ECLI:NL:RBMNE:2026:872

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000171383:B001
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:362 BWArt. 1:441 lid 2 BWArt. 1:444 BWArt. 1:445 lid 5 BWArt. 4:193 lid 1 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewindvoerder aansprakelijk voor onrechtmatige betaling nalatenschapsschuld

De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 9 februari 2026 een beschikking gegeven in een civiele procedure tussen de huidige en vorige bewindvoerder van betrokkene. De procedure betreft de aansprakelijkheid van de vorige bewindvoerder voor schade geleden door betrokkene.

Betrokkene was onder bewind gesteld wegens onbekwaamheid tot het verrichten van bepaalde rechtshandelingen. De vorige bewindvoerder is op verzoek van betrokkene ontslagen en vervangen door de huidige bewindvoerder. Na deze wisseling constateerde de huidige bewindvoerder dat de vorige bewindvoerder namens betrokkene een betalingsregeling was aangegaan voor een huurschuld van de overleden moeder van betrokkene, een negatieve nalatenschap.

Volgens de wet kan een bewindvoerder niet zuiver aanvaarden en moet een nalatenschap beneficiair worden aanvaard. Het aangaan van de betalingsregeling betekende een zuivere aanvaarding, waardoor de schuld ten onrechte uit het vermogen van betrokkene is voldaan. De kantonrechter oordeelde dat de vorige bewindvoerder tekort is geschoten in zijn zorgplicht en veroordeelde hem tot vergoeding van de schade van €1.768,64, bestaande uit de onterecht betaalde huurschuld en een tariefverschil in beloning.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door tussenkomst van een advocaat worden aangevochten bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De vorige bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van €1.768,64 schadevergoeding wegens onrechtmatige betaling van een nalatenschapsschuld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Toezicht
Locatie Utrecht
CBM-nummer
:
[nummer]
datum
:
9 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[bewindvoerder],
vennoot van [vennoot] ,
[adres 1] , [postcode 1] [plaats] ,
hierna te noemen: de huidige bewindvoerder,
tegen:
[Bewindvoeringskantoor] B.V.,
[adres 2] , [postcode 2] [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de vorige bewindvoerder.
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
wonend in [plaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.Procedure

1.1.
De kantonrechter heeft vanaf 2 september 2025 van de huidige bewindvoerder via het toezichtsysteem berichten ontvangen met betrekking tot door betrokkene geleden schade door de bewindvoering door de vorige bewindvoerder. De huidige bewindvoerder heeft aan de kantonrechter gemeld dat haar berichten als verzoek tot aansprakelijkstelling van de vorige bewindvoerder mogen worden aangemerkt.
1.2.
Namens de kantonrechter is aan de vorige bewindvoerder op 6 januari 2026 een brief gezonden waarin het voornemen staat vermeld om de vorige bewindvoerder aansprakelijk te stellen voor de door betrokkene gelegen schade. In deze brief is de vorige bewindvoerder in de gelegenheid gesteld om voor 27 januari 2026 op het voornemen tot aansprakelijkstelling te reageren en het voornemen op een zitting te laten behandelen. De vorige bewindvoerder heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
1.3.
Nu er geen verweer is gevoerd tegen het voornemen om de vorige bewindvoerder aansprakelijk te stellen, zal de kantonrechter een beschikking geven zonder mondelinge behandeling.

2.Beoordeling

2.1.
Het vermogen van betrokkene is bij beschikking van 22 december 2020 onder bewind gesteld. Blijkens deze beschikking heeft de kantonrechter geconstateerd dat betrokkene niet in staat is om toestemming te geven voor handelingen als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De vorige bewindvoerder is bij deze beschikking tot bewindvoerder benoemd.
2.2.
Bij beschikking van 16 juli 2025 is de vorige bewindvoerder per 1 augustus 2025 op verzoek van betrokkene als beschermingsbewindvoerder ontslagen en is de huidige bewindvoerder benoemd.
2.3.
Na de benoeming van de huidige bewindvoerder, heeft de huidige bewindvoerder geconstateerd dat de vorige bewindvoerder namens betrokkene een betalingsregeling is aangegaan inzake een huurschuld van de op 4 januari 2021 overleden moeder van betrokkene. Dit betreft een negatieve nalatenschap.
2.4.
Op basis van artikel 4:193 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam voor deze niet zuiver aanvaarden en behoeft voor verwerping een machtiging van de kantonrechter. Hij is verplicht een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping af te leggen binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap, of een aandeel daarin, de erfgenaam toekomt.
2.5.
Het aangaan van een betalingsregeling waarbij de nalatenschapsschuld uit het eigen vermogen van betrokkene wordt voldaan, is een daad van zuivere aanvaarding en dat kan niet bij een onderbewindstelling. Zij wordt op basis van de wet geacht de nalatenschap beneficiair te hebben aanvaard. Dit betekent dat de schuld ten onrechte is voldaan uit het vermogen van betrokkene.
2.6.
De huidige bewindvoerder heeft aan de kantonrechter via het toezicht-systeem berichten gezonden waaruit volgt dat de door betrokkene geleden schade
€ 1.768,64 bedraagt. Dit bedrag bestaat uit:
- € 1.520,00 aan ten onrechte betaalde huurschuld van de moeder van betrokkene;
- € 248,64 aan ten onrechte in rekening gebrachte beloning (verschil tarief problematische schulden en regulier tarief).
2.7.
Op grond van artikel 1:444 BW Pro is een bewindvoerder jegens een rechthebbende aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekort is geschoten, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden aangerekend. De kantonrechter is van oordeel dat de vorige bewindvoerder tekort is geschoten door een betalingsregeling aan te gaan met betrekking tot een schuld die niet uit het vermogen van betrokkene had hoeven/mogen worden betaald.
2.8.
Op grond van artikel 1:362 BW Pro (dat ingevolge artikel 1:445 lid 5 BW Pro van overeenkomstige toepassing is bij bewind) kan de kantonrechter de schade vaststellen, die de betrokkene door slecht bewind van de voormalige bewindvoerder heeft geleden en de voormalige bewindvoerder tot vergoeding daarvan veroordelen.
2.9.
Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter de vorige bewindvoerder veroordelen de schade van € 1.768,64 aan betrokkene te vergoeden.

3.Beslissing

De kantonrechter:
- stelt vast dat
[Bewindvoeringskantoor] B.V., in haar taak als bewindvoerder toerekenbaar is tekortgeschoten;
- stelt de schade die
[betrokkene]hierdoor heeft geleden vast op een bedrag van
€ 1.768,64;
- veroordeelt
[Bewindvoeringskantoor] B.V., tot betaling van een bedrag van € 1.768,64 aan
[betrokkene], via [bewindvoerder] , vennoot van [vennoot] ;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.