Eiseres heeft bij Dienst Toeslagen een verzoek ingediend om compensatie in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag, omdat zij zich als gedupeerde van de toeslagenaffaire beschouwde. Dienst Toeslagen heeft dit verzoek afgewezen omdat er geen bewijs was dat eiseres in de jaren 2013 tot en met 2018 een aanvraag kinderopvangtoeslag had ingediend of toeslag had ontvangen.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen deze afwijzing behandeld. Uit het dossier en de informatiesystemen van Dienst Toeslagen blijkt geen aanvraag, uitbetaling of voorschotbeschikking voor kinderopvangtoeslag van eiseres. Ook is niet gebleken dat eiseres geconfronteerd is met correcties, stopzettingen of terugvorderingen die kenmerkend zijn voor gedupeerden van de toeslagenaffaire.
De rechtbank stelt vast dat de bewijslast voor het recht op compensatie bij eiseres ligt en dat zij onvoldoende bewijs heeft geleverd. Er zijn ook geen aanwijzingen dat Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld jegens eiseres. Daarom oordeelt de rechtbank dat eiseres niet als gedupeerde kan worden aangemerkt en wijst het beroep af.
De afwijzing van het compensatieverzoek blijft daarmee in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Veenendaal op 4 maart 2026.