ECLI:NL:RBMNE:2026:740

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
11993376 UT VERZ 25-8265 DR
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 432 BWArt. 278 WvBRv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot onderbewindstelling afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid verzoekster

Op 25 november 2025 diende de beoogd bewindvoerder een verzoek tot onderbewindstelling in voor verzoekster, die naar verluidt lijdt aan dementie en daardoor niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen zelf waar te nemen.

Tijdens de mondelinge behandeling op 26 januari 2026, die online plaatsvond, verschenen verzoekster, de beoogd bewindvoerder en haar dochters. Eén dochter steunde het verzoek, terwijl de andere geen bezwaar had tegen bewind maar wel tegen de voorgestelde bewindvoerder.

De kantonrechter stelde vast dat verzoekster de strekking van het verzoek niet begrijpt, zowel uit het verzoekschrift als tijdens de zitting. Omdat bewind alleen op verzoek van de betrokkene kan worden uitgesproken en verzoekster niet zelf het verzoek heeft ingediend, verklaarde de rechtbank haar niet-ontvankelijk. Het feit dat dochters het verzoek noodzakelijk achten, verandert hier niets aan.

De kantonrechter wees ook op de procedurele vereisten dat verzoeken schriftelijk moeten worden ingediend door de verzoeker zelf. De mededeling dat een dochter als verzoekster kan worden aangemerkt, is onvoldoende. Het verzoek wordt daarom afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot onderbewindstelling wegens het ontbreken van een geldig verzoek door haarzelf.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
zaaknummer : 11993376 UT VERZ 25-8265 DR
datum : 4 februari 2026
beschikking
[verzoekster] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: verzoekster.

1.De procedure

Bij brief van 25 november 2025, ontvangen ter griffie van de rechtbank op 26 november 2025, heeft de beoogd bewindvoerder een verzoek (met bijlagen), strekkende tot onderbewindstelling van het vermogen van verzoekster, ingediend.
Bij e-mail van 10 december 2025 heeft de advocaat mr. G.F. Van den Ende zich gesteld als gemachtigde van mevr. [persoon1] , dochter van verzoekster, en verzocht zijn cliënt aan te merken als belanghebbende en verzocht om afgifte van het verzoekschrift.
Mondelinge behandeling van het verzoek heeft, online via Microsoft Teams, plaatsgevonden ter terechtzitting van 26 januari 2026. Verzoekster is verschenen samen met de beoogd bewindvoerder mevrouw [bewindvoerder] , werkzaam bij Het Bewind Utrecht B.V. Voorts zijn [persoon2] en [persoon1] , dochters van verzoekster, verschenen. [persoon1] is bij de mondelinge behandeling bijgestaan door de advocaat mr. G.F. van den Ende.
Beschikking is nader bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1
Aan het verzoek onderbewindstelling ligt de stelling ten grondslag dat verzoekster, als gevolg van dementie, niet in staat is zelf haar vermogensrechtelijke belangen naar behoren waar te nemen. Het is de wens van verzoekster dat een onafhankelijk derde haar vermogensrechtelijke belangen zal behartigen.
2.2
Dochter [persoon2] is het eens met het verzoek. Dochter [persoon1] heeft geen bezwaar tegen de maatregel bewind, wel tegen de voorgestelde bewindvoerder. Zij voert hiervoor het volgende aan:
  • Het verzoek vermeldt weliswaar verzoekster als verzoekster maar dit kan geen verzoek van verzoekster zijn. Dit volgt reeds uit pagina 8 van het verzoekschrift waarin verwoord dat verzoekster de strekking van het verzoek niet begrijpt.
  • Zonder enig onderzoek naar de juistheid daarvan is, kennelijk door de beoogd bewindvoerder, in het verzoekschrift verwoord (op pagina 7) (i) dat dhr. [persoon3] , die tot voor kort de financiën van verzoekster behartigde, geen afdoende toezicht hield en (ii) volgens dochter [persoon2] door dochter [persoon1] meermaals misbruik is gemaakt van de situatie als kwetsbare demente oudere.
2.3
De kantonrechter overweegt het volgende.
Nog afgezien dat in het verzoekschrift zelf te lezen is dat verzoekster de strekking van haar verzoek niet begrijpt, is de kantonrechter ook op de mondelinge behandeling gebleken dat verzoekster de strekking van haar verzoek niet begrijpt. Alhoewel de kantonrechter er niet aan twijfelt dat de beoogd bewindvoerder het verzoek, de strekking van het verzoek en het indienen van het verzoek met verzoekster heeft besproken kan de kantonrechter, gelet op het vorenstaande, niet anders dan beslissen dat verzoekster niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar verzoek.
Dat beide dochters van oordeel zijn dat bewind noodzakelijk is maakt het vorenstaande niet anders. De kantonrechter kan immers alleen bewind uitspreken op verzoek (artikel 432, lid 1 en lid 2 BW) en niet ambtshalve. De mededeling tijdens de mondelinge behandeling dat dochter [persoon2] dan kan worden aangemerkt als verzoekster maakt het vorenstaande evenmin anders. Verzoeken dienen bij de rechtbank schriftelijk te worden ingediend en te voldoen aan het bepaalde in artikel 278 WvBRv Pro.
beslissing
De kantonrechter:
- verklaart de verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.W.J. van Veen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.