ECLI:NL:RBMNE:2026:734

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/16/603445
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b lid 1 BWArt. 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen wegens vermoedelijke kindermishandeling

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 januari 2026 een beschikking gegeven over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2023 en 2025. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en machtiging tot uithuisplaatsing bij de grootouders van moederszijde voor drie maanden.

Deskundigen van het Amsterdam Medisch Centrum en het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling constateerden bij de jongste minderjarige letsel dat wijst op kindermishandeling, terwijl bij de oudere broer geen letsel werd aangetroffen. De familie ervaart grote druk en spanning, wat de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen bedreigt. De ouders staan open voor ondertoezichtstelling van de jongste, maar verzetten zich tegen langdurige uithuisplaatsing.

De kinderrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en dat uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding. De kinderen worden onder toezicht gesteld van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland en tijdelijk geplaatst bij de grootouders. De gezinsvoogd zal de hulpverlening coördineren, gericht op veiligheid, familiebanden en ondersteuning van de ouders. De beschikking is direct uitvoerbaar en het vervolg wordt op 16 april 2026 behandeld.

Uitkomst: De minderjarigen worden onder toezicht gesteld en tijdelijk uit huis geplaatst bij grootouders wegens vermoedelijke kindermishandeling en spanningen binnen het familiesysteem.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/603445 / JL RK 25-851
Datum uitspraak: 20 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd in Lelystad,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] en [de vader],
hierna te noemen: de moeder en de vader (gezamenlijk: de ouders),
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. B.J. de Groot,
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd in Almere,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[Informant 1],
hierna te noemen: de oma (moederzijde),
wonende in [woonplaats] ,
[Informant 2],
hierna te noemen: de opa (moederzijde),
wonende in [woonplaats] ,
[Informant 3],
hierna te noemen: de tante (moederzijde),
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 december 2025;
- de brief van de ouders van 19 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de ouders met hun advocaat mr. B.J. de Groot;
  • de opa;
  • de oma;
  • de tante;
- [A] en [B] namens de Raad;
- [C] namens de GI.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij hun opa en oma. In de woning van opa en oma woont ook de tante. Zij heeft de afgelopen tijd de zorg voor [minderjarige 2] op zich genomen.

3.De verzoeken

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] binnen het netwerk, te weten bij de opa en oma (mz), te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

De Raad
4.1.
De Raad heeft op de zitting de verzoeken gehandhaafd. Er zijn ernstige zorgen over de fysieke veiligheid van [minderjarige 2] . Meerdere deskundigen hebben geconstateerd dat de combinatie van letsels bij [minderjarige 2] het meest passend is bij toegebracht letsel. Op dit moment wordt er verder onderzoek gedaan naar de herkomst van dat letsel. Totdat hier duidelijkheid over is, blijft er een risico op herhaling bestaan. In het kader van deze onzekerheid is de Raad ook voorzichtig rondom de veiligheid van [minderjarige 1] . De Raad maakt zich verder zorgen over de onderlinge banden binnen de familie. De Raad vindt het een kracht dat alle partijen de situatie binnen het familiesysteem willen oplossen, maar ziet daar ook een risico in. De hele situatie, waaronder het lopende onderzoek, levert spanning op voor alle partijen. De Raad vindt het daarom belangrijk dat er een gezinsvoogd betrokken raakt die als neutrale partij de veiligheid van de kinderen kan monitoren en ondersteuning kan bieden voor het waarborgen van de familiebanden.
De GI
4.2.
De GI begrijpt het verzoek en is bereid met de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing aan de slag te gaan. De GI zal met alle partijen in gesprek gaan en onderzoeken wat het beste plan van aanpak is. Als een uithuisplaatsing gedurende de termijn niet meer noodzakelijk is, zal de GI de uithuisplaatsing tussentijds opheffen.
De ouders
4.3.
Namens en door de ouders is aangevoerd dat zij open staan voor een ondertoezichtstelling voor [minderjarige 2] . Ten aanzien van [minderjarige 1] zijn de ouders van mening dat er geen sprake is van een ontwikkelingsbedreiging. De ouders zijn het niet eens met een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar. Zij stellen voor om de duur van de machtiging te beperken tot drie maanden en het overige deel van het verzoek aan te houden. De ouders staan open voor hulpverlening, maar de noodzakelijke hulp is tot nu toe nog niet ingezet. Zij zijn de opa, oma en tante dankbaar voor de zorg en hulp die zij hebben geboden, maar de ouders wensen zelf (weer) meer betrokken te raken bij de verzorging en de opvoeding van de kinderen. Hierbij stellen zij voor dat de opa en de oma bij de ouders in kunnen wonen, zodat het vierogenprincipe gewaarborgd kan blijven.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter stelt daarom [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar en machtigt de GI om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit huis te plaatsen bij de opa en oma van moederszijde voor de duur van drie maanden. Het overige deel van het verzoek houdt de kinderrechter aan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De kinderrechter ziet de ernstige ontwikkelingsbedreigingen die er zijn bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Ten eerste zijn er zorgelijke signalen rondom het letsel bij [minderjarige 2] . Hoewel de oorzaak van dit letsel nog onduidelijk is, verklaren deskundigen van onder meer het Amsterdam Medisch Centrum en het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling dat de letsels wijzen op kindermishandeling. Verder onderzoek naar de toedracht van het letsel bij [minderjarige 2] loopt nog. Hoewel er bij [minderjarige 1] op dit moment geen letsel is aangetroffen, is het belangrijk dat er ook met zijn veiligheid voorzichtig wordt omgegaan.
Ten tweede maakt de kinderrechter zich zorgen over de gevolgen van de situatie voor de onderlinge familiebanden. De kinderrechter ziet de kracht van de familie om met elkaar voor de veiligheid van de kinderen te zorgen. Tegelijkertijd brengt dit grote druk en spanning mee voor iedereen binnen het familiesysteem. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voelen die spanning en het verdriet ook. Dit, samen met de onzekerheid over de komende periode, maakt dat zij op dit moment niet in een stabiele omgeving kunnen opgroeien.
5.3.
Gelet op het vorengaande is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is dat er hulpverlening wordt ingezet. Het is belangrijk dat er een gezinsvoogd betrokken raakt die de regie zal voeren over de in te zetten hulpverlening. Deze hulpverlening zal zich moeten inzetten voor het beschermen van de onderlinge band binnen het systeem van de familie. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het inzetten van systeemtherapie en pleegzorgbegeleiding. Verder moet er hulpverlening binnen de specialistische GGZ worden ingezet voor de ouders, zodat zij de heftige gebeurtenissen van de afgelopen periode kunnen verwerken. Ten slotte zal de GI zicht moeten krijgen op de opvoedvaardigheden van de ouders, zodat beoordeeld kan worden of de kinderen weer bij de ouders kunnen wonen.
5.4.
Er moet de komende periode gewerkt worden aan de volgende doelen:
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een veilige en gestructureerde opvoedomgeving, waar hun de duidelijkheid en grenzen geboden wordt die zij nodig hebben om zich op positieve wijze te kunnen ontwikkelen;
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn geen getuige en/of slachtoffer van kindermishandeling/huiselijk geweld;
  • er is altijd een volwassene aanwezig wanneer [minderjarige 1] en/of [minderjarige 2] contact heeft met één van hun ouders;
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] krijgen duidelijkheid over hun toekomstperspectief;
  • de ouders en de gezinsleden werken aan de onderlinge relationele band;
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontwikkelen zich positief op alle levensgebieden en krijgen de ondersteuning geboden die wordt geadviseerd door specialisten.
5.5.
De beslissing tot het onder toezicht stellen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 20 januari 2026 tot 20 januari 2027;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] binnen het netwerk, te weten de grootouders van moederzijde, met ingang van 20 januari 2026 tot 20 april 2026;
6.3.
verzoekt de GI om de kinderrechter
uiterlijk 2 april 2026te informeren over de stand van zaken;
6.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de Raad, de GI, de vader, de moeder, de oma, de opa en de tante op te verschijnen tijdens de zitting van mr. M. Weistra van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, in het gerechtsgebouw aan Stationsplein 15 te Lelystad,
op 16 april 2026 om 13:30 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026 door
mr. M. Weistra, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 30 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.