ECLI:NL:RBMNE:2026:771

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
C/16/605532 / FZ RK 26-40
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing zorgmachtiging voor betrokkene met schizo-typische persoonlijkheidsstoornis

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 3 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een schizo-typische persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene leeft in afwijkende omstandigheden en verzorgt zichzelf slecht, maar vertoont geen psychotische klachten en is wilsbekwaam.

De medische verklaring en de toelichting van de behandelaar van het FACT-team bevestigen dat betrokkene geen medicatie behoeft en geen opname noodzakelijk is. De zorgmachtiging zou vooral dienen om contact te houden en ondersteuning te bieden. Hoewel de leefomstandigheden nadelig zijn voor betrokkene zelf, is onvoldoende aangetoond dat er ernstig nadeel voor anderen bestaat.

De rechtbank benadrukt het recht van betrokkene om zijn leven op eigen wijze in te richten en concludeert dat niet is voldaan aan de voorwaarden van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De rechtbank uit tevens begrip voor de negatieve ervaring van betrokkene met eerdere zorg en hoopt op voortgezet contact met het FACT-team.

Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene wilsbekwaam is en onvoldoende ernstig nadeel voor anderen is vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/605532 / FZ RK 26-40
Datum uitspraak: 3 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1954 in [geboorteplaats] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
advocaat mr. J.D. van der Heijden.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft op 16 januari 2026 het verzoekschrift met bijlagen ontvangen.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [behandelaar] , behandelaar van het FACT-team.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizo-typische persoonlijkheidsstoornis. De rechtbank baseert zich daarbij op de medische verklaring van 12 januari 2026.
3.3.
De psychiater heeft in de medische verklaring opgemerkt dat er geen sprake is van een middels medicatie te beïnvloeden psychiatrische stoornis. Ook de behandelaar heeft tijdens de zitting toegelicht dat iemand met een schizo-typische persoonlijkheidsstoornis geen psychotische klachten heeft en dat het daarom ook niet de bedoeling is om betrokkene op te nemen of medicatie te geven. De verzochte zorgmachtiging is vooral bedoeld om met betrokkene in gesprek te kunnen blijven en op die manier in de gaten te houden hoe het met hem gaat en hem eventueel te ondersteunen. De behandelaar heeft uitgelegd dat iemand met een schizo-typische persoonlijkheidsstoornis vaak afwijkende ideeën heeft die niet voldoen aan de norm van de maatschappij. Dat is ook het geval bij betrokkene. Betrokkene leeft een teruggetrokken bestaan en heeft bijvoorbeeld geen verwarming en geen warm water in huis. Betrokkene verzorgt zichzelf slecht en gebruikt een boormachine om pijn in zijn gebit te bestrijden. Verder wast hij zich met urine en gebruikt hij zijn eigen ontlasting om de tuin te bemesten. Allemaal dingen die voor betrokkene normaal zijn en waar hij niemand kwaad mee wil doen, maar die niet passen binnen de huidige opvattingen over een normale levenstandaard.
3.4.
De vraag is dan of deze stoornis zodanig ernstig nadeel veroorzaakt dat het verlenen van een zorgmachtiging noodzakelijk en gerechtvaardigd is. De rechtbank begrijpt de zorgen die er zijn over betrokkene en ziet ook het ernstig nadeel voor betrokkene zelf. Zo zijn de huidige leefomstandigheden niet goed voor de gezondheid van betrokkene en blijven lichamelijk kwalen onbehandeld. De psychiater heeft echter ook in de medische verklaring opgenomen dat betrokkene wilsbekwaam is. Ondanks dat hij beperkt zicht lijkt te hebben over de eventuele gevolgen van zijn handelen voor anderen, kan hij de voor- en nadelen van zijn eigen keuzes goed bespreken. De rechtbank acht betrokkene daarom in staat om zelf te beslissen hoe hij zijn leven in wil richten en is van oordeel dat het ook zijn recht is om dat op zijn eigen manier te doen. Omdat verder onvoldoende is gebleken van ernstig nadeel voor anderen, is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.
3.5.
De rechtbank merkt nog wel op dat betrokkene het afgelopen jaar een hele vervelende ervaring heeft gehad met de betrokkenheid van GGz. Tijdens een opname van betrokkene onder de zorgmachtiging, is onder leiding van Bemoeizorg een groot gedeelte van zijn woning leeggehaald. Betrokkene was daar niet van op de hoogte en voelt zich bestolen. Betrokkene heeft verteld dat er veel spullen die voor hem grote (emotionele) waarde hebben, zijn weggehaald. Hij is daar nog steeds erg kwaad over en vindt het daarom moeilijk om de hulpverlening te vertrouwen. Toch heeft hij inmiddels redelijk goed contact met de behandelaren van het FACT-team en staat hij er ook voor open om met hen in gesprek te blijven. De rechtbank hoopt dat betrokkene inderdaad in contact blijft met de behandelaren van het FACT-team. Het FACT-team heeft het beste met betrokkene voor en kan hem ook helpen met praktische zaken zoals het regelen van een boiler. Als er zicht blijft op betrokkene vanuit het FACT-team kan dat hopelijk ook een heftig ingrijpen zoals vorig jaar voorkomen.

4.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026 door mr. M. Weistra, rechter, in aanwezigheid van mr. L. de Kroon, griffier en op schrift gesteld op
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.