Uitspraak
1.De procedure
- Het verzoekschrift van 29 september 2025 ex artikel 2:24 lid 4 Burgerlijk Pro Wetboek (‘BW’) strekkende tot machtiging tot raadpleging van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, tevens houdende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding ex artikel 223 Rv Pro,
- De producties 1 tot en met 13, behorende bij het verzoekschrift
- Het bericht van de rechtbank van 10 oktober 2025 waarin staat dat de kantonrechter het verzoek mondeling wil behandelen op een zitting en dat partijen hun verhinderdata mogen opgeven,
- De e-mails van partijen met hun verhinderdata,
- De brief van de rechtbank van 6 november 2025 met de uitnodiging voor de mondelinge behandeling,
- De e-mail van [verweerder] van 12 november 2025 met het verzoek om een andere zittingsdatum te bepalen,
- De reactie daarop van de EC (verzonden per e-mail) van 18 november 2025 waarin tevens wordt verzocht om een beslissing op de voorlopige voorziening vóór 1 januari 2026,
- De reactie daarop van [verweerder] (verzonden per e-mail) van 19 november 2025,
- De e-mail van de rechtbank van 2 december 2025 waarin is bepaald dat een nieuwe zittingsdatum wordt gepland, en waarbij de suggestie wordt gedaan dat [verweerder] toezegt dat hij de stukken die de EC wil inzien onder zich zal houden terwijl de procedure loopt, zodat een beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening buiten beschouwing kan worden gelaten,
- De e-mail van [verweerder] van 4 december 2025 waarin hij bevestigt dat hij de stukken niet zal vernietigen,
- De e-mail van de rechtbank van 9 december 2025 waarin staat dat de kantonrechter geen aanleiding meer ziet om te beslissen op het verzoek om een voorlopige voorziening,
- De brief van de rechtbank van 30 december 2025 waarin een nieuwe zittingsdatum is bepaald,
- De brief van [verweerder] als reactie op het verzoekschrift, overhandigd op de mondelinge behandeling van 4 februari 2026.
2.Waar gaat deze rechtszaak over?
3.De beoordeling
- de EC een belanghebbende is, en
- ik vind dat de EU een goede reden heeft om die stukken te willen inzien.
- Alle bankafschriften, oftewel overzichten waarop alle bij en afschrijvingen van de bankrekening van de stichting te zien zijn, van de bankrekening (of als er meerdere zijn geweest: van alle bankrekeningen) van de stichting;
- Als er betalingen zijn verricht aan of voor de stichting via de bankrekening(en) van de BV’s (Ameco), dan ook alle bankafschriften van de BV’s;
- Alle administratie die is opgesteld door het externe financiële bureau.