ECLI:NL:RBMNE:2026:826
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning transitie- en billijke vergoeding
In deze zaak verzocht de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer werkte sinds 2020 als inkoper en kreeg na een reorganisatie meer allround taken, waaronder magazijn- en schoonmaakwerk, wat hij weigerde te verrichten. Na terugkeer van geboorteverlof werd de werknemer geconfronteerd met het verwijderen van zijn werkplek en het ontnemen van toegang tot bedrijfssystemen, waarna hij zich ziek meldde.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van een opzegverbod en dat de ontbinding op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) terecht was. De werkgever had ernstig verwijtbaar gehandeld door de reorganisatie slecht te begeleiden, het werk van de werknemer eenzijdig te wijzigen zonder overleg, en de mediation te laat te starten. De werknemer had zich weliswaar respectloos uitgelaten, maar dit was niet ernstig verwijtbaar.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2026. De werkgever moet een transitievergoeding van €6.410,66 bruto en een billijke vergoeding van €5.000,00 bruto betalen. Tevens wordt het concurrentiebeding vernietigd en moet de werkgever vakantiedagen, vakantiegeld en emolumenten uitbetalen. De proceskosten van €1.009,00 komen voor rekening van de werkgever.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2026 met toekenning van transitie- en billijke vergoeding en vernietiging van het concurrentiebeding.