ECLI:NL:RBMNE:2026:812
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over verkoop onroerend goed in Spanje
In deze zaak vordert eiser dat de rechtbank verklaart dat gedaagde onbevoegd en onrechtmatig heeft gehandeld door zonder geldig bestuursbesluit een onroerend goed in Spanje te verkopen. Gedaagde stelt in een incidentele vordering dat de rechtbank zich onbevoegd moet verklaren omdat de exclusieve bevoegdheid bij de Spaanse rechter ligt op grond van artikel 24 van Pro de Brussel I bis-verordening.
De rechtbank overweegt dat artikel 24 lid 1 van Pro deze verordening bepaalt dat voor geschillen over zakelijke rechten op onroerende zaken uitsluitend de rechter van de lidstaat waar het onroerend goed is gelegen bevoegd is. De vordering van eiser raakt direct aan de eigendom en geldigheid van rechten op het Spaanse onroerend goed, waardoor de Spaanse rechter exclusief bevoegd is.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om van de hoofdvordering kennis te nemen en wijst de incidentele vordering van gedaagde toe. Gezien de familiebanden tussen partijen worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitgesproken op 18 februari 2026 door rechter G.J. Baken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst de incidentele vordering toe dat uitsluitend de Spaanse rechter bevoegd is.