Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
1.De procedure
- de veertien producties van de zijde van [gedaagde] ;
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure staat centraal of en in hoeverre dwangsommen zijn verbeurd door eisers c.s. bij de ontruiming van een gehuurde woning. Gedaagde stelde dat eisers c.s. hun spullen, waaronder volle vuilniszakken en fitnessapparatuur, in de tuin hadden achtergelaten, waardoor dwangsommen van €100 per dag waren verbeurd. Eisers c.s. erkenden dat fitnessapparatuur na 30 september 2025 in de tuin lag, maar betwistten dat andere spullen van hen waren.
De kantonrechter oordeelde dat alleen de fitnessapparatuur toerekenbaar was aan eisers c.s. en dat deze tot en met 6 oktober 2025 in de tuin lag, waardoor voor die periode dwangsommen zijn verbeurd. Voor de periode na 6 oktober 2025 kon gedaagde niet aannemelijk maken dat de fitnessapparatuur nog aanwezig was, mede omdat er afspraken waren met de opvolgend huurster over het laten liggen van de apparatuur.
Daarom werd de primaire vordering van eisers c.s. toegewezen om executie van dwangsommen vanaf 7 oktober 2025 te verbieden. Andere vorderingen, zoals opheffing van beslag en terugbetaling van reeds betaalde dwangsommen, werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Dwangsommen zijn verbeurd voor 1 tot en met 6 oktober 2025, maar executie van dwangsommen vanaf 7 oktober 2025 is verboden.