Eiseres diende op 17 januari 2025 een aanvraag in voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, maar deze werd door de Dienst Toeslagen afgewezen wegens te late indiening. Eiseres betoogde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat zij in Aruba woont en niet tijdig op de hoogte was van de hersteloperatie en de aanmeldtermijn. Tevens voerde zij persoonlijke omstandigheden aan, waaronder het overlijden van haar tante en psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat het niet op de hoogte zijn van de kinderopvangtoeslagaffaire en de hersteloperatie geen bijzondere omstandigheid vormt die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigt. De ruime aanmeldtermijn van ongeveer drieënhalf jaar is volgens de rechtbank voldoende om slachtoffers in staat te stellen zich aan te melden. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiseres voldeden niet aan de strenge criteria van actuele, schrijnende omstandigheden zoals vastgesteld in jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door haar psychische gesteldheid of andere omstandigheden niet tijdig kon reageren. De Dienst Toeslagen had voldoende toegelicht dat de hersteloperatie en de aanmeldtermijn breed bekend waren via nieuws, sociale media en de eigen website. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen en eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.