ECLI:NL:RBMNE:2026:745

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
11813040 UT VERZ 25-5762
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontslag bewindvoerder en mentor afgewezen wegens gebrek aan belang

Verzoekster heeft bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek ingediend tot ontslag van de huidige bewindvoerder en mentor, die tevens partner is van betrokkene, en tot benoeming van een professionele opvolger. Dit verzoek werd mondeling behandeld op 30 januari 2026. De bewindvoerder/mentor voerde verweer en stelde primair dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek, althans dat het verzoek bij gebrek aan belang moet worden afgewezen.

De kantonrechter overwoog dat het contact tussen verzoekster en de bewindvoerder/mentor stroef verloopt en dat er conflicten zijn over de zorg voor betrokkene. Verzoekster heeft geen vertrouwen meer in de huidige bewindvoerder/mentor. Betrokkene verbleef ten tijde van het verzoek bij verzoekster, maar inmiddels verblijft betrokkene bij een andere instelling, een geheel andere rechtspersoon. Hierdoor ontbreekt het verzoekster aan belang bij het verzoek tot ontslag.

Verzoekster stelde dat het belang van betrokkene voorop staat en dat de huidige mentor de situatie niet kan accepteren en de juiste behandeling belemmert. De kantonrechter ging hier niet in mee, mede omdat de eerste contacten met de nieuwe instelling positief zijn. Tevens is het verzoek onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en mentor.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en mentor wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
zaaknummer : 11813040 UT VERZ 25-5762
dossiernummer : BM 38280
datum : 6 februari 2026
beschikking op een verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en mentor en benoeming van een opvolgend bewindvoerder en mentor
op verzoek van:
de stichting
[verzoekster] , locatie [locatie] ,
gevestigd te [postcode 1] [plaats] , [adres 1] ,
hierna te noemen: verzoekster,
gemachtigde: mr. A.C. Beijering-Beck, gemachtigde,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
wonende te [postcode 2] [woonplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 17 juli 2025;
  • de bereidverklaring van de voorgestelde opvolgende bewindvoerder;
  • de bereidverklaring van de voorgestelde opvolgende mentor;
  • het verweerschrift (met bijlagen);
  • de schriftelijke reactie van de voorgesteld opvolgende mentor, waarbij deze haar bereidverklaring intrekt;
Het verzoek is mondeling behandeld ter zitting van 30 januari 2026. Ter zitting zijn verschenen:
  • dhr. [persoon1] en mw. [persoon2] , beiden werkzaam bij [verzoekster] , verzoekers;
  • Mr. A.C. Beijering-Beck, gemachtigde van verzoekende partij;
  • Mevr. [bewindvoerder/mentor] , bewindvoerder en mentor, tevens partner van betrokkene;
  • Mr. W. Kok, gemachtigde van [bewindvoerder/mentor] .
Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.
Beschikking is nader bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1
Bij beschikking van 16 november 2023 van de kantonrechter te Utrecht is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld en is een mentorschap ingesteld, waarbij [bewindvoerder/mentor] , tot bewindvoerder en mentor is benoemd. De grondslag van het bewind is de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene.
2.2
Het verzoek strekt tot ontslag van de bewindvoerder en mentor, zijnde de partner van betrokkene, met benoeming van een professioneel bewindvoerder en mentor tot opvolgend bewindvoerder en mentor. Verzoekster voert hiertoe het volgende aan:
  • Het contact met de bewindvoerder/mentor verloopt stroef. Mevr. [bewindvoerder/mentor] is zeer betrokken. Zij kan echter de situatie van betrokkene niet accepteren en maakt hierdoor beslissingen die niet in het belang van betrokkene zijn.
  • Mevr. [bewindvoerder/mentor] houdt zich niet aan de afspraken en overvraagt hierdoor betrokkene. Mevr. [bewindvoerder/mentor] heeft geen reëel beeld van de aandoening van haar partner. Dit zorgt voor ongemak en conflicten op de afdeling maar ook met het multidisciplinaire team.
  • Mevr. [bewindvoerder/mentor] neemt adviezen niet aan.
  • Mevr. [bewindvoerder/mentor] blijft, vanuit de hoop dat betrokkene nog kan herstellen, op zoek naar meer/andere therapie en specialisten. Betrokkene komt na deze bezoeken overprikkeld terug op de afdeling waarbij zorg moeizamer verloopt en betrokkene meer weerstand laat zien. Mevr. [bewindvoerder/mentor] meldt betrokkene bij verschillende instanties aan, zet hulpverleners tegen elkaar op en speelt ze tegen elkaar uit. Verder wordt foutieve informatie aan familie en andere instanties doorgegeven. Buiten de afspraak om bedient mevr. [bewindvoerder/mentor] zelf de pomp met vocht en voeding en dient (homeopathische) geneesmiddelen toe.
  • Er is anoniem overleg geweest met Veilig Thuis en de casus is besproken met de juridisch adviseur van de KNMG.
Door dit alles heeft verzoekster geen vertrouwen meer in mevr. [bewindvoerder/mentor] als bewindvoerder en mentor. Er is overleg geweest met mevr. [bewindvoerder/mentor] , betrokkene en de cliëntondersteuner. Voorstel was om een ander familielid als mentor aan te stellen doch die mogelijkheid is er niet. Daarom is besloten een verzoek te doen aan de rechtbank om een onafhankelijke bewindvoerder en mentor aan te stellen.
2.3
De bewindvoerder/mentor heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Op de mondelinge behandeling heeft de bewindvoerder/mentor haar verweer aangevuld door zich primair op het standpunt te stellen dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek, althans dat haar verzoek bij gebrek aan belang moet worden afgewezen.
Dit -verst strekkend- verweer slaagt. Ten tijde van de indiening van het verzoek verbleef betrokkene bij verzoekster op haar locatie in [plaats] . Inmiddels (ten tijde van de mondelinge behandeling) verblijft betrokkene niet meer bij verzoekster of een aan haar gelieerde instelling doch bij een instelling (een geheel andere rechtspersoon) te [woonplaats] . Daarmee heeft, naar het oordeel van de kantonrechter, verzoekster geen belang meer bij haar verzoek.
Verzoekster heeft op de mondelinge behandeling nog aangevoerd dat het niet gaat om haar belang maar om het belang van betrokkene waarvoor zij opkomt. Ook de opvolgend instelling zal ermee te maken krijgen dat de huidig mentor de situatie van betrokkene niet kan en wil accepteren alsmede de meest juiste en/of meest adequate behandeling van betrokkene verhindert en/of bemoeilijkt. De kantonrechter gaat hier niet in mee, mede gelet op het feit dat de mentor heeft aangegeven dat de eerste contacten met de nieuwe instelling waar betrokkene verblijft en het verblijf aldaar positief zijn.
De kantonrechter overweegt verder nog dat aan verzoekster kan worden toegegeven dat niet steeds door wisseling van verblijfadres van betrokkene het mentorschap van mevr. [bewindvoerder/mentor] in stand kan blijven terwijl de belangen van betrokkene niet naar behoren worden behartigd. Een situatie van “steeds wisselen van verblijfadres” als hier bedoeld is evenwel niet, althans nog niet, aan de orde.
Tenslotte overweegt de kantonrechter nog, gelet op het vorenstaande ten overvloede, dat het verzoek ontslag bewindvoerder volstrekt onvoldoende is onderbouwd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek;
Deze beschikking is gegeven door mr. R.W.J. van Veen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.