Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 11,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert [eiser] B.V. de terugbetaling van een lening van €350.000,- die zij in december 2018 aan Wijdemeren Ontwikkeling B.V. (WO) verstrekte. WO gebruikte het geld voor de herontwikkeling van een jachthaven tot woonarken. Partijen verschillen van mening over de looptijd en voorwaarden van de lening, maar zijn het eens over een rentepercentage van 3,5% en het gebruik van de woning als onderpand.
WO stelt dat de lening een looptijd van tien jaar heeft en nog niet opeisbaar is, terwijl [eiser] betoogt dat de lening altijd opeisbaar was of in elk geval opeisbaar is geworden door de verkoop van de woning. WO heeft de woning in juni 2024 overgedragen aan een zustervennootschap zonder aflossing van de lening, wat volgens de rechtbank neerkomt op een schending van de terugbetalingsafspraak.
De rechtbank oordeelt dat WO rente verschuldigd is vanaf juni 2019, omdat WO onvoldoende heeft onderbouwd dat [eiser] de woning langer gebruikte. WO kan zich niet beroepen op opschorting van rentebetalingen vanwege een ander project. Na opeising in november 2024 heeft WO niet binnen zes weken betaald, waardoor wettelijke handelsrente vanaf 27 december 2024 verschuldigd is. WO moet ook €40 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten betalen.
De rechtbank veroordeelt WO tot betaling van €226.956,76 plus wettelijke rente, €40 aan incassokosten met rente, en proceskosten van €12.589,35. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door rechter D.M. Staal op 25 februari 2026.
Uitkomst: WO wordt veroordeeld tot terugbetaling van de lening met rente, incassokosten en proceskosten.