Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser 1], eiser 1
mede namens [A], [B], [C], [D] en [E],
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
[derde belanghebbende 2],
[vergunninghouder]uit [plaats] (vergunninghouder)
Inleiding
Ingetrokken beroepsgronden
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het geschil
- De bestaande garage heeft het college aangemerkt als een ‘arbeidsintensief bezoekersextensief bedrijf’. Hiervoor geldt op grond van de parkeernormtabellen in gebied B1 een norm van 0,6 per 100 m2 bruto vloeroppervlak, met een bezoekerdeel van 0,05. De oppervlakte van de garage heeft het college vastgesteld op 254 m2. Na aftrek van het bezoekersdeel (0,6-0,05=0,55) heeft het college de parkeereis van de garage vastgesteld op (0,55 x 254 =) 1.397.
- Voor de bestaande woning (met een oppervlakte groter dan 130 m2) is het college uitgegaan van een norm van 0,81 (de norm van 1,01, minus het aandeel bezoek van 0,2).