Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres
Procesverloop
€ 334.000,- (UTR 23/5133). De waarden zijn vastgesteld per waardepeildatum
1 januari 2022 en gelden voor het belastingjaar 2023. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar ook de aanslagen onroerendezaakbelastingen gebruik opgelegd, waarbij de WOZ-waarden als heffingsmaatstaf zijn gehanteerd.
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- het beroep in de zaak UTR 23/5133 ongegrond;
- het beroep in de zaak UTR 23/5135 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover dit ziet op de WOZ-waarde van [adres 1] ;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan eiseres van € 18,-;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 365,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 3.200,- aan proceskosten aan eiseres.