Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- de ouders met hun advocaat mr. B.J. de Groot;
- de opa;
- de oma;
- de tante;
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De standpunten
5.De beoordeling
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een veilige en gestructureerde opvoedomgeving, waar hun de duidelijkheid en grenzen geboden wordt die zij nodig hebben om zich op positieve wijze te kunnen ontwikkelen;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn geen getuige en/of slachtoffer van kindermishandeling/huiselijk geweld;
- er is altijd een volwassene aanwezig wanneer [minderjarige 1] en/of [minderjarige 2] contact heeft met één van hun ouders;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] krijgen duidelijkheid over hun toekomstperspectief;
- de ouders en de gezinsleden werken aan de onderlinge relationele band;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontwikkelen zich positief op alle levensgebieden en krijgen de ondersteuning geboden die wordt geadviseerd door specialisten.
6.De beslissing
uiterlijk 2 april 2026te informeren over de stand van zaken;
op 16 april 2026 om 13:30 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
mr. M. Weistra, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 30 januari 2026.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.