Werknemer is sinds 11 maart 2019 in dienst bij NVF Production en werd op 19 september 2025 op staande voet ontslagen. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag niet rechtsgeldig is omdat de werkgever geen dringende reden heeft aangetoond. De werknemer betwist de verwijten en er is geen bewijs geleverd dat hij zijn werkzaamheden niet naar behoren heeft verricht.
De werkgever heeft geen waarschuwingsbrieven of andere stukken overgelegd die het ontslag op staande voet rechtvaardigen. Ook de stellingen over niet verschijnen op het werk en dreigen zich ziek te melden zijn onvoldoende onderbouwd en niet in de ontslagbrief vermeld. De kantonrechter vernietigt daarom het ontslag en veroordeelt de werkgever tot betaling van het achterstallige loon vanaf de ontslagdatum, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente.
Het voorwaardelijke ontbindingsverzoek van de werkgever wordt afgewezen omdat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Er is geen sprake van verwijtbaar handelen, duurzame verstoorde arbeidsverhouding of disfunctioneren. Werknemer moet worden toegelaten tot de werkzaamheden zodra hij daartoe in staat wordt geacht door de bedrijfsarts. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd vanwege het onterecht ontslag.