ECLI:NL:RBMNE:2026:876

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
16/027154-25 (P), 10/284008-24 (t.t.z. gevoegd)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 36c SrArt. 36f SrArt. 47 SrArt. 77a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugddetentie en gedragsbeïnvloedende maatregel opgelegd voor afpersing, diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 10 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een minderjarige verdachte, die werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten waaronder afpersing, diefstal met geweld, gijzeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving. De verdachte bekende de feiten van afpersing, diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving, maar werd vrijgesproken van de primair ten laste gelegde gijzeling vanwege onvoldoende bewijs dat een ander dan het slachtoffer zelf werd gedwongen.

De feiten betreffen twee incidenten: op 25 januari 2025 in Almere waarbij de verdachte samen met anderen goederen van het slachtoffer heeft weggenomen onder bedreiging en geweld, en op 2 september 2024 in Rotterdam waarbij het slachtoffer werd vastgehouden en beroofd van persoonlijke eigendommen. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een vuurwapen niet bewezen kon worden en sprak de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank legde een jeugddetentie van 388 dagen op, met aftrek van het voorarrest, waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden. Tevens werd een gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) van 12 maanden opgelegd, gericht op intensieve begeleiding en behandeling om recidive te voorkomen. De verdachte werd ook veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.100,- aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente, en de onttrekking aan het verkeer van een in beslag genomen wapen werd gelast.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 388 dagen jeugddetentie en een gedragsbeïnvloedende maatregel van 12 maanden, met vrijspraak voor gijzeling en gedeeltelijke vrijspraak voor vuurwapengebruik.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16/027154-25 (P), 10/284008-24 (t.t.z. gevoegd)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 10 maart 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2008] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,
(hierna: [verdachte] ).

1.Zitting

De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zittingen van 20 en 27 januari 2026. Het onderzoek is, met instemming van de advocaat van [verdachte] en de officier van justitie, gesloten op 10 maart 2026, waarna direct uitspraak is gedaan.
Op de zittingen waren aanwezig:
  • [verdachte] (op 20 januari 2026);
  • de officier van justitie: mr. N. Schapendonk (op 20 en 27 januari 2026; hierna: de officier van justitie);
  • de advocaat van [verdachte] : mr. I. Stas (op 20 januari 2026; hierna: de advocaat);
  • mr. W.S.W. van der Donk, waarnemend voor mr. I. Stas (op 27 januari 2026);
  • de raadsonderzoeker bij de Raad voor de Kinderbescherming (op 20 januari 2026; hierna: de Raad);
  • de jeugdreclasseerder bij de William Schrikker Stichting, jeugdreclassering (op 20 januari 2026; hierna: WSS).

2.Tenlastelegging

De rechtbank nummert de bij de dagvaardingen met de parketnummers 16/027154-25 en 10/284008-24 ten laste gelegde feiten respectievelijk als de feiten 1 en 2 en de feiten 3 en 4.
De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op 25 januari 2025 te Almere samen met anderen met geweld goederen van [slachtoffer 1] heeft weggenomen;
feit 2
op 25 januari 2025 te Almere samen met anderen [slachtoffer 1] door middel van bedreiging met geweld heeft gedwongen zijn pincode af te geven;
feit 3
primair
op 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, samen met anderen [slachtoffer 2] heeft gegijzeld;
subsidiair
op 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, samen met anderen [slachtoffer 2] van zijn vrijheid heeft beroofd;
feit 4
op 2 september 2024 te Rotterdam samen met anderen met geweld goederen van [slachtoffer 2] heeft weggenomen.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] de feiten 1, 2, 3 primair en 4 heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat van [verdachte] voert geen verweer over het bewijs voor de feiten 1 en 2. De advocaat verzoekt de rechtbank om [verdachte] vrij te spreken van het primair tenlastegelegde onder 3, omdat volgens haar de dwang onvoldoende is vast komen te staan. Ook verzoekt zij [verdachte] partieel vrij te spreken van de handelingen die zien op het gebruik van een vuurwapen.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
[verdachte] bekent dat hij de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom in bijlage II van dit vonnis alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert.
3.3.2
Vrijspraak feit 3 primair
De rechtbank oordeelt dat niet is bewezen dat [verdachte] en zijn medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan de primair ten laste gelegde gijzeling. Bij gijzeling staat voorop dat de dader het doel heeft gehad een ander dan de gegijzelde te dwingen iets te doen of niet te doen (ECLI:NL:HR:2015:1695). In deze zaak betekent dit dat om van gijzeling te spreken een ander dan aangever [slachtoffer 2] moet zijn gedwongen iets te doen of niet te doen. In de tenlastelegging wordt “de ander” aangeduid als [slachtoffer 2] (aangever) zelf. Daarmee kan een bewezenverklaring van deze tenlastelegging niet leiden tot een veroordeling voor gijzeling. Voor zover in de tenlastelegging een ander dan [slachtoffer 2] is bedoeld (en de tenlastelegging dus een misslag bevat), moet dit ook leiden tot vrijspraak. Het is immers enkel [slachtoffer 2] zelf geweest die is gedwongen tot het betalen van een geldbedrag en het leveren van machines. Dat [slachtoffer 2] zijn broer heeft gebeld, doet er niet toe. Deze broer is door de daders namelijk niet, direct of indirect, benaderd om iets te betalen of te leveren in ruil voor bijvoorbeeld het vrijlaten van [slachtoffer 2] of anderszins. Er is dus hoe dan ook geen sprake geweest van een gijzeling als bedoeld in artikel 282a Sr. De rechtbank spreekt [verdachte] daarom vrij van het onder 3 primair ten laste gelegde feit.
3.3.3
Bewijsmiddelen feiten 3 subsidiair en 4
De rechtbank oordeelt dat de feiten 3 subsidiair en 4 zijn bewezen, met uitzondering van het gebruik van een vuurwapen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis zijn uitgewerkt. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Gedeeltelijke vrijspraak vuurwapen
De aangever heeft verklaard dat hij in de auto is geslagen door en bedreigd met een vuurwapen. Dit vuurwapen zou uit de auto zijn gegooid toen de politie de auto achtervolgde. De politie heeft later echter geen vuurwapen (op de weg) aangetroffen. De rechtbank kan hierdoor niet vaststellen dat het mogelijk gebruikte wapen een vuurwapen is geweest zoals tenlastegelegd. De rechtbank ziet voor dit punt ook geen ander steunbewijs in het dossier en zal [verdachte] daarom voor dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] :
feit 1
op 25 januari 2025 te Almere tezamen en in vereniging met anderen, een portemonnee (met inhoud), sleutels, een Apple watch en een telefoon die geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door:
- achterin de auto van die [slachtoffer 1] te gaan zitten, en
- die [slachtoffer 1] naar verschillende locaties te laten rijden, en
- een vuurwapen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen de schouder, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] te zetten en/of te houden en daarmee op het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan, en
- te roepen dat ze pas weggaan als die [slachtoffer 1] aan hen 5000 euro zou geven, en
- de telefoon, de Apple watch, de portemonnee (met inhoud) en de sleutels af te pakken, en
- dit te filmen;
feit 2op 25 januari 2025 te Almere tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pincode, die geheel aan die [slachtoffer 1] toebehoorde door:
- achterin de auto van die [slachtoffer 1] te gaan zitten, en
- die [slachtoffer 1] naar verschillende locaties te laten rijden, en
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen de schouder, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] te zetten en/of te houden en daarmee op het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan, en
- daarbij te roepen dat ze pas weggaan als die [slachtoffer 1] aan hen 5000 euro zou geven en
- om zijn pincode hebben gevraagd, en
- dit te filmen;
feit 3, subsidiair
op 2 september 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met een anderen, opzettelijk [slachtoffer 2] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door
- zich voor te doen als de zoon van de koper, en
- die [slachtoffer 2] naar een voertuig te leiden, en
- die [slachtoffer 2] onverhoeds tegen zijn wil in vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en
- aan weerszijden van die [slachtoffer 2] in het voertuig plaats te nemen, en
- enige tijd met die [slachtoffer 2] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en
- meerdere telefoons van die [slachtoffer 2] af te pakken en de simkaarten eruit te halen, en
- fysiek geweld tegen die [slachtoffer 2] te gebruiken;
feit 4
op 2 september 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een horloge en meerdere sieraden en meerdere telefoons die geheel aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 2] naar een voertuig te geleiden, en
- die [slachtoffer 2] onverhoeds tegen zijn wil in vast te pakken en in voornoemd voertuig te trekken of te duwen, en
- aan weerzijden van die [slachtoffer 2] in het voertuig te gaan zitten, en
- de ringen van de vingers van die [slachtoffer 2] te trekken, en
- het horloge van de pols van die [slachtoffer 2] af te nemen, en
- meerdere telefoons van die [slachtoffer 2] af te pakken, en
- fysiek geweld te gebruiken.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte] niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

De feiten 1, 2, 3 subsidiair en 4 zijn strafbaar.
De feiten worden gekwalificeerd als:
feit 1:
diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen
feit 2:
afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen
feit 3 subsidiair:
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven
feit 4:
diefstal, vergezeld van geweld/bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte] uitsluit. [verdachte] is dan ook strafbaar.

5.Straf en maatregel

5.1
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot:
- een jeugddetentie van 404 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad;
Daarbij eist de officier van justitie dat wordt opgelegd:
- een gedragsbeïnvloedende maatregel (hierna: GBM) voor de duur van 12 maanden, met daaraan gekoppeld de door de Raad geadviseerde voorwaarden. Wanneer [verdachte] zich niet aan de voorwaarden houdt, dient daartegenover een jeugddetentie van 12 maanden te staan.
De officier van justitie eist dat deze maatregel direct na de uitspraak ingaat.
5.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat bij oplegging van een straf rekening dient te worden gehouden met de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft gezeten. Het voorarrest heeft langer geduurd omdat er geen woonplek voor [verdachte] kon worden gevonden, en er een overdracht van toezichthouder heeft plaatsgevonden (Samen Veilig naar WSS). Daarnaast voert de advocaat aan dat de feiten in verminderde mate aan [verdachte] moeten worden toegerekend vanwege zijn lichte verstandelijke ontwikkelingsstoornis. Ook merkt de advocaat op dat het geadviseerde locatiegebod met elektronische monitoring een maximale duur van zes maanden moet hebben. De vervangende jeugddetentie, gekoppeld aan de GBM, dient beperkt te worden tot zes maanden, gelet op de periode die [verdachte] al in voorarrest heeft verbleven.
5.3
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan [verdachte] een GBM voor de duur van 12 maanden op met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad. De rechtbank bepaalt dat de elektronische monitoring en ook de vervangende jeugddetentie maximaal 6 maanden mogen duren. De GBM gaat direct na de uitspraak in. Ook legt de rechtbank een jeugddetentie op van 388 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijk deel koppelt de rechtbank de voorwaarden die zijn geadviseerd door de Raad.
Bij het bepalen van deze straffen en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder [verdachte] deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
5.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
[verdachte] heeft zich binnen een half jaar schuldig gemaakt aan tweemaal een diefstal met geweld, aan afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving.
In Almere heeft [verdachte] samen met drie andere jongens de aangever beroofd van zijn persoonlijke spullen. De aangever vermoedde dat hij een zakelijke afspraak had, maar werd vervolgens geconfronteerd met [verdachte] en zijn mededaders die hem opdracht gaven naar verschillende locaties te rijden. Op een meer afgelegen locatie werden vuurwapens op de aangever gericht, werd hij geslagen met een vuurwapen en bedreigd. Vervolgens werden zijn spullen afgepakt en werd hij gedwongen zijn pincode te geven en werd hij gefilmd. Uit deze video’s en uit zijn verklaring bij de politie blijkt de angst bij de aangever. Enkel met het doel snel geld te verdienen, hebben [verdachte] en zijn mededaders het leven van de aangever getekend. De gevolgen voor hem blijken ook uit zijn schriftelijke slachtofferverklaring. Voor die gevolgen zijn [verdachte] en zijn mededaders verantwoordelijk.
Ook de aangever van het incident in Rotterdam ging uit van een zakelijke afspraak, waarvoor hij vanuit Suriname naar Nederland kwam. Eenmaal aangekomen in het hotel, ontmoette hij niet degene met wie hij dacht een afspraak te hebben, maar [verdachte] en een mededader die beweerden afgevaardigden te zijn om de deal te sluiten. Op het moment dat er geld geteld zou worden in de auto en de aangever documenten gereed maakte, belandde hij in de auto en reed deze weg. De aangever kon op dat moment niet wegkomen, omdat hij tussen [verdachte] en een mededader in zat. In de auto werden met geweld zijn persoonlijke spullen afgenomen, zoals zijn telefoons, ringen en een horloge. Deze situatie moet heel beangstigend voor de aangever zijn geweest.
Strafbare feiten als deze zorgen voor een schok en verontwaardiging in de samenleving. Jonge daders, die in een woonwijk worden gezocht met de hulp van een politiehelikopter, worden achtervolgd door de politie, vuurwapens met zich meedragen en zich enkel laten motiveren door snel geld, brengen in toenemende mate gevoelens van angst en onveiligheid in onze maatschappij. Aan deze angst hebben [verdachte] en zijn mededaders bijgedragen.
5.3.2.
Persoonlijke omstandigheden van [verdachte]
De rechtbank heeft gekeken naar:
  • het strafblad van [verdachte] van 11 december 2025. [verdachte] is niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld en de rechtbank neemt het strafblad daarom niet verder mee in haar overweging;
  • een psychologisch onderzoek naar [verdachte] van 28 april 2025, opgesteld door een GZ-psycholoog van het NIFP;
  • een advies van de Raad van 12 januari 2026;
  • een advies van Samen Veilig, jeugdbescherming (hierna: SAVE) van 12 januari 2026.
Het psychologisch onderzoek
In het psychologisch onderzoek van 28 april 2025 staat dat [verdachte] een lichte verstandelijke ontwikkelingsstoornis, een normoverschrijdend-gedragsstoornis en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale trekken heeft. Deze stoornissen hebben volgens de GZ-psycholoog de gedragingen van [verdachte] tijdens de feiten beïnvloed. De GZ-psycholoog adviseert daarom de feiten in verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen.
Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Dit wordt onder andere gevoed doordat [verdachte] impulsief reageert, de gevolgen van zijn gedrag en handelen niet overziet en beïnvloedbaar is. De GZ-psycholoog acht van belang dat [verdachte] een duidelijke, begrensde en ingevulde structuur wordt aangeboden in de vorm van een GBM. Het doel daarvan is de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling te doorbreken.
De adviezen van de Raad en SAVE
De Raad en SAVE hebben beide zorgen over zowel de ontwikkeling van [verdachte] , als de hoge kans op recidive. Een intensief behandel- en begeleidingstraject wordt noodzakelijk geacht om de kans op herhaling te verkleinen. Dit wordt bevestigd doordat [verdachte] van een nieuw, heftig en strafbaar feit werd verdacht tijdens een nog lopend jeugdreclasseringstoezicht (de schorsing van de voorlopige hechtenis per 19 november 2024). Gezien deze nieuwe verdenking blijkt er onvoldoende sprake geweest te zijn van een positieve gedragsverandering. [verdachte] heeft weer enige tijd bij zijn moeder gewoond, maar dit is niet positief verlopen.
De Raad benadrukt in het rapport dat er een op maat gemaakt behandelings- en begeleidingstraject is opgesteld om [verdachte] een laatste kans te geven om in een zo passend mogelijke setting te werken aan een positieve ontwikkeling en het terugdringen van het recidiverisico.
De Raad en SAVE vinden een GBM het meest passend, omdat de mogelijkheid van een time-out [verdachte] kansen biedt om te blijven profiteren van de behandeling.
De Raad acht het passend dat de GBM – samengevat – als volgt wordt ingevuld:
• toezicht & begeleiding van WSS;
• begeleiding in het kader van ITB Harde Kern;
• elektronische monitoring;
• plaatsing binnen een behandelsetting zoals [instelling] ;
• intensief behandelprogramma TOPZORG van de Waag;
• contactverbod met de medeverdachten en het slachtoffer;
• positieve schoolgang;
• positieve dagbesteding in de vorm van sport, vrije tijd en werk.
De Raad en SAVE vinden dat daarnaast een jeugddetentie passend is, met een onvoorwaardelijk deel gelijk aan het voorarrest. Geadviseerd wordt aan het voorwaardelijke deel als bijzondere voorwaarden de hiervoor genoemde invulling van de GBM te koppelen.
5.3.3.
Straf
De bewezen verklaarde feiten zijn ernstig en een onvoorwaardelijke jeugddetentie is daarvoor een passende straf. Rekening houdend met het advies van de GZ-psycholoog rekent de rechtbank de feiten in verminderde mate toe aan [verdachte] en houdt daarmee bij het bepalen van de straf rekening. Kort voor de zitting van 20 januari 2026 werd duidelijk dat [verdachte] met ingang van 21 januari 2026 kan gaan wonen bij [instelling] in [plaats] . De rechtbank heeft mede om deze reden de voorlopige hechtenis van [verdachte] met ingang van 21 januari 2026 geschorst. Gezien de adviezen van de deskundigen en het feit dat [verdachte] net op een nieuwe plek is gaan wonen, vindt de rechtbank het niet wenselijk dat [verdachte] nu terug naar de jeugdgevangenis gaat. De rechtbank zal daarom een jeugddetentie opleggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. De rechtbank vindt een voorwaardelijk deel, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd, passend, zodat [verdachte] wordt gemotiveerd om niet nogmaals strafbare feiten te plegen.
Concluderend legt de rechtbank een jeugddetentie op van 388 dagen, met aftrek van het voorarrest (374 dagen), waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad, met uitzondering van de elektronische monitoring en de ITB Harde Kern.
5.3.4.
Maatregel
De rechtbank zal daarnaast aan [verdachte] een GBM opleggen en zal uitleggen waarom.
[verdachte] heeft binnen een half jaar tijd op twee momenten ernstige feiten gepleegd. Oplegging van een GBM is daarom proportioneel. Gelet op de adviezen van de deskundigen is oplegging van een GBM ook noodzakelijk. Behandeling en begeleiding binnen een strak kader met veel structuur zijn essentieel voor [verdachte] om recidive te voorkomen en om zich zo gunstig mogelijk verder te ontwikkelen. De behandeling binnen de GBM zal gewaarborgd kunnen worden door de mogelijkheid van een time-out in de jeugdgevangenis.
De rechtbank zal het programma van de GBM, zoals ingevuld door de Raad, overnemen. De rechtbank leest in de rapporten van de GZ-psycholoog en de Raad dat er, om tot behandeling te komen, voldoende toezicht en structuur nodig is. De rechtbank vindt het van belang dat de GBM niet alleen bestaat uit de behandeling bij De Waag en plaatsing binnen [instelling] , maar ook uit een elektronische monitoring – van maximaal 6 maanden – en de ITB Harde Kern en de verplichting om zich in te zetten voor positieve dag- en vrijetijdsbesteding.
De rechtbank bepaalt dat, voor het geval [verdachte] niet voldoende aan de tenuitvoerlegging van de maatregel meewerkt, de maatregel kan worden vervangen door jeugddetentie voor de duur van zes maanden.
Vanwege de problematiek van [verdachte] en het recidiverisico oordeelt de rechtbank dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat [verdachte] opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen. Het is ook in belang van [verdachte] dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is zodat er in geval van een eventueel hoger beroep geen onderbreking is in het toezicht en de behandeling. Daarom zal de rechtbank bevelen dat het programma waaruit de maatregel bestaat dadelijk uitvoerbaar is en dus direct na de uitspraak ingaat.
5.3.5.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het in beslag genomen wapen dient te worden onttrokken aan het verkeer en de telefoon en bankpas kunnen worden teruggegeven aan [verdachte] .
6.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert geen verweer op het beslag.
6.3
Oordeel van de rechtbank
6.3.1.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp, te weten 1 STK wapen (goednummer: G3472589), onttrekken aan het verkeer. Dit voorwerp is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Met behulp van dit voorwerp zijn bovendien de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten begaan.
6.3.2.
Teruggave aan [verdachte]
De rechtbank zal teruggave gelasten aan [verdachte] van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
- 1 STK telefoontoestel (goednummer: 3472582);
- 1 STK bankpas (goednummer: 3472625).

7.Vordering benadeelde partij

7.1
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert [verdachte] te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.100,- voor feiten 1 en 2, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van immateriële schade (smartengeld). Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van [slachtoffer 1] kan worden toegewezen. Echter, gezien de gevorderde contactverboden is het niet passend dat dit bedrag hoofdelijk wordt toegewezen. De officier van justitie heeft daarom in overweging gegeven de vordering per verdachte voor een vierde deel toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de wettelijke rente.
7.3
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank de vordering van [slachtoffer 1] te matigen, gelet op het beperkte lichamelijk letsel. Ook verzoekt de advocaat om af te zien van een hoofdelijke betalingsverplichting, maar een gelijke verdeling toe te passen tussen de verschillende daders.
7.4
Oordeel van de rechtbank
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door [verdachte] gepleegde strafbare feit. Ook volgt uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan dat [slachtoffer 1] in zijn persoon is aangetast. De gevolgen voor [slachtoffer 1] , geestelijk letsel, blijken uit de schriftelijke slachtofferverklaring. In aanmerking genomen de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is.
Omdat [verdachte] de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met anderen heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Volgens de regels van het civiele recht kan in deze situatie geen gelijke (pondspondsgewijze) verdeling van de schade worden toegewezen. Dit zal de rechtbank dus ook niet doen: [verdachte] en zijn medeverdachten zijn ieder voor het hele toegewezen bedrag aansprakelijk. Als een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft [verdachte] dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen. Om te voorkomen dat dit leidt tot problemen in verband met het opgelegde contactverbod tussen [verdachte] en zijn medeverdachten, zal de rechtbank bij het contactverbod een uitzondering opnemen voor zover contact moet plaatsvinden over de onderlinge verdeling van de schadevergoeding door (professionele) derden.
Wettelijke rente
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 25 januari 2025 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat [verdachte] de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet [verdachte] de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan [verdachte] op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij [verdachte] hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat [verdachte] een bedrag van € 1.100,- aan de Staat moet betalen.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2025 (datum ontstaan schade) tot de dag dat [verdachte] het volledige bedrag heeft betaald.
Geen gijzeling
Als een verdachte niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast. Vanwege de jonge leeftijd van [verdachte] vindt de rechtbank het echter niet passend om gijzeling aan de schadevergoedingsmaatregel te verbinden. De rechtbank bepaalt daarom dat geen gijzeling zal worden toegepast.
[verdachte] mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen en maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 36b, 36c, 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77w, 77wa, 77wc, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 282, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht;
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart feit 3 primair niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
Bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat [verdachte] de feiten 1, 2, 3 subsidiair en 4 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
Strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde onder 1, 2, 3 subsidiair en 4 strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
Strafbaarheid [verdachte]
- verklaart [verdachte] strafbaar voor het onder 1, 2, 3 subsidiair en 4 bewezenverklaarde;
Straf
- veroordeelt [verdachte] tot
een jeugddetentie van 388 (driehonderd achtentachtig) dagen;
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de jeugddetentie
een gedeelte van 14 (veertien) dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- als voorwaarden gelden dat [verdachte] :
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte] gedurende de proeftijd:
1. meewerkt aan plaatsing binnen een behandelsetting zoals [instelling] of soortgelijke instelling en zich houdt aan de huisregels;
2. meewerkt aan het intensieve behandelprogramma TOPZORG van de
Waag of soortgelijke behandelvorm/-instelling;
3. op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
- [medeverdachte 1] (geboren [2009] ), medeverdachte;
- [medeverdachte 2] (geboren [2008] ), medeverdachte;
- [medeverdachte 3] (geboren [2009] ), medeverdachte;
- [medeverdachte 4] (geboren [2005] ), medeverdachte;
- [slachtoffer 1] (geboren [1975] ), slachtoffer;
- [slachtoffer 2] (geboren [1964] ), slachtoffer;
* met uitzondering van het contact dat door (professionele) derden moet plaatsvinden over de onderlinge verdeling van de schadevergoeding te betalen aan [slachtoffer 1] ;
* zolang het Openbaar Ministerie dit contactverbod nodig vindt;
4. meewerkt aan een positieve schoolgang;
5. meewerkt aan de invulling van een positieve dagbesteding in de vorm van sport, vrije tijd en werk en zich conformeert aan het plan vanuit de jeugdreclassering;
- waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Flevoland, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, met uitzondering van het contactverbod, en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden;
Maatregel
- legt aan [verdachte] op
de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 1 (één) jaar, die eruit bestaat dat [verdachte] :
* meewerkt aan intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern;
* meewerkt aan Elektronische Monitoring en zich ter controle hiervan onder het toezicht zal stellen van Stichting Reclassering Nederland te Flevoland. [verdachte] moet zich gedurende periode van het toezicht bevinden op het adres van [instelling] aan de [adres] te [plaats] voor zolang de jeugdreclassering (WSS) dit nodig acht, met uitzondering van school en/of werk en alle begeleidings- en hulpverleningscontacten. De Elektronische Monitoring duurt
maximaal 6 (zes) maanden, of zoveel korter de jeugdreclassering nodig acht;
* meewerkt aan plaatsing binnen een behandelsetting zoals [instelling] of soortgelijke instelling;
* meewerkt aan het intensieve behandelprogramma TOPZORG van de Waag of soortgelijke behandelvorm/-instelling;
* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
- [medeverdachte 1] (geboren [2009] ), medeverdachte;
- [medeverdachte 2] (geboren [2008] ), medeverdachte;
- [medeverdachte 3] (geboren [2009] ), medeverdachte;
- [medeverdachte 4] (geboren [2005] ), medeverdachte;
- [slachtoffer 1] (geboren [1975] ), slachtoffer;
- [slachtoffer 2] (geboren op [1964] ), slachtoffer;
met uitzondering van het contact dat door (professionele) derden moet plaatsvinden over de onderlinge verdeling van de schadevergoeding te betalen aan [slachtoffer 1] ;
* meewerkt aan een positieve schoolgang;
* meewerkt aan de invulling van een positieve dagbesteding in de vorm van sport, vrije tijd en werk en zich conformeert aan het plan vanuit de jeugdreclassering;
- waarbij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Flevoland, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, de opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat, als [verdachte] niet naar behoren aan de tenuitvoerlegging van de maatregel meewerkt,
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast voor de duur van
maximaal 6 (zes) maanden;
- beveelt dat het programma waaruit deze maatregel bestaat op grond van artikel 77w, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht
dadelijk uitvoerbaaris;
Beslag (feiten 1 en 2)
- verklaart het volgende voorwerp
onttrokken aan het verkeer:
1 STK wapen (goednummer: G3472589);
- gelast de
teruggave aan [verdachte]van de volgende voorwerpen:
  • 1 STK telefoontoestel (goednummer: 3472582);
  • 1 STK bankpas (goednummer: 3472625);
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] (feiten 1 en 2)
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] geheel toe tot een bedrag van € 1.100,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt aan [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.100,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2025 tot de dag van volledige betaling. Bij niet betaling zal
  • bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
  • legt aan [verdachte] de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;
  • bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of een van zijn mededaders op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. den Haan, voorzitter tevens kinderrechter, mr. H.J. van Woudenberg, kinderrechter, en mr. T. van Haaren-Paulus, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Kasper-Kerkdijk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.
Bijlage I: Tenlastelegging
Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:
in de zaak met
parketnummer 16/027154-25:
1.
hij op of omstreeks
25 januari 2025te Almere tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een portemonnee (met inhoud), sleutels, een Apple watch en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- achterin de auto van die [slachtoffer 1] te gaan zitten, en/of
- die [slachtoffer 1] naar verschillende locaties te laten rijden, en/of
- een of meerdere vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp op/tegen de schouder, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] ) te slaan, en/of
- (daarbij) te roepen dat ze pas weggaan als die [slachtoffer 1] aan hen 5000 euro zou geven
- de telefoon, de Apple watch, de portemonnee (met inhoud) en/of de sleutels af te pakken, en/of
- dit te filmen;
2.
hij op of omstreeks
25 januari 2025te Almere tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pincode, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door:
- achterin de auto van die [slachtoffer 1] te gaan zitten, en/of
- die [slachtoffer 1] naar verschillende locaties te laten rijden, en/of
- een of meerdere vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp op/tegen de schouder, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] ) te slaan, en/of
- (daarbij) te roepen dat ze pas weggaan als die [slachtoffer 1] aan hen 5000 euro zou geven en/of om zijn pincode hebben gevraagd, en/of
- dit te filmen;
in de zaak met
parketnummer 10/284008-24:
1.
hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- zich voor te doen als de zoon en/of vertegenwoordigers van de koper, en/of
- die [slachtoffer 2] naar een voertuig te leiden, en/of
- die [slachtoffer 2] (onverhoeds) (tegen zijn wil in) vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en/of
- aan weerszijde van die [slachtoffer 2] in het voertuig plaats te nemen, en/of
- enige tijd met die [slachtoffer 2] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en/of
- een of meerdere telefoon(s) van die [slachtoffer 2] af te pakken en/of de simkaart(en) eruit te halen, en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] te zetten en/of te houden en/of (daarmee)(op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] ) te slaan/ stompen, en/of
- fysiek geweld tegen die [slachtoffer 2] te gebruiken,
met het oogmerk een ander, te weten [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het betalen/het overhandigen van een geldbedrag (50.000 euro) aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of het afleveren van de machines in Suriname aan verdachte en/of zijn mededader(s);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- zich voor te doen als de zoon en/of vertegenwoordigers van de koper, en/of
- die [slachtoffer 2] naar een voertuig te leiden, en/of
- die [slachtoffer 2] (onverhoeds) (tegen zijn wil in) vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en/of
- aan weerszijde van die [slachtoffer 2] in het voertuig plaats te nemen, en/of
- enige tijd met die [slachtoffer 2] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en/of
- een of meerdere telefoon(s) van die [slachtoffer 2] af te pakken en/of de simkaart(en) eruit te halen, en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] ) te slaan/ stompen, en/of
- fysiek geweld tegen die [slachtoffer 2] te gebruiken;

2.hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een horloge en/of een of meerdere sieraden en/of een of meerdere telefoon(s) in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- die [slachtoffer 2] naar een voertuig te geleiden, en/of- die [slachtoffer 2] (onverhoeds) (tegen zijn wil in) vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of duwen, en/of- aan weerzijde van die [slachtoffer 2] in het voertuig te gaan zitten, en/of- de ring(en) van de vinger(s) van die [slachtoffer 2] te trekken/pakken, en/of- het horloge van de pols van die [slachtoffer 2] af te nemen/pakken, en/of- een of meerdere telefoons van die [slachtoffer 2] af te pakken, en/of- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] ) te slaan/stompen en/of- fysiek geweld te gebruiken

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Bewijsmiddelen voor de feiten 1 en 2:
  • De bekennende verklaring van [verdachte] , afgelegd bij de zitting van 20 januari 2026;
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 25 januari 2025, opgenomen op pagina’s 1 tot en met 10 van voorgeleidingsdossier van politie-eenheid Midden-Nederland met nummer MD2R025012 d.d. 27 januari 2025, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1] .
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2025, opgenomen op pagina’s 11 tot en met 14 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant 1] ;
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2025, opgenomen op pagina’s 25 en 26 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] ;
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2025, opgenomen op pagina’s 15 tot en met 18 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] ;
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 25 januari 2025, opgenomen op pagina’s 127 tot en met 131 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige 1] ;
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict (Liselott Linsenhoffstr Almere), opgenomen op pagina 11 en 12 van forensisch dossier van politie-eenheid Midden-Nederland met nummer 2025026041 d.d. 15 juli 2025, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant 6] ;
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict (Spoordreef Almere), opgenomen op pagina 16 tot en met 18 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant 6] ;
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 maart 2025, opgenomen op pagina 77 tot en met 87 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant 7] ;
  • Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juni 2025 opgenomen op pagina 38 en 39 van het voorlopig einddossier van politie-eenheid Midden-Nederland met nummer PL0900-2025026041 d.d. 2 juli 2025, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant 8] ;
Bewijsmiddelen voor de feiten 3 en 4 [1]
- Aangever [slachtoffer 2] heeft onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende
verklaard:
Op 2 september 2024 was ik in Rotterdam. [2] Er kwamen twee jongens aanlopen die mij groetten als kennismaking. Een van de jongens zei dat ik de bon moest uitschrijven op naam van ' [naam] '. Hij zei dat dat zijn vader was en dat hij door zijn vader was afgevaardigd. We gingen naar de auto op het parkeerterrein om het geld te tellen. Iemand zat al als chauffeur in de auto. Ik ben uit de auto gestapt en heb bonnen uitgeschreven, nota's. Toen trok hij op met de auto. [3] Mijn been was nog uit de auto, maar toen kwam er een andere jongen, dus een vierde jongen, die mij in de auto duwde en naast me ging zitten. Dus ik zat achterin, in het midden op de achterbank. Ik mocht niet links en rechts kijken. Die ene, rechts van mij, die mij ook in de auto duwde, begon de ringen van mijn vingers te trekken. Dat waren twee ringen. Ze hebben mijn blouseje kapotgetrokken. Ze hebben mijn goudkeurige horloge van het merk 'Movado' afgenomen. Ook mijn twee iPhone telefoons hebben ze van me afgepakt. Direct haalden ze de simkaart eruit. Een telefoon van de jongens had nog contact, waarmee ze zogenaamd contact hadden met die vader, die welbekende stem. De bijrijder zei dat ik moest praten met zijn vader.
-
[slachtoffer 2]heeft in zijn aanvullend verhoor op 3 september 2024 onder meer –
zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Ik heb letsel in de vorm van een klein wondje boven op mijn hoofd en aan mijn teen, dat komt door het sleuren met de auto, omdat mijn voet nog uit de auto hing. Ik heb een barst. [4]
-
[verdachte]heeft tijdens de zitting van 20 januari 2026 onder meer – zakelijk
weergegeven – het volgende verklaard:
Op 2 september 2024 was ik in het [hotel] in Rotterdam. Ik was erbij.
-
Getuige [getuige 2] heeftonder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Op 2 september 2024 ben ik mijn broertje en [slachtoffer 2] naar het [hotel] in Rotterdam gegaan. [5] [slachtoffer 2] ging met twee jongens praten en daarna praatten ze verder in de auto. [6] In de auto zat al een chauffeur. Plotseling hoorde ik [slachtoffer 2] schreeuwen en de auto reed weg. Ik hoorde dat [slachtoffer 2] nog schreeuwde tijdens het wegrijden. Ik hoorde iets van 'Help'.
-
In een proces-verbaal van bevindingenis onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Op maandag 2 september 2024 deed ik de deur van de Fiat open en haalde een persoon uit de Fiat die op de rechterachterbank zat. De persoon bleek later te zijn [medeverdachte 1] . Ik voelde in zijn rechterjaszak en haalde de telefoon en spullen uit zijn jaszak. Ik zag dat er sieraden, waaronder een gouden ring in zijn rechterjaszak zaten. [7]
-
In een proces-verbaal van bevindingenis onder meer – zakelijk weergegeven – het
volgende gerelateerd:
Een verbalisant die achter de auto reed zag dat er op de A5 ter hoogte van hm paal 7.0 een onbekend voorwerp naar buiten werd gegooid vanaf de rechterzijde. Een andere verbalisant zag dat er op de A5 ter hoogte van hm paal 7.3 een onbekend voorwerp uit de auto werd gegooid. Tijdens de zoektocht naar deze voorwerpen werden twee telefoons aangetroffen ter hoogte van hm paal 7.2. [8]
-
In een kennisgeving van inbeslagneming, is onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen:
Plaats: A5 ter hoogte van hectometerpaal 7.2 rechter rijbaan,
gemeente Haarlemmermeer
Datum: 2 september 2024
Beslagene: [medeverdachte 4]
In beslag genomen: Apple Iphone, eigenaar [slachtoffer 2] , uit het voertuig gegooid
tijdens het incident. [9]
-
In een proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek telefoon [telefoonnummer]is
onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Ik zag dat de volgend gegevens gekoppeld stonden aan de telefoon:
- Apple ID: [Apple ID medeverdachte 1] @gmail.com en [e-mail adres medeverdachte 1] @gmail.com [10] Ik zag dat er een chatgesprek was van 2 september 2024 vanaf 19:43 uur tussen [medeverdachte 1] met telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] met telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 5] . Het gesprek gaat vermoedelijk over de ontvoering. [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 5] waarom het zo lang duurt. [medeverdachte 5] geeft aan dat hij niet te veel vragen moet stellen en dat hij bij de weg moet gaan staan zodat hij meteen in de auto kan stappen. [medeverdachte 5] geeft aan dat [medeverdachte 1] ervoor moet zorgen dat de man in het midden moet gaan zitten zodat hij niet weg kan.
Ik zag dat er nog een chatgesprek van 2 september 2024 vanaf 17:29 uur was tussen [medeverdachte 1] met telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1] en [A] met telefoonnummer [telefoonnummer A] . [11] In het gesprek wordt er een klus (Djoen = straattaal voor klus) besproken en dat [medeverdachte 1] op dit moment met een gijzeling bezig is. Ik herkende dit in het gesprek omdat het woord 'Gijz' meerdere keren genoemd werd. Vervolgens stuurde [medeverdachte 1] een foto naar [A] van de bestuurder en bijrijder in een Fiat. Ik herkende de bestuurder als zijnde [medeverdachte 4] en de bijrijder als zijnde [verdachte] . De verdachten werden aangehouden in een Fiat Bravo voorzien van kenteken [kenteken] . [12] De bekleding van het voertuig op de foto komt overeen met een standaarduitvoering van een Fiat Bravo. Vermoedelijk is dan ook de foto gemaakt in het voertuig voorzien van kenteken [kenteken] waarmee het strafbare feit mee gepleegd werd.
-
In een proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek telefoon [telefoonnummer]is
onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Ik zag in de groene tekstbollen meermaals de ontvanger ' [medeverdachte 4] ' staan. [13] Ook zag ik meerdere groene tekstblokken, de afzender van de telefoon dus, met daarbij de naam ' […] '. Ik zag hierbij dat de verzender hierbij zijn naam ' [medeverdachte 4] ' op gaf. Hierdoor maakte ik op dat de verzender van berichten op de telefoon, en dus de gebruiker van de telefoon, [medeverdachte 4] was.
Ik zag dat de eigenaar van de telefoon berichten verstuurde onder '(owner)' en dat er een chatgesprek gevoerd werd met ' [gebruikersaccountnaam verdachte] '. [14] Dit is het gebruikersaccount van [verdachte] . Op diezelfde dag, om 20:21 uur, zag ik dat [verdachte] berichten stuurde naar [medeverdachte 4] , dat hij naar het hotel moest rijden. Hierbij gaf [verdachte] aan: 'nu nu'. Kennelijk was hier haast bij geboden. Na de camerabeelden gezien te hebben is het zeer aannemelijk dat [medeverdachte 4] de bestuurder was van de Fiat Bravo, met kenteken [kenteken] . Op de beelden, zoals omschreven in het proces-verbaal van bevindingen met documentcode 2409051400.AMB, komt de Fiat Bravo om 20:21 uur aanrijden bij het [hotel] . Ik zag ook een chat van [medeverdachte 4] waarin hij sprak met een contactpersoon ' [contactpersoon] ', met telefoonnummer [telefoonnummer contactpersoon] . Hierin las ik chats tussen [medeverdachte 4] en deze persoon, waarin werd gesproken dat [medeverdachte 4] ' [bijnaam verdachte] ' moest ophalen. Hierin had ik sterk het vermoeden dat met ' [bijnaam verdachte] ' [verdachte] bedoeld werd. Ook zag ik dat er 'getankt' moest worden voor [medeverdachte 4] , hetgeen logisch zou zijn voor een rit van Almere naar Rotterdam en terug, in zijn Fiat Bravo. [15]
-
In een proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek telefoon [telefoonnummer]is onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Ik zag dat [medeverdachte 5] een gesprek voerde met een persoon met gebruikersnaam ' [gebruikersnaam medeverdachte 5] '. Ik zag dat hij naar [gebruikersnaam medeverdachte 5] schreef: "Wij gaan met zijn tweeën" en "Die andere mannen blijven in die auto". Gezien het tijdstip van deze berichten (18:20 uur), en het feit dat ik [medeverdachte 5] herkende op de camerabeelden, zoals omschreven in het proces-verbaal van bevindingen met documentnummer 2409051400.AMB, vermoedde ik dat [medeverdachte 5] dit bericht stuurde naar medeverdachte [verdachte] , in wiens gezelschap hij te zien is enkele momenten later in het [hotel] , waarna de ontvoering/gijzeling plaatsvond. [16]

Voetnoten

2.Pagina’s 1 en 2.
3.Pagina 3.
4.Pagina 8.
5.Pagina 13.
6.Pagina 14.
7.Pagina 27.
8.Pagina 56.
9.Een naar wettelijk voorschrift opgemaakte kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL1700-2024291769-12, opmaakt door rapporteurs Zoutendijk en De Kievid, Districtsrecherche Rotterdam-Zuid, pagina 14 van PV KVI (onderzoek Akker).
10.Pagina 193.
11.Pagina 194.
12.Pagina 195.
13.Pagina 200.
14.Pagina 201.
15.Pagina 202.
16.Pagina 205.