Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
[eiseres sub 2],
1.[gedaagd sub 1] ,2. [gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
Ik weet wel dat rond 1983 ik de caravan plaatste in de kleine garage. Die kleine en die grote garages, die waren er volgens mij tegelijkertijd.”). Ook de door [gedaagd sub 1] en [gedaagde sub 2] ingediende verklaring van mevrouw [naam 4] en de heer [naam 5] ondersteunt de foto’s. Mevrouw [naam 4] is mede-eigenaar van een stuk grond langs het water aan de [straat] . Dat is de weg waaraan de woningen met huisnummers [nummeraanduiding 4] , [nummeraanduiding 5] en [nummeraanduiding 3] staan. Uit de verklaring van mevrouw [naam 4] en de heer [naam 5] blijkt dat de grote garage vóór 1990 is gebouwd (“
Over de leeftijd van de schuur en garage in de huidige vorm kunnen wij met zekerheid zeggen dat deze er al zeker staan sinds 1990. De grote schuur staat er nog veel langer en de rechter garage is er daarna tegen aan gebouwd.”). Daar komt nog bij dat [gedaagd sub 1] en [gedaagde sub 2] een bouwvergunning voor een garage van de gemeente [gemeente] van 2 december 1981 hebben ingediend. [gedaagde sub 2] heeft verklaard dat er in het verleden op het erf een garage stond en dat in 1981 een vergunning voor vervanging van die garage is aangevraagd. Volgens [gedaagde sub 2] is de huidige grote garage in 1982 door haar opa en zijn zoons gebouwd. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] hebben deze onderbouwende stukken en verklaringen onvoldoende weersproken. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat de grote garage er in ieder geval al staat sinds 1989.