Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:855

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
11855569 \ UC EXPL 25-6906
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:261b BWArt. 7:265 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugbetaling waarborgsom na onterechte verrekening door verhuurder

Eiser huurde van oktober 2020 tot mei 2025 een onzelfstandige woonruimte van De Ravel en betaalde een waarborgsom van €594,00. Na het einde van de huurovereenkomst betaalde De Ravel deze waarborgsom niet terug, omdat zij schade stelde te hebben geleden door een incident op 27 maart 2025.

De kantonrechter oordeelt dat de gestelde schade betrekking heeft op tijdsbesteding van medewerkers en niet op herstel van schade aan het gehuurde of betalingsachterstand, zoals vereist in artikel 7:261b BW. Daarom mag deze schade niet worden verrekend met de waarborgsom.

De verwijzing van De Ravel naar een contractuele bepaling kan niet afwijken van de dwingendrechtelijke bepalingen van artikel 7:261b en 7:265 BW. Daarnaast wordt de wettelijke rente over de waarborgsom vanaf 15 mei 2025 toegewezen, evenals een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van €89,10.

De Ravel wordt veroordeeld tot betaling van de waarborgsom, incassokosten en proceskosten van in totaal €708,35, met wettelijke rente en uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitkomst: De verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van de waarborgsom van €594,00 met wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11855569 \ UC EXPL 25-6906
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: LegalSteps B.V.,
tegen
TW DE RAVEL B.V.,
te Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: De Ravel,
gemachtigde: mr. L. van Waegeningh.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 21 juli 2025 met producties;
  • de conclusie van antwoord met producties;
  • de conclusie van repliek;
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Daarna is bepaald dat er een vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

[eiser] heeft van De Ravel van oktober 2020 tot mei 2025 een onzelfstandige woonruimte gehuurd in het pand aan de [adres] in [plaats] . Zij heeft bij aanvang een waarborgsom betaald van in totaal € 594,00. In deze procedure vordert [eiser] terugbetaling van de waarborgsom, omdat De Ravel deze volgens haar onterecht heeft verrekend met schade die De Ravel stelt te hebben. De kantonrechter geeft [eiser] gelijk. De vorderingen van [eiser] worden toegewezen.

3.De beoordeling

3.1.
Bij aanvang van de huurovereenkomst in oktober 2020 heeft [eiser] een
waarborgsom van € 400,00 betaald aan De Ravel voor de huur van kamer [nummer 1] . Op 1 februari
2025 is [eiser] verhuisd van kamer [nummer 1] naar [nummer 2] en heeft zij aanvullend een waarborgsom betaald van € 194,00. Tussen partijen staat vast dat de totale waarborgsom niet aan [eiser] is terugbetaald na het einde van de huurovereenkomst.
De Ravel moet de waarborgsom van € 594,00 aan [eiser] terugbetalen
3.2.
De bedoeling van een waarborgsom is volgens artikel 7:261b van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat de verhuurder aantoonbare gemaakte kosten voor herstel van de schade aan het gehuurde en de betalingsachterstand mag verrekenen met de waarborgsom. Voorwaarde voor de verrekening is dat verhuurder de huurder hiervan schriftelijk in kennis stelt en een volledige kostenspecificatie toestuurt aan huurder. De Ravel heeft de waarborgsom niet aan [eiser] terugbetaald, omdat De Ravel meent dat zij schade heeft geleden door [eiser] vanwege een incident op 27 maart 2025. Beide partijen hebben een eigen visie over wat er is gebeurd op 27 maart 2025. Voor de kantonrechter is echter niet relevant wat er is gebeurd op die avond. De door De Ravel gestelde schade, die zij heeft verrekend met de waarborgsom, ziet namelijk op een tijdsbesteding (‘de manuren’) die medewerkers van Gold Groep (door De Ravel ingehuurd voor het beheer van het gebouw) en medewerkers van De Ravel hebben gehad aan de afhandeling van dat incident. Deze gestelde schade, die [eiser] overigens ook betwist, kan niet worden verrekend met de waarborgsom. Dat blijkt immers uit artikel 7:261b BW waarin is bepaald dat alleen kosten voor herstel van schade aan het gehuurde of een betalingsachterstand mogen worden verrekend. De tijdsbesteding die verschillende medewerkers hebben gehad, houdt op geen enkele wijze verband met herstel van schade aan het gehuurde of een betalingsachterstand. Weliswaar stelt De Ravel dat de waarborgsom ook schade dekt die bestaat uit kosten die zijn gemaakt als gevolg van een tekortkoming door [eiser] , maar dat is nu juist niet wat er in artikel 7:261b BW is bepaald. De Ravel moet daarom de waarborgsom aan [eiser] terugbetalen.
3.3.
De verwijzing van De Ravel naar artikel 9 lid 1 van Pro de huurovereenkomst maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. Van artikel 7:261b BW kan namelijk niet worden afgeweken, zo blijkt uit artikel 7:265 BW Pro.
3.4.
De over de waarborgsom van € 594,00 gevorderde wettelijke rente wordt vanaf
15 mei 2025 toegewezen, zoals ook is gevorderd.
De Ravel moet ook de buitengerechtelijke incassokosten van € 89,10 aan [eiser] betalen
3.5.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 89,10 worden toegewezen.
De Ravel moet de proceskosten betalen
3.6.
De Ravel is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief
nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
226,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
708,35
3.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt De Ravel om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 594,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 15 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt De Ravel om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 89,10 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3.
veroordeelt De Ravel in de proceskosten van € 708,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als De Ravel niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
veroordeelt De Ravel tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.