Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Dienst Toeslagen, kantoor [plaats]
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
[A] kan worden aangemerkt, sluit de rechtbank zich aan bij het begrip huishouden in de AWK. De rechtbank kijkt dus of er sprake is van een gezinseenheid.
e-mailcorrespondentie uit 2009 overgelegd, maar uit deze correspondentie kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat eiseres in de desbetreffende periode onderdeel is geweest van het huishouden van [A] . Het is namelijk niet duidelijk of de inhoud van de e-mailcorrespondentie ook van toepassing is op de periode na 3 september 2011. Bovendien wordt er weliswaar gesproken over een uithuisplaatsing van eiseres en een pleegouderplan, maar hieruit volgt niet wat er precies is afgesproken en in hoeverre
[A] de zorg over eiseres op zich heeft genomen. Verder zijn er ook geen aanknopingspunten gevonden waaruit blijkt dat er sprake is van gezamenlijk wonen. De Dienst Toeslagen heeft in het verweerschrift hierover toegelicht dat eiseres in de periode van 3 september 2011 tot 1 oktober 2011 bij haar oma verbleef. Vervolgens is zij naar Turkije verhuisd. Ook in de periode nadat zij is teruggekomen uit Turkije verbleef eiseres niet op hetzelfde adres als [A] . Eiseres heeft het verder nagelaten om extra informatie in het geding te brengen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de desbetreffende periode pleegkind is geweest van [A] .