In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een factuur van €189,00 voor een medische behandeling, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde heeft de hoofdsom na dagvaarding betaald, maar betwist de verschuldigdheid van de bijkomende kosten.
De kantonrechter stelt vast dat de hoofdsom op 12 januari 2026 is voldaan. Gedaagde is vanaf de verzuimdatum wettelijke rente verschuldigd over het factuurbedrag. De ontvangsttheorie wordt toegepast om te bepalen dat het niet ontvangen van de factuur aan gedaagde zelf te wijten is, omdat de factuur naar een door gedaagde opgegeven adres is gestuurd.
De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat gedaagde de veertiendagenbrief heeft ontvangen. De proceskosten worden toegewezen aan eiseres omdat gedaagde pas na dagvaarding betaalde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.