De zaak betreft een geschil tussen verzoekster en Uretek Benelux B.V. over de verlenging van een arbeidsovereenkomst. Verzoekster was sinds december 2022 werkzaam bij Uretek, aanvankelijk in België en later in Nederland. In september 2024 werd haar arbeidsovereenkomst eerst door Uretek medegedeeld niet te worden verlengd, maar tien dagen later alsnog verlengd per 1 oktober 2024. Verzoekster vordert een immateriële schadevergoeding wegens schending van goed werkgeverschap.
Tijdens de procedure trok verzoekster haar verzoeken in die betrekking hadden op de onrechtmatige opzegging en omzetting van de arbeidsovereenkomst, en het concurrentiebeding werd door Uretek erkend als nietig. De kern van het geschil bleef de vraag of Uretek onzorgvuldig had gehandeld bij de communicatie over de verlenging.
De kantonrechter oordeelt dat Uretek onterecht heeft gesteld dat verzoekster niet naar behoren functioneerde en dat de arbeidsovereenkomst niet verlengd zou worden. Dit terwijl de arbeidsovereenkomst al was verlengd en verzoekster zich in een kwetsbare positie bevond, onder meer door zwangerschap en een ziekenhuisopname na een aanval door een collega. Uretek heeft onvoldoende zorgplicht betracht en onduidelijke, tegenstrijdige redenen gegeven voor het terugkomen op de verlenging.
De kantonrechter kent daarom een immateriële schadevergoeding van €5.000 toe, rekening houdend met de ernst van het handelen en de kwetsbare positie van verzoekster, maar ook met de korte duur van de onzekerheid. Daarnaast moet Uretek een forfaitaire vergoeding van €50 voor reis-, verblijf- en verletkosten betalen. De overige vorderingen worden afgewezen.