betaling van deze factuur wordt daarom door de kantonrechter afgewezen.
[gedaagde] moet nog drie facturen betalen
3.3.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de andere door [eiseres] gevorderde facturen, in totaal (€ 640,00 + € 640,00 + € 810,00 =) € 2.090,00, wel moet betalen. [eiseres] heeft namelijk voldoende onderbouwd dat [gedaagde] deze bedragen verschuldigd is aan [eiseres] . Met de facturen brengt [eiseres] de kosten van verleende begeleiding in rekening. Uit de overeenkomst die tussen partijen is gesloten volgt dat [eiseres] [gedaagde] deze begeleiding zou geven. [gedaagde] heeft ook niet betwist, dat zij de begeleiding heeft gekregen of dat zij de facturen verschuldigd is.
[gedaagde] heeft (nog) geen recht op kwijtschelding van een deel van de kosten
3.4.
In de overeenkomst staat dat het begeleidingstraject wordt vergoed vanuit de basiszorg. [eiseres] heeft aangegeven dat de zorgverzekeraar niet altijd de volledig kosten daarvan vergoedt. In de overeenkomst is daarom opgenomen dat [gedaagde] dat deel van de kosten van de verleende begeleiding dat de zorgverzekeraar niet vergoedt, niet aan [eiseres] hoeft te betalen, mits zij een uitkeringsspecificatie van de verzekeraar opstuurt én het wel door de verzekeraar vergoede bedrag naar [eiseres] overmaakt. [gedaagde] heeft gezegd dat haar huidige zorgverzekeraar een deel van de kosten wil vergoeden (en dat zij dat deel apart heeft gehouden), maar zij heeft echter geen uitkeringsspecificatie van haar zorgverzekeraar naar [eiseres] gestuurd. Reeds daarom heeft [gedaagde] niet voldaan aan de voorwaarden uit de overeenkomst om een deel van de kosten van de begeleiding aan [eiseres] niet te hoeven te betalen. De kantonrechter oordeelt daarom dat [gedaagde] (nog) geen recht heeft op kwijtschelding van een deel van de kosten van de verleende begeleiding.
Kwijtschelding van een deel van de hoofdsom is nog steeds mogelijk
3.5.
[eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven, dat zij na het uitspreken van dit vonnis coulance halve nog steeds bereid is om een deel van de
hoofdsomvan € 2.090,00 dat niet door de verzekeraar wordt vergoed kwijt te schelden als [gedaagde] de uitkeringsspecificatie van haar zorgverzekeraar opstuurt én het wel door de verzekeraar vergoede bedrag naar [eiseres] overmaakt.
Wettelijke rente
3.6.
Omdat [gedaagde] te laat is met het betalen van het bedrag van in totaal € 2.090,00, moet zij de wettelijke rente over dit bedrag betalen.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.7.
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De hoofdsom die door de kantonrechter wordt toegewezen is lager dan het bedrag dat door [eiseres] gevorderd wordt. De buitengerechtelijke incassokosten die [eiseres] vordert zijn daarmee ook hoger dan het wettelijk bepaalde tarief en worden door de kantonrechter gematigd tot € 313,50, passend bij het tarief uit het Besluit bij de toegewezen hoofdsom.
[gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten
3.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de kosten veroordeeld. [2] Dit betekent dat zij haar eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiseres] aan haar moet betalen. De proceskosten van [eiseres] worden op basis van de wettelijke forfaitaire tarieven begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.202,64
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.9.
De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zoals is gevorderd door [eiseres] . Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.090,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf 31 augustus 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 313,50 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten; zij moet de proceskosten van [eiseres] van € 1.202,64 betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op
18 februari 2026. [3]

Voetnoten

1.N.B. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling gemeld dat door de juiste afboeking het openstaande bedrag met betrekking tot de factuur eindigend op 3090 groter is.
2.Zoals bedoeld in artikel 237 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
3.Typ: 62938